loading
views
0 reacties
Hendarin Feyli Sander van Riel

Implicaties Wet gedetacheerde buitenlandse werknemers in NL

Hendarin Feyli is advocate flexibele arbeid en partner bij Van Riel & Feyli Advocaten. Zij is ook promovenda aan de Universiteit van Utrecht; het onderzoek richt zich op de beïnvloeding van de rechtspositie van de werkgever en/of de werknemer door de wettelijke instrumenten aangaande ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Zij is tevens schrijver van columns voor Service Management. Sander van Riel is advocaat flexibele arbeid en partner bij Van Riel & Feyli Advocaten. Hij is tevens docent Arbeidsrecht bij Avans Hogeschool. Van Riel & Feyli Advocaten is een advocatenkantoor gespecialiseerd in Onderneming en Arbeid, met een focus op flexibele arbeid. Het kantoor staat (nationale en internationale) werkgevers bij inzake allerlei vraagstukken op het gebied van (flexibele) arbeid binnen de onderneming. X

In een reeks van vier columns nemen wij u mee in de toekomstige wereld van ‘gedetacheerde buitenlandse werknemers in Nederland’.
Zie onze eerste column in deze serie. Hieronder leest u de tweede column.

| Wetsvoorstel
arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU
|


Zoals reeds op 8 maart j.l. bekend gemaakt ligt momenteel het wetsvoorstel arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie bij de Tweede Kamer. Dit is ter implementatie van de zogenoemde Handhavingsrichtlijn. De centrale vraag die wij gaan beantwoorden is wat dit wetsvoorstel voor buitenlandse dienstverrichters gaat betekenen.
De belangrijkste veranderingen in het wetsvoorstel zijn: de mogelijkheid van gegevensuitwisseling, grensoverschrijdende boete-inning, ketenaansprakelijkheid voor loon en de meldingsplicht voor buitenlandse ondernemingen als zij tijdelijk werk komen verrichten in Nederland.
Inmiddels is er wat meer duidelijkheid gegeven over een aantal onderwerpen uit het wetsvoorstel.

Meldplicht en meldingssysteem
Een dienstverrichter die met meerdere werknemers naar Nederland komt om tijdelijk werk te verrichten, kan één melding doen waarbij hij de identiteit van alle werknemers opgeeft. De ontvanger van de dienst in Nederland ontvangt een afschrift van de gedane melding waarop de duur van de klus staat vermeld en de identiteit van de werknemers. De dienstontvanger is volgens de definitie van het wetsvoorstel “een onderneming die in Nederland is gevestigd waarvoor de diensten worden verricht”. Ook in het geval van onderaanneming door een buitenlandse dienstverrichter blijft de Nederlandse opdrachtgever (en dus niet de buitenlandse hoofdaannemer van het werk) de ontvanger van de dienst. Hij is dus verplicht de melding te verifiëren. In het geval van onderaanneming kan er sprake zijn van twee of meer dienstverrichters uit een andere lidstaat die moeten melden: de hoofdaannemer die met werknemers naar Nederland komt om hier de klus te klaren en één of meer onderaannemers. De meldingsplicht geldt in principe voor alle ondernemingen die tijdelijk in Nederland een dienst komen verrichten.

In het wetsvoorstel zijn voor twee categorieën uitzonderingen gemaakt op de meldingsplicht. De eerste uitzondering is voor het personen- en goederenvervoer, behalve cabotage-activiteiten. De tweede uitzondering is voor kleine dienstverleners (ondernemingen met minder dan 10 werknemers) die regelmatig in Nederland een dienst verrichten. De exacte voorwaarden van de uitzonderingen moeten nog nader worden uitgewerkt.

Als het allemaal verloopt zoals het moet gaan, dan moet het digitale meldingssysteem op 1 januari 2018 gereed zijn. De meldingsplicht zal daarom niet voor deze datum in werking treden. De plicht om een contactpersoon aan te wijzen gaat wel eerder in, omdat dit directe werking heeft. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt voor de Inspectie SZW om tijdens controles vragen te laten beantwoorden door een persoon die weet waar het over gaat en indien nodig documenten kan aanleveren.

Gegevensuitwisseling
Met het wetsvoorstel wordt gegevensuitwisseling tussen de handhavende instanties in diverse lidstaten mogelijk gemaakt. Om het wetsvoorstel straks tot een succes te laten worden is een goede handhaving onontbeerlijk. Dit kan niet zonder een intensievere samenwerking tussen de verschillende instanties in de werk- en zendlanden. Lidstaten zijn verplicht elkaar wederzijdse bijstand te verlenen bij onderzoeken en op verzoek boetes te innen die zijn opgelegd in een andere lidstaat.

Harde kern arbeidsvoorwaarden en Detacheringsrichtlijn
Minister Asscher heeft laten weten dat voor de uitleg van de ‘harde kern van arbeidsvoorwaarden’ men nog steeds gebonden is aan de Detacheringsrichtlijn en de daaruit voortvloeiende nationale wetgeving. Het wetsvoorstel heeft naar zijn mening geen uitbreiding van deze harde kern van arbeidsvoorwaarden tot gevolg. Het zou enkel een vastlegging betreffen van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Daar kan men anders over denken. Met betrekking tot de uitbreiding van de reistijdvergoeding heeft Minister Asscher bevestigd dat dit als deel van de harde kern van de arbeidsvoorwaarden wordt gezien. Hij zegt echter daarover wel dat in de jurisprudentie van het HvJ EU en in de Nederlandse jurisprudentie is vastgesteld dat het bij de bepaling van deze reistijdvergoeding gaat om reistijd van de tijdelijke verblijfplaats van de gedetacheerde werknemers naar de werkplek. Dit zou dan betekenen dat ook Minister Asscher het standpunt kennelijk deelt dat het vertrekpunt bij een reiskostenvergoeding niet het land van herkomst is, maar dus de verblijfplaats in Nederland. Tot slot wordt aangegeven dat na de wijziging van de Detacheringsrichtlijn aan het wetsvoorstel slechts nog een aantal nieuwe bepalingen zan worden toegevoegd.

Boetebeleid
Wat betreft het boetebeleid zullen er nog nadere regels volgen voor wat betreft de feitelijke boetebedragen. Het boetemaximum (per 1 januari 2016 € 20.250,00) zal enkel bereikt worden bij herhaalde recidive. Bij het vaststellen van de hoogte van de boete zijn de navolgende omstandigheden relevant; of de dienstverrichter met of zonder opzet heeft gehandeld en of voor de eerste keer de meldingsplicht of informatieplicht niet is nagekomen.

Er komt langzamerhand wat meer duidelijkheid over de verdere invulling van het wetsvoorstel. Minister Asscher heeft een eerste stap gezet. Over onder meer de meldplicht, de uitbreiding van de harde kern van arbeidsvoorwaarden en verhouding tussen het wetsvoorstel en het voorstel van de Europese Commissie om de Detacheringsrichtlijn aan te passen is getracht meer duidelijkheid te geven. Wij zijn er echter nog niet. Nadere lagere regelgeving zal de exacte uitwerking van het wetsvoorstel vorm moet gaan geven. De praktische invulling door uiteindelijk de dienstverleners zal beslissend zijn voor het succes van dit wetsvoorstel.

Hendarin Feyli en Sander van Riel, Advocaten te Oisterwijk

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek