loading
views

Hoe verder na afschaffing VAR en invoering Wet DBA?

Hoe verder na afschaffing VAR en invoering Wet DBA?

Interview met Karl van der Horst – The Compliance Factory BV

Karl van der Horst maakt deel uit van de Werkgroep DBA en de klankbordgroep DBA. Deze werkgroepen overleggen onder meer met het Ministerie en de Belastingdienst over de implementatie van de Wet DBA en hoe beheersmaatregelen en handhaving vorm kunnen en zouden moeten krijgen. Daarbij is het aansluiten op de maatschappelijke ontwikkelingen rondom zelfstandigheid en het inregelen van zekerheden en duidelijkheid voor alle betrokkenen het primaire doel van de Werkgroep. Van der Horst stond aan de wieg van de VAR. Hij beantwoordt vragen over de recente ontwikkelingen.

“De VAR (verklaring arbeidsrelatie) heeft van 2004 tot voorjaar 2016 dienst gedaan,” zo vertelt hij. “Daar is een periode van vijf jaar voorbereiding en tien jaar convenanten aan vooraf gegaan. De opkomst van zelfstandigen noodzaakte in die tijd al tot een vorm van vrijwaring voor loonheffingen. De VAR, hoewel niet verplicht, gaf opdrachtgevers de zekerheid dat ze achteraf niet konden worden aangeslagen voor loonheffingen. Daardoor kreeg de VAR van meet af aan een belangrijke rol bij de inzet van zelfstandigen.

In de economische crisis (2008 t/m 2012) waren situaties ontstaan waar de VAR niet voor was bedoeld. Dat werkte misbruik van de VAR in de hand. Bij gebrek aan handhaving en onvoldoende rechtsmogelijkheden ontstond voor Staatssecretaris Wiebes een situatie, waarin hij voor een – in mijn ogen – zeer destructieve oplossing heeft gekozen: afschaffing van de VAR.

Bij gebrek aan visie en onderbouwing sneuvelden de VAR-webmodule en het wetsvoorstel Beschikking Geen Loonheffing (BGL). In nog geen twee maanden werd de Wet Deregulering geannonceerd als alternatief en ondanks het feit dat er ook nu een zeer discutabele wet ligt, is het wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties door de Tweede Kamer en ook door de Eerste Kamer geloodst.

Voor velen kwam het akkoord in de Eerste Kamer onverwacht, omdat er nog veel vragen zijn over de uitvoering van de Wet DBA. De wet gaat in op 1 mei 2016 en heeft een overgangsperiode tot 1 mei 2017. Vanaf 1 mei 2016 start de Belastingdienst al met handhaven. Wat de meetpunten voor handhaving en beheer zijn, moet nog worden uitgewerkt.
De modelovereenkomsten die er nu zijn, worden door velen (adviseurs, specialisten, juristen) naar de prullenbak verwezen, bij gebrek aan duidelijke richtlijnen voor handhaving en zeer veel interpretatieruimte, wat een onzeker gevoel oproept.”

Waarom leidt afschaffing VAR tot zoveel onrust?
“Het is de bedoeling dat de Wet DBA zich richt op toetsing voor de loonheffingen en geen consequenties voor de inkomstenbelasting achterlaat, maar zo eenvoudig is dat niet.
Ik lees en constateer dat er veel te weinig kennis bestaat omtrent de consequenties van de nieuwe situatie.
Dat begint bij de Staatssecretaris en eindigt bij de zelfstandigen. Deze actie haalt voor alle betrokkenen het beetje zekerheid over de inhuur van zelfstandigen weg en zal onze economie op meerdere manieren negatief beïnvloeden als het gaat om werkgelegenheid en duurzaamheid.

Terug in de tijd
In feite gaan we 40 tot 50 jaar terug in de tijd, naar de periode van de Wet op de Loonbelasting uit 1964, toen er nog geen kadering was voor de positie van de zelfstandige. Wanneer de Wet op de Loonbelasting strikt wordt toegepast kunnen opdrachtgevers worden geconfronteerd met een naheffingsaanslag die te allen tijde buitenproportioneel zal zijn. Het risico van directe naheffing en brutering komt daarmee weer in beeld.

Het is niet verwonderlijk dat in de afgelopen weken opdrachtgevers massaal de samenwerking met zzp’ers heroverwegen en/of de zelfstandigen onderbrengen bij intermediairs.
Of daarmee de oplossing wordt bereikt, hangt af van het succes dat behaald kan worden door de Werkgroep bij het verdedigen van de belangen van zelfstandigen, intermediairs en opdrachtgevers.

Het hangt ook af van de vraag in hoeverre de Belastingdienst rekening wil houden met achterhaalde regelgeving ten opzichte van de maatschappelijke rol en het belang van zelfstandigen in onze economie.

De Belastingdienst zal opdrachtgevers aanpakken die misbruik en schijnzelfstandigheid (bewust) gestimuleerd hebben. Die zijn wel bekend. Dat scheelt veel werk en is effectiever dan de controle van heel veel kleine zelfstandigen op eventuele schijnzelfstandigheid. Dat daarmee ook angst wordt gecreëerd bij bedrijven met de juiste intenties en dat daarmee macro-economische schade ontstaat, neemt men op de koop toe.”

Uitvoerbaarheid van modelovereenkomsten voldoende doordacht?
“Nee! Heel duidelijk niet. Dat blijkt ook wel, want recent zijn enkele modelovereenkomsten, die waren goedgekeurd, maar door velen al op inhoud waren ‘afgeschoten’, publiekelijk door Staatssecretaris Wiebes bestempeld als onjuist. Ook dit bevestigt dat er onvoldoende is nagedacht en er geen visie is op waar het naartoe moet.

De beoordeling van een arbeidsverhouding is niet in een bilaterale of algemene schriftelijke modelovereenkomst te vangen. Zowel in de beschrijving als in de meetbaarheid wordt het een oneindig gevecht tussen interpretatie en praktijk.

De praktijk op de werkvloer kent veel uitvoeringsverschillen. Zolang ieder zich aan de letter van de tekst in de modelovereenkomst houdt, kán het goed gaan. Het is echter onmogelijk om iemand in al zijn doen en laten te controleren. Bovendien kent elke branche, sector en beroepsgroep eigen compliance issues.
Het wordt een gigantische opgave voor de Belastingdienst alle gedetailleerde en goedgekeurde modelovereenkomsten in de praktijk te checken.

Het gevolg zal zijn dat de Belastingdienst dan toch liever de korte weg naar het ‘(fictieve) dienstverband’ bevestigd zal zien en dat via procedures langzamerhand een nieuwe situatie ontstaat die onhoudbaar is. Daardoor zijn we terug bij af, want dan komt er vast en zeker een nieuwe VARiant.

Wat mij hier persoonlijk irriteert is, dat er wat wordt gegrabbeld in een hoge hoed en een bejubelde wet DBA wordt bedacht, waardoor 15 jaar praktijk en werken aan de VAR opzij wordt geschoven, zonder ontvankelijkheid voor het goede dat de VAR biedt en de overweging om aspecten te repareren. Dat laatste heeft veel minder impact én de Belastingdienst krijgt daardoor een veel eenvoudiger route naar de handhaving die altijd is nagelaten vanwege diverse (plausibele) redenen.”

Maakt men zich terecht zorgen over de uitvoering van de wet?
“In de nieuwe situatie zie ik vooral problemen rijzen voor zzp’ers in de zorg, het onderwijs en in de bouw. Die tekenen zich nu al af, met name in de zorgsector. Ook in het onderwijs wordt het zeer lastig om zelfstandigheid aan te tonen. Staatssecretaris Wiebes heeft in het debat in de Eerste Kamer met zoveel woorden gezegd dat wat hem betreft er nooit VAR-verklaringen binnen het onderwijs hadden mogen worden afgegeven. Terwijl er onder bepaalde omstandigheden wel iets te zeggen is voor zelfstandigheid van gespecialiseerde docenten die voor verschillende opdrachtgevers werken en/of leerboeken schrijven/doceren. Die jaag je nu ook de gordijnen in.

Staatssecretaris Wiebes zet de toon, waardoor de Onderwijssector er, naast het enorme lerarentekort, een probleem bij krijgt. Er zullen hierdoor strategische keuzes moeten worden gemaakt tot en met het schrappen van leerrichtingen. Dat doet afbraak aan alle investeringen in onze kenniseconomie en het leidt tot het zogenaamde vlindereffect.
Mij is al door verschillende instellingen verteld dat de kostenverhoging uiteindelijk onvermijdelijk wordt en weer op het bord van het Ministerie terecht gaat komen. Dat voordeel heeft de sector Onderwijs dan weer, maar daarmee schiet de overheid zichzelf dus in de voet.”

Schijnzelfstandigheid?
“De drijfveer voor het invoeren van de wet DBA is het tegengaan van schijnzelfstandigheid.
Ook de Eerste Kamer kwam tot de conclusie dat het probleem van de schijnzelfstandigheid relatief klein is.

Iedere keer als het woord schijnzelfstandigheid valt, stel ik mij de vraag: wat ís dan eigenlijk zelfstandigheid. Hoe en waarmee vergelijken we?

Zelfstandig betekent voor iedereen: voor jezelf zorgen. Vandaag en morgen. Op de manier die jij als zelfstandige voor ogen hebt.

Waar staat de zelfstandige in relatie tot het sociaal/civiel recht, het fiscaal recht, het arbeidsrecht en het verbintenisrecht?

De term zzp (zelfstandige zonder personeel) is op zich al een mislukte duiding. Het gaat om zelfstandigheid en niet om het wel/niet in dienst hebben van personeel, wat weer verwijst naar een ‘echte onderneming’. In dat geval gaat een zelfstandige als ondernemer meebouwen aan werkgelegenheid. Maar de meeste zelfstandigen willen helemaal geen onderneming.

Nu ervaart Staatssecretaris Wiebes de aftrekmogelijkheden als het ‘subsidiëren van zelfstandigen die niets bijdragen aan het sociale stelsel’. Vanzelfsprekend negeert een zelfstandige de ondernemersfaciliteiten niet als die worden aangeboden. Dat aspect kan worden gerepareerd, waardoor de ‘overtuigde zelfstandigen’ overblijven en niemand het hoeft te hebben over schijnzelfstandigheid. Dat zie ik als een achterdeur voor de Belastingdienst waardoor een zelfstandige en diens opdrachtgever alsnog gaan bijdragen aan de schatkist.”

Economie en sociaal stelsel
“De economie is een verzamelterm van alles wat nodig is en wordt gevormd vanuit en voor onze maatschappelijke behoeften. We zien onder invloed van wereldwijde trends dat werkzekerheid steeds minder vaak kan worden geboden. Het kabinet probeert dit proces te keren. Via onder meer de WWZ stuurt het kabinet aan op minder flex, minder zelfstandigheid en meer vaste banen.
Dat is begrijpelijk, want vast werk biedt de samenleving meer continuïteit. Mensen zijn daardoor geneigd om te sparen of een huis te kopen. Stabiel werk draagt ook bij aan een betere onderbouwing van ons sociaal stelsel, omdat daardoor sociale premies en pensioenpremies worden afgedragen. Toch kan de trend die is ingezet sinds de jaren ’80, toen de individualisering en de globalisering op gang kwam, niet zo gemakkelijk worden omgebogen. Ik zie dit als een poging de Titanic te keren bij het sluisje in Vreeswijk in een te smal kanaaltje.”

Scheidslijn tussen VAR en uitkering
“Er spelen ook vraagstukken omtrent sociaal recht. Wie een VAR aanvraagt en ontvangt, neemt bewust afstand van het recht op uitkering.
Door de afschaffing van de VAR, vallen we opeens terug naar de jaren ‘60, toen er geen duidelijke scheidslijn was tussen inkomstenbelasting en loonbelasting. Kamervragen over dit gevolg leverden in het debat uitsluitend ontwijkende antwoorden op.
Op basis van de regelgeving uit de jaren ’60 kan een zelfstandige éénpitter zich aanmelden voor de WW. Door afschaffing van de VAR en invoering van Wdba staan we weer voor die vraagstukken.
Wie gaat daarvoor opdraaien en hoe beïnvloedt dat de uitgangspunten van de inspecteurs?”

Recht op pensioen
“Bij het vaststellen van een dienstverband, in plaats van een arbeidsrelatie op basis van zelfstandigheid, ontstaat ook de vraag of iemand achteraf recht op pensioen kan claimen, wanneer hij onder een CAO viel met een verplicht pensioen. Ook andere zaken kun je daarin betrekken op basis van gelijkstelling met het vaste personeel. Weliswaar zijn we allemaal wat wijzer geworden door de jaren heen, maar daar is de regelgeving niet op aangepast. Ik weet hoe dit in het verleden werd aangepakt. Het roept bij mij het gevoel op dat we een doos van Pandora openen.”

BTW
“Ook de behandeling van de BTW – onderdeel van het contract tussen zzp’er en opdrachtgever – wordt een issue. Had die wel of niet mogen worden berekend? Hoe te handelen bij schijnzelfstandigheid?

Met andere woorden: de wet DBA raakt veel fiscale gebieden, zonder dat er doordacht beleid voor bestaat. Misschien – zo denk ik soms – is het zelfs wel de opzet dat er chaos ontstaat, waarbij ook de heel slechte oplossingen ruimte krijgen.”

Zelfstandig met behoud van uitkering
“Er is nog een groep onderbelichte zelfstandigen: zij die een WW-uitkering hebben en zich ook hebben aangemeld als zelfstandige. Zij hebben de gelegenheid gekregen om tijdens hun UWV-periode zelfstandig te worden met behoud van uitkering. Na drie of zes maanden blijkt pas of ze echt als zelfstandige doorgaan. Wat is hun status binnen de criteria van zelfstandigheid (urencriteria, winstoogmerk, fiscale rechten, et cetera)? Waar kan een opdrachtgever dan op rekenen? Een naheffing? Dan heeft het UWV iemand de zelfstandigheid in gedirigeerd en zo een werkloze minder, die na een jaar terugvalt in de bijstand, waarmee het probleem op het bord van de Gemeenten ligt. Zo worden de cijfers van het UWV opgepoetst en worden de uitkeringslasten gedrukt. Dit soort situaties zullen worden gebruikt om aan te tonen dat schijnzelfstandigheid als punt van kritiek blijft bestaan.

Op al deze vragen heeft staatssecretaris Wiebes in het debat slechts één antwoord hoeven te geven: ‘De Belastingdienst gaat meebewegen’. Hoe dat eruit ziet en of dat ook in de (ongewijzigde) uitvoeringsregels haalbaar is? Voorlopig zijn het zalvende woorden voor de Bühne.

Er blijft teveel ruimte voor onzekerheid terwijl het gaat om regelgeving. Hoeveel capaciteit heeft de Belastingdienst voor deze flexibele opstelling als tot nu toe nog nooit grote slagen in efficiency zijn bereikt? Met het aangekondigde extra aantal van 60 man personeel kan onmogelijk aan de praktijkbehoefte worden voldaan. Dát feit leeft bij ingewijden, in hun ogen is de geschiedenis daar geen goed referentiekader. Het wordt echt niet eenvoudiger gemaakt.”

Handhaving
Hoe zou de handhaving kunnen worden verbeterd?
“De Belastingdienst zou de samenwerking met intermediairs kunnen intensiveren. Zij hebben de kennis, het bereik (ingeschat aandeel in omzet is 10 tot 15 miljard) en de invloed.
Die samenwerking zou kunnen worden geborgd met een keurmerk, net zoals in het uitzendwezen is gebeurd (SNA-certificering, NEN-4001, van waaruit bescherming voor opdrachtgevers volgt).

Dan wordt er werkelijk iets gedaan aan het ontlasten van de werkdruk voor de Belastingdienst.
Anders rest de weg van de Rechtspraak. Onvermijdelijk volgt jurisprudentie in de aankomende tijd. In maart 2017 zijn we dan een paar stappen verder en wordt daarop gerepareerd.
Het is eigenlijk bizar dat door gebrek aan handhaving een wet wordt afgeschaft in plaats van deze te repareren op de zwakke plekken. Nu ontstaat een omstandigheid die geldverslindende procedures nodig heeft en die toch weer tot reparatie zal leiden.”

Wiebes trekt in de tussentijd in mijn ogen de stekker uit het zelfstandig ondernemerschap. En dat voor een VVD-er. Het is oude wijn in een nieuwe zak, die helaas zo lek is als een mandje.
Met de actie van de Staatssecretaris wordt geen oplossing neergezet die toekomstbestendig is.

De uitdaging waar we met z’n allen voor staan, zit in de aanpassing van onze percepties over werk, duurzaamheid en inkomensgarantie op korte en lange termijn. Daarin moet het verschil tussen ondernemen en zelfstandigheid worden meegenomen.

We moeten niet bang zijn om de grote verschillen in de belastingheffing tussen ondernemers en niet-ondernemers aan te pakken en het ongelijke speelveld weg te halen.

Daarnaast zouden de regeldruk en de risico’s voor werkgevers moeten worden teruggebracht.
Maak het interessanter om mensen in dienst te nemen en besef dat lifetime employment onmogelijk is als de lifecycle van een bedrijf rondom de tien jaar ligt.
Dat wordt alleen maar korter door de globalisatie en de invloed van internet.”

Nieuw tijdperk vraagt nieuw beleid
“We zitten in een nieuwe Industriële Revolutie. En daar hoort een ander fiscaal en sociaal stelsel bij. Die stelsels moeten worden aangepast. Daar ligt een schone taak voor de regeringspartners. Natuurlijk vanuit samenwerking met de betrokkenen en niet alleen vanuit het oogmerk ‘zieltjes te winnen’.

Om het gebruik van flex te kunnen blijven faciliteren, zullen we ons nu moeten voorbereiden op het ontwerpen van zorgvuldige modelovereenkomsten.

De voorbeelden van modelcontracten die nu beschikbaar zijn bij de Belastingdienst zijn, zijn nog niet goed doordacht. Alle woorden in de overeenkomst zullen moeten worden gewogen.
Ook alle consequenties per branche, sector, per bedrijf of per beroep zullen moeten worden afgewogen. Mijn jarenlange expertise op dit terrein zet ik daarvoor in, onder meer via het geven van seminars en voorlichting, toegespitst op de verschillende branches/sectoren.”

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek