loading
views

Werkgever hoeft recht op transitievergoeding niet te melden

| Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding | Regeling looncomponenten en arbeidsduur |

Een medewerker van Timing heeft van zijn werkgever alsnog transitievergoeding geëist via de kantonrechter.

De medewerker werkte bij Timing op basis van een vaststellingsovereenkomst. Timing had het recht op transitievergoeding moeten melden, aldus de betreffende werknemer.
De rechter oordeelde dat de werkgever niet verplicht is dit te melden. De transitievergoeding werd door de rechter (kantonrechter Rechtbank Midden-Nederland) niet achteraf alsnog toegewezen.

Citaat
De kantonrechter overweegt als volgt:
De benaming en de vormgeving van de tussen partijen gesloten overeenkomst wijzen er, in elk geval op het eerste gezicht, op dat het om een vaststellingsovereenkomst gaat en niet om een opzegging door de werkgever, waarmee door ondertekening van de overeenkomst, door de werknemer is ingestemd. Dit blijkt ook uit de bepaling waarbij partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen ten aanzien van al hetgeen zij op basis van de (beëindiging van de arbeidsovereenkomst te vorderen hebben (zie hiervoor onder 2.2.) In de overeenkomst wordt daarnaast ook nog verwezen naar de bepaling van artikel 7:900 BW (vaststellingsovereenkomst).

Verder heeft Timing tijdens mondelinge behandeling aangegeven dat zij het dienstverband met [verzoeker] wenste voort te zetten, hetgeen door [verzoeker] niet is weersproken. Volgens de werkgever was het [verzoeker] die weg wilde bij Timing om een eigen kapperszaak te beginnen. Deze stelling van werkgever is vervolgens door [verzoeker] niet voldoende gemotiveerd weerlegd, waaruit de kantonrechter afleidt dat [verzoeker] mede heeft aangestuurd op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dit oordeel wordt nog versterkt door het feit dat [verzoeker] reeds elders had gesolliciteerd.

Tot slot blijkt uit de considerans van de vaststellingsovereenkomst onder c (zie hiervoor onder 2.2.) dat partijen gezamenlijk te kennen hebben gegeven voornemens te zijn het dienstverband niet voort te zetten. De zinsnede in artikel 1 van de overeenkomst (zie hiervoor eveneens onder 2.2.), dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd op initiatief van de werkgever maakt dit oordeel niet anders. Timing heeft hiertegen immers aangevoerd dat deze zin in de overeenkomst is opgenomen omdat beide partijen wensten het recht op een WW-uitkering voor [verzoeker] veilig te stellen. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter een plausibele verklaring, nu het de kantonrechter ook ambtshalve bekend is dat een dergelijke bepaling vaker in vaststellingsovereenkomsten wordt opgenomen ten behoeve van het veiligstellen van het recht op WW-uitkering voor werknemers.

De Wet werk en zekerheid kent geen algemene spreekplicht op grond waarvan werkgevers de transitievergoeding zouden moeten melden in onderhandelingen over een beëindigingsovereenkomst, aldus de kantonrechter. Werknemers die het achteraf niet eens zijn met de beëindigingsovereenkomst, hebben een bedenktermijn van 14 dagen waarbinnen deze overeenkomst ontbonden kan worden.

Bron: Rechtspraak.nl, 14 december 2015

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek