loading
views

Reactie ABU op rapport SOMO/Fairwork

Reactie ABU op rapport SOMO/Fairwork

ABU reageert op het vandaag verschenen SOMO/Fairwork rapport ‘Profiting from dependency’.

In het rapport vestigen onderzoekers de aandacht op misstanden op de Nederlandse uitzendmarkt en pleiten zij voor de bestrijding ervan. ABU geeft aan zich hier bij aan te sluiten. De branchekoepel is het echter niet eens met de conclusie van SOMO en Fairwork, dat de zelfregulering binnen de uitzendsector niet werkt.

Hieronder de volledige reactie, zoals gepubliceerd op ABU.nl:

Het probleem dat SOMO en Fairwork adresseren vraagt aandacht van de overheid en de sector zelf. De ABU was in 2002 de eerste partij in Nederland die de politiek wees op misstanden op de Nederlandse arbeidsmarkt. Sindsdien werken overheid en uitzendsector nauw samen om het net rond malafide organisaties, personen en ketens te sluiten.

Samenwerking publiek privaat
SOMO en Fairwork veronderstellen dat misstanden op de arbeidsmarkt niet zouden voorkomen als de overheid een vergunningsplicht zou introduceren voor uitzendondernemingen. Dat blijkt geenszins uit hun recente onderzoek. De ABU gelooft – in tegenstelling tot wat SOMO en Fairwork concluderen – dat zelfregulering in combinatie met overheidstoezicht en intensieve samenwerking tussen publieke handhavers en private instanties dé manier is om de branche te reguleren en de malafiditeit aan te pakken. Er is geen branche in Nederland die de afgelopen jaren zoveel heeft geïnvesteerd in regulering middels de oprichting van de SNCU (cao-politie), SNA (Stichting Normering Arbeid) en SNF (keurmerk huisvesting). Het kan altijd beter en daar werkt de ABU in samenwerking met de overheid ook hard aan.

Als de overheid een vergunning invoert, valt het draagvlak en de toegevoegde waarde van private certificering weg. Uit het verleden is bovendien gebleken dat ook een uitzendonderneming met een overheidsvergunning kan frauderen, zaken bewust kan achterhouden en zich kan onttrekken aan de regels. Daarom is regulering en handhaving met de steun vanuit de sector effectiever dan dat de overheid alles doet. De ABU vindt dat regels niet het probleem zijn, maar vooral een consequente handhaving ervan.

Handhaving uitgebreider en slimmer
Overheid, de politie en het Openbaar Ministerie beschikken over de benodigde bevoegdheden om misstanden, waarvan SOMO en Fairwork voorbeelden geven, aan te pakken. Wat de ABU betreft moet de handhaving niet alleen uitgebreider, maar ook slimmer. Sinds 2012 hebben we een registratieplicht in Nederland die bijhoudt welke ondernemingen in Nederland arbeid ter beschikking stellen. 8.000 Ondernemingen hiervan worden niet gecontroleerd door SNA (Stichting Normering Arbeid) en kunnen opereren zonder enige vorm van toezicht. Dat wil niet zeggen dat zij allemaal fout zijn, maar de ABU roept de Inspectie SZW en de Belastingdienst op hun capaciteit in te zetten op ondernemingen die zich bewust buiten iedere vorm van toezicht houden.

Regulering van de uitzendbranche heeft niet stilgestaan
De oproep van SOMO en Fairwork tot meer overheidsregulering verwijst naar het onderzoek ‘Lessen uit recente arbeidsmigratie’ (Lura) van de Tweede Kamer uit 2011. De toenmalige onderzoekers adviseerden de regering een registratieplicht en een ketenaansprakelijkheid te introduceren voor uitzenders. Dit is gebeurd. Sinds 2012 is het voor alle ondernemingen die arbeid ter beschikking stellen verplicht zich als zodanig te registreren bij de Kamer van Koophandel.

Sinds juli 2015 is er een ketenaansprakelijkheid van het verschuldigde loon. De indruk van SOMO en Fairwork dat de kabinetten Rutte-I en Rutte-II niets met de aanbevelingen van ‘Lura’ uit 2011 hebben gedaan, deelt de ABU niet. In tegendeel: de overheid en de uitzendbranche hebben gezamenlijk afspraken gemaakt over scherpere controle en flankerend beleid voor de naleving van wet- en regelgeving.

Tot slot
SOMO en Fairwork hebben tussen 2012 en 2016 honderd Poolse uitzendkrachten geïnterviewd. Volgens cijfers van het CBS werken jaarlijks tussen de 100.000 en 200.000 EU-arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa in Nederland. De helft daarvan werkt niet via een uitzendbureau. De omvang van het onderzoek maakt het lastig om feiten en conclusies uit elkaar te halen. Wij vinden het dan ook jammer dat er tot op heden nog geen direct contact is geweest tussen SOMO en Fairwork over dit onderzoek.

Bron: ABU.nl, 28 juni 2016

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek