loading
views

Aanvang bedenktermijn werknemer vanaf moment overeenstemming

Aanvang bedenktermijn werknemer vanaf moment overeenstemming

Aanvang bedenktermijn werknemer vanaf moment van overeenstemming
In zijn uitspraak van 10 februari 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:996) heeft de kantonrechter te Rotterdam overwogen, dat de bedenktermijn – waarbinnen een werknemer een beëindigingsovereenkomst zonder opgaaf van reden binnen 14 dagen schriftelijk kan ontbinden – een aanvang neemt op de datum waarop de werknemer de beëindigingsovereenkomst heeft gedateerd en ondertekend. De uitspraak van de kantonrechter te Leiden van 21 juli 2016 (ECLI:NL:RBDHA:2016:8371) kent een minder stringente toepassing van wettelijke regeling omtrent de bedenktermijn, waarin wordt overwogen dat de bedenktermijn op een eerder moment een aanvang neemt, althans kan nemen.

Casus
De zaak – waarin de kantonrechter te Leiden heeft voorzien – ziet op een werkgever en een werknemer, die reeds langere tijd een moeizame arbeidsrelatie onderhouden. De werkgever heeft de werknemer de mogelijkheid van een beëindiging van het dienstverband in overweging gegeven, waarna partijen – onder begeleiding van hun respectievelijke juridische adviseurs c.q. gemachtigden – in overleg zijn getreden over de beëindiging van het dienstverband. Na (naar wordt aangenomen) zorgvuldig overleg – waarbij onder meer meerdere versies van de concept beëindigingsovereenkomst zijn besproken – bevestigt de gemachtigde van de werknemer per email van 29 januari 2016, dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De beëindigingsovereenkomst – waarin deze voorwaarden zijn neergelegd, waaronder het recht van de werknemer om de beëindigingsovereenkomst te ontbinden binnen de bedenktermijn – wordt daarentegen niet door partijen ondertekend. Om diens moverende reden beroept de werknemer zich per email van 16 februari 2016 om diens recht de beëindigingsovereenkomst te ontbinden.

De kantonrechter te Leiden oordeelt, dat de werknemer niet binnen de geldende bedenktermijn gebruik heeft gemaakt van diens recht om de beëindigingsovereenkomst te ontbinden. Hiertoe overweegt de kantonrechter – onder meer – dat de bedenktermijn ten doel heeft om: a) te voorkomen, dat de werknemer onder druk van de werkgever instemt met beëindiging van zijn dienstverband, terwijl hij de gevolgen van de beëindiging onvoldoende overziet; en b) de werknemer de mogelijkheid te bieden juridisch advies in te winnen. Daarnaast behelst het wettelijke vereiste – dat de beëindigingsovereenkomst schriftelijk dient te zijn aangegaan – de waarborg dat de werknemer de gevolgen van de beëindiging voldoende heeft overwogen. Onder verwijzing naar rechtspraak, wordt voorts overwogen dat aan het schriftelijkheidsvereiste kan worden voldaan, wanneer een akkoord is gegeven middels email of whatsapp.

De juridisch adviseurs van partijen hebben onderhandeld over beëindiging van het dienstverband – waaronder begrepen over de concept beëindigingsovereenkomst, waarin de gebruikelijke essentiële bepalingen omtrent een beëindiging met wederzijds goedvinden zijn neergelegd – hetgeen heeft geleid tot de bevestiging van de gemachtigde van de werknemer, dat overeenstemming is bereikt. Dientengevolge zijn de belangen van de werknemer – die de bedenktermijn beoogd te beschermen – voldoende gewaarborgd en is de beëindigingsovereenkomst schriftelijk tot stand gekomen middels het akkoord per email van de gemachtigde van 29 januari 2016. Omdat de werknemer pas na 14 dagen op 16 februari 2016 per email meedeelt de beëindigingsovereenkomst te willen ontbinden, wordt te laat gebruik gemaakt van het recht op ontbinding.

Conclusie
Deze bedenktermijn dient ter bescherming van de werknemer, wanneer hij met de werkgever een beëindigingsovereenkomst sluit. Uit zowel de uitspraak van de kantonrechter te Rotterdam, als de uitspraak van de kantonrechter te Leiden kan worden afgeleid, dat het afhankelijk is van de omstandigheden van het geval wanneer de bescherming van de werknemer (tegen lichtvaardig of ongewild handelen) voldoende is gewaarborgd. Het komt desalniettemin aannemelijk voor, dat de belangen van de werknemer (eerder) voldoende worden geacht te zijn gewaarborgd, wanneer partijen hebben onderhandeld over de beëindigingsovereenkomst en de werknemer juridisch is bijgestaan in dit onderhandelingstraject. Hiervan uitgaande, is het raadzaam ermee rekening te houden dat de bedenktermijn een aanvang kan hebben genomen, wanneer overeenstemming – over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd – schriftelijk c.q. digitaal is bevestigd.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek