loading
views
0 reacties
Marcel Reijmers

Verlonen in vaksectoren 2017

Marcel Reijmers is partner bij FlexKnowledge en werkt 20 jaar in de flexbranche. Reijmers adviseert en begeleidt intermediairs en inleners bij vraagstukken rondom o.a. wet- en regelgeving in de flexbranche, kostprijzen, sectorindeling, inlenerbeloning, CAO’s, arbeidsovereenkomsten en Algemene Voorwaarden. Tussen 2008 en 2012 heeft hij PSC | Backoffice Services uitgebouwd van concept tot 150 aangesloten intermediairs. Behalve adviseur is Reijmers eindredacteur van de FlexWijzer en CAOWijzer en columnist van FlexNieuws. Voor ARTRA Arbeidsmarkttrainingen ontwikkelt en geeft hij trainingen en workshops. Eerder in zijn loopbaan werkte Reijmers ruim 13 jaar bij de Luba Groep, waarvan de laatste 7 jaar als manager Organisatie & Kwaliteit. Samen met het UWV ontwikkelde hij daar methodieken waar de huidige verzuimbegeleiding in de flexbranche nog steeds op is gebaseerd. In zijn tijd bij Luba en PSC is Reijmers actief geweest binnen diverse werkgroepen en commissies zowel binnen de ABU als de NBBU. X

Verlonen in vaksectoren ook in 2017 weer financieel interessant!

Nu het UWV de premies voor de Whk en voor de sectorfondsen voor 2017 heeft gepubliceerd, heeft FlexKnowledge berekend of het ook in 2017 aantrekkelijk is voor uitleners om te verlonen in vaksectoren. En ik verzeker u: dat is het!

Wat is verlonen in vaksectoren ook alweer?
Kort gezegd is verlonen in vaksectoren: verlonen van uitzendkrachten in een andere sector dan sector 52, Uitzendbedrijven. Al eerder heb ik hierover gepubliceerd:
Lagere kostprijs met andere sectorindeling?
Indeling in vaksector serieus alternatief voor sector 52?

Sectorverloning is mogelijk als afscheid wordt genomen van het uitzendbeding en er een duidelijke populatie van uitzendkrachten is aan te wijzen die onderling vergelijkbare werkzaamheden doen. De maximaal 78 weken uitsluiting loondoorbetaling kan gewoon toegepast blijven worden.

Het voordeel van verloning in andere sectoren dan sector 52, is dat de premie Sectorfonds en de premie Whk (veel) lager zijn. Het nadeel is dat u zelf verantwoordelijk bent voor het ziekteverzuim tijdens de overeenkomst; toepassing van het uitzendbeding is immers niet toegestaan. Daarnaast zouden andere pensioenfondsen dan StiPP van toepassing kunnen worden. Over dat laatste leest u hier meer.

De afgelopen jaren hebben we binnen FlexKnowledge zeer veel ervaring opgedaan met de invoering van sectorverloning bij onze opdrachtgevers. 100% van de door ons verzorgde trajecten is gerealiseerd op de manier die we dankzij onze grondige analyse van de bestaande situatie hadden voorspeld en vervolgens hebben aangevraagd bij de Belastingdienst. Soms betekende dit de oprichting van een nieuwe vennootschap, maar ook binnen de bestaande vennootschap zijn zeker mogelijkheden voor inrichting van sectorverloning. Beide opties hebben hun eigen voor- en nadelen.

Welke ontwikkelingen zijn er te melden?
Sectorverloning heeft de afgelopen jaren flink aan populariteit gewonnen. Enerzijds omdat (inkoopadviseurs van) grote opdrachtgevers dit als voorwaarde stellen om mee te kunnen doen aan een tender en anderzijds omdat het nu eenmaal forse besparingen op de loonsom oplevert.
Voor 2017 zijn er drie ontwikkelingen waardoor het voor nóg meer uitleners interessant wordt om de mogelijkheden te laten onderzoeken:

  • De sectorpremies voor arbeidsovereenkomsten korter dan een jaar in sector 1, Agrarisch en 33, Horeca zijn enorm gedaald en liggen nu ruim onder die van sector 52. De premie Whk van deze sectoren was al fors lager dan die van sector 52.
  • De maximale premie ZW-flex voor alle sectoren behalve 52, is voor grote werkgevers begrensd op 1,40%, terwijl dat in sector 52 maximaal 6,89% is.
  • De maximale premie WGA voor grote werkgevers is voor 2017 2,96%. Voordeel voor uitzenders is dat dit maximum nu ook voor sector 52 geldt. In 2016 was het maximum 8,20%. Voor grote vervuilers betekent dat een forse verlaging van de werkgeverslasten.

Wat zijn de mogelijke besparingen?
Voor de meest gangbare vaksectoren hebben wij hieronder een vergelijking gemaakt. Uitgangspunt is de vergelijking vanuit uitzenden mét uitzendbeding. Voor de premie Whk hebben we de sectorale premies vermeld, zoals die gelden voor kleine werkgevers. Middelgrote en grote werkgevers kunnen hun eigen premies berekenen op de Premiewijzer van UWV, door hem in te vullen voor sector 52 en daarna de sector aan te passen naar de gewenste vaksector.

Van de premie WGA mag 50% bij de werknemer worden ingehouden. In de berekeningen van de mogelijke besparingen hebben we daar rekening mee gehouden.

sector sectorfonds nettoWhk totaal verschil soort functies (niet uitputtend, heel globaal)
sector 52, uitzenden IA 3,68% 4,51% 8,19% administratieve en/of medische functies met uitzendbeding
sector 52,
uitzenden IB + IIB
3,96% 4,51% 8,47%  -0,28% administratieve en/of medische functies zonder uitzendbeding
sector 35,
o.a. gezondheid
0,94% 0,70% 1,64% 6,55% o.a. functies in gezondheidszorg of onderwijs
sector 44, zakelijke dienstverlening II 1,22% 0,45% 1,67% 6,53% o.a. administratief technische functies
sector 45, zakelijke dienstverlening III 1,48% 0,77% 2,25% 5,94% o.a. administratief ondersteunende functies

 

sector sectorfonds nettoWhk totaal verschil soort functies (niet uitputtend, heel globaal)
sector 52, uitzenden IIA 4,40% 4,51% 8,91% productie en/of technische functies met uitzendbeding
sector 52,
uitzenden IB + IIB
3,96% 4,51% 8,47% 0,44% administratieve en/of medische functies zonder uitzendbeding
sector 1, landbouw korte contracten 2,31% 0,62% 2,93% 5,98% o.a. agrarisch medewerkers en hoveniers
sector 12, metaal en techniek 0,70% 0,74% 1,44% 7,47% bijna alle technische ‘maak’-functies
sector 17, detailhandel 2,06% 0,88% 2,94% 5,98% o.a. winkelpersoneel en handmatige inpakwerkzaamheden
sector 20, logistiek 2,34% 1,06% 3,40% 5,51% o.a. magazijnmedewerkers en heftruckchauffeurs
sector 32, goederenvervoer 0,92% 0,84% 1,76% 7,16% o.a. vrachtwagenchauffeurs en bijrijders
sector 33, horeca korte contracten 3,10% 0,92% 4,02% 4,90% vrijwel alle werkzaamheden in restaurants, hotels en café’s
sector 51, algemene industrie 1,19% 0,64% 1,83% 7,08% o.a. geautomatiseerde inpakwerkzaamheden

Hoe lang kan dit nog?
Wat u zich moet realiseren is dat de hierboven vermelde premies zijn afgestemd op de risico’s die werknemers in die sector lopen. Als uitleners de sectoren vervuilen door bijvoorbeeld met weekcontracten te werken, gaan de premies voor alle bedrijven in die sectoren omhoog. Micro voordeel is dan macro nadeel.

FlexKnowledge vindt dat uitleners die aan sectorverloning doen, hun verantwoordelijkheid moeten nemen en contracten aan hun werknemers moeten aanbieden van minimaal een maand, maar liever nog van 3 maanden of langer. Dan komen de risico’s meer in lijn te liggen met die van ‘gewone’ werkgevers en werknemers in de sector.

Langere contracten betekent wel dat het ziekteverzuim tijdens het contract moet worden beheerst. Gezien de potentiële besparingen dankzij toepassing van sectorverloning is daar ons inziens voldoende financiële ruimte voor. Het is echter lastig om goede arbodienstverlening te vinden voor gedetacheerde werknemers. Onze ervaring is dat gewone arbodiensten niet snappen wat uitzenden is. Acture en FlexCom4 leveren weliswaar goede verzuimbegeleiding, maar willen hun diensten in principe alleen leveren in combinatie met eigenrisicodragerschap. En dat is in combinatie met sectorverloning eigenlijk nooit aantrekkelijk. Dat komt door de premiestelling van de verzekeraar die gebaseerd blijft op sector 52 en die is bijna altijd hoger dan in de vaksectoren.

Daarom is FlexKnowledge inhoudelijk betrokken bij de ontwikkeling van een arbodienst die speciaal is opgezet voor gedetacheerde werknemers. Doel is om daar op 1 januari 2017 mee te starten. U gaat daar binnenkort uiteraard veel meer van horen!

Wil u meer weten over sectorverloning of de arbodienst? Neemt u dan contact met ons op, wij staan u graag te woord.

Marcel Reijmers, partner FlexKnowledge

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek