loading
views

Rechtspraak: Werkgevers Bouw niet verplicht huisvesting arbeidsmigranten te vergoeden

Rechtspraak: Werkgevers Bouw niet verplicht huisvesting arbeidsmigranten te vergoeden

Werkgevers in de bouw zijn niet verplicht om per definitie de huisvesting van arbeidsmigranten te vergoeden.

Dat heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dinsdag geoordeeld in de zaak tussen FNV en Aelbers Personeelsdiensten. Zie het Arrest van het Hof

Het Hof weerlegt daarmee de uitleg van de FNV over artikel 55 van de CAO Bouwnijverheid.

Artikel 55
Artikel 55 stelt dat voeding, behoorlijke huisvesting en een vergoeding voor verdere noodzakelijke verblijfskosten van een medewerker van een bouwplaats voor rekening van de werkgever komen als het werk zo ver van zijn woning is gelegen dat het dagelijks huiswaarts keren van de medewerker onredelijk zou zijn.

De FNV legde dit artikel zo uit dat bij arbeidsmigranten altijd moest worden uitgegaan van hun woning in het land van herkomst. Dit betekende dat een werkgever met arbeidsmigranten in dienst te allen tijde huisvesting en verblijfskosten moest vergoeden, zelfs als de arbeidsmigrant een tijdelijke woning in Nederland had.

ET-regeling
De uitzendonderneming kan voor dit soort huisvestingskosten van arbeidsmigranten gebruikmaken van de ET-regeling, de Extra Territoriale-regeling. Dankzij deze regeling kan een werkgever deze extra kosten aan de buitenlandse kracht onbelast vergoeden of vrij verstrekken. Door de uitleg van de FNV ontstond onduidelijkheid of uitzendondernemingen in de bouw wel of geen gebruik van de ET-regeling konden maken.

NBBU-lid Aelbers
Het NBBU-lid Aelbers Flexibele Personeelsdiensten B.V. en de FNV stapten vorig jaar gezamenlijk naar de rechter voor een uitspraak over de omstreden uitleg van artikel 55. Aelbers sprak, in het licht van andere artikelen uit de Bouw-cao en gangbare normen rondom dezelfde bepaling uit andere cao’s, van een onredelijke en onaannemelijke uitleg van het begrip woning.

Het Hof stelt Aelbers nu opnieuw in het gelijk, nadat de kantonrechter eerder al had gesteld dat de uitleg van de FNV ten aanzien van arbeidsmigranten in de bouw niet als zodanig logischerwijs uit de cao-bepaling voortvloeit. De huisvesting van arbeidsmigranten hoeft dan ook niet per definitie te worden vergoed door de werkgever en uitzendondernemingen kunnen ook zonder bezwaar de ET-regeling toepassen.

Overwinning
Tot er een rechterlijke uitspraak lag, hadden uitzendondernemingen formeel alleen deze uitleg van de FNV. Hierdoor bleef er sprake van een onduidelijke situatie. De uitspraak van het Hof betekent in de eerste plaats een grote overwinning voor uitzendonderneming Aelbers. Maar dat geldt evenzeer voor alle andere uitzenders die op bonafide wijze werkzaam zijn in de bouwsector en die te maken hadden met de onwerkbare en onredelijke situatie rondom artikel 55 in de afgelopen periode.

Reactie NBBU
De Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) is verheugd dat het Hof tot dezelfde conclusie is gekomen als de kantonrechter. “We zijn blij dat hiermee na een lange periode eindelijk een positief einde volgt voor uitzendonderneming Aelbers en ook eindelijk duidelijkheid is ontstaan voor de uitzendbranche rondom de toepassing van artikel 55.

Wij hebben ons de afgelopen jaren intensief beziggehouden met de onwenselijke uitwerking van de uitleg van artikel 55. Er zijn veel gesprekken gevoerd over de interpretatie met cao-partijen in de bouwsector, we dienden bezwaar in tegen de algemeenverbindendverklaring van de Bouw-cao en ook stelden we dit onderwerp meermaals ter discussie in de SNCU. Helaas was de FNV niet bereid tot overleg en kon uiteindelijk alleen een gang naar de rechter oplossing bieden.”

Bron: NBBU, 27 oktober 2016

Reactie FNV: ‘Kabinet nu aan zet om oneerlijke concurrentie tegen te gaan’
Janna Mud, sectorhoofd Bouw bij de FNV, noemt de uitspraak van het gerechtshof enorm teleurstellend. “Er gaan nu echte banen verloren omdat het Hof toestaat dat een uitzendkracht van over de grens goedkoper is dan iemand van om de hoek.”
De FNV heeft nog twee opties: cassatie bij de Hoge Raad en actie van het kabinet. Volgens Janna Mud zijn staatssecretaris Wiebes (Financiën en Belastingzaken) en minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) nu aan zet zijn. “Wij willen dat het kabinet de zogenoemde ET-regeling aanpakt. Er moet echt een einde komen aan deze belastingtruc. Het kan toch niet zo zijn dat de belastingbetaler moet meewerken aan oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant is er de Wet Aanpak Schijnconstructies om oneerlijke concurrentie tegen te gaan, en aan de andere kant beslist een rechter dat oneerlijke concurrentie prima is. Hiermee ondergraaf je het principe gelijk loon voor gelijk werk volledig.”

Bron: FNV, 27 oktober 2016

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek