loading
views

De slapende arbeidsovereenkomst – update

De slapende arbeidsovereenkomst – update

De slapende arbeidsovereenkomst – update

In de vorige bijdrage – getiteld ‘De slapende arbeidsovereenkomst van de zieke werknemer’ – is uit de beschikking van de kantonrechter te Gouda van 21 oktober 2015 (AR 2015-1095) afgeleid, dat de mogelijkheid kan bestaan, dat aan de zieke werknemer een billijke vergoeding wordt toegekend, wanneer hij verzoekt om ontbinding van zijn slapende dienstverband.

In antwoord op Kamervragen heeft minister Asscher middels zijn brief van 3 september 2015 zich uitgelaten over het slapende dienstverband. Kortweg stelt minister Asscher zich op het standpunt, dat het in stand houden van een slapend dienstverband onfatsoenlijk werkgeverschap kan behelzen. In dat geval kan de werknemer verzoeken om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar ook om toekenning van een transitie- en een billijke vergoeding.

Het ziet ernaar uit dat bovenbedoelde mogelijkheid tot het indienen van een verzoek tot ontbinding van een slapend dienstverband niet snel zal leiden tot het toekennen van een transitie- en een billijke vergoeding. Dit volgt uit de beschikking van de kantonrechter te Almere van 2 december 2015 (ECLI:NL:RBMNE:2015:8495).

Casus
De werknemer is in 2012 langdurig arbeidsongeschikt geraakt. In de zomer van 2014 heeft een arbeidsdeskundige geoordeeld, dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van werknemer, als gevolg waarvan de werkgever een loonsanctie van 52 weken is opgelegd. Vanaf september 2015 ontvangt werknemer een loongerelateerde WGA-uitkering.
Ondanks het verzoek van de werknemer daartoe, heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst niet beëindigd. Vervolgens verzoekt de werknemer de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding. De werknemer voert in dit verband – onder meer – aan, dat de werkgever probeert te ontkomen aan het betalen van de aan de werknemer verschuldigde transitievergoeding bij beëindiging van het dienstverband.
De werkgever verweert zich met het standpunt dat er geen grond voor ontbinding bestaat, terwijl er geen verplichting op hem rust om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Daarnaast is werkgever een eigen risicodrager, waardoor hij verantwoordelijk blijft voor de re-integratie van werknemer. De werkgever stelt dat hij beter uitvoering kan geven aan zijn verplichtingen als eigen risicodrager, wanneer de werknemer in dienst wordt gehouden.

Toewijzing ontbindingsverzoek, afwijzing verzoek om vergoedingen
Het ontbindingsverzoek van de werknemer wordt door de kantonrechter toegewezen op grond van de door de werknemer gestelde verstoorde arbeidsverhouding.
Het verzoek om toekenning van een transitie- en een billijke vergoeding wordt afgewezen. De kantonrechter overweegt hieromtrent, dat voor toekenning van de transitie- en billijke vergoeding in het onderhavige geval is vereist, dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. Naar het oordeel van de kantonrechter is hiervan geen sprake. In dit verband overweegt de kantonrechter – onder meer – dat er geen verplichting voor de werkgever bestaat om een arbeidsovereenkomst te beëindigen. Onder verwijzing naar bovenbedoelde antwoorden van minister Asscher, overweegt de kantonrechter voorts dat de werkgever andere redenen kan hebben om een dienstverband met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer in stand te houden, bijvoorbeeld om op langere termijn de werknemer te re-integreren. De werkgever in de onderhavige zaak heeft dienovereenkomstig bepleit. Vervolgens overweegt de kantonrechter, dat ook wanneer ervan wordt uitgegaan, dat de werkgever het dienstverband slechts in stand houdt om betaling van de transitievergoeding te voorkomen, ernstig verwijtbaar handelen niet hoeft te worden aangenomen. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis, waarin staat vermeld dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zich slechts in uitzonderlijke gevallen zal voordoen, bijvoorbeeld als de werkgever zijn verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst op grovelijke wijze niet nakomt. Daarvan is geen sprake, aldus de kantonrechter te Almere.

Conclusie
Minister Asscher wijst op de mogelijkheid van de langdurig arbeidsongeschikte werknemer om te verzoeken een slapend dienstverband te ontbinden onder toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding. De kans dat een transitie- en billijke vergoeding wordt toegekend lijkt (zeer) beperkt. De werknemer dient zich dan ook ervan bewust te zijn, dat hij zijn dienstverband prijst geeft zonder de beoogde vergoedingen toegekend te krijgen. De beschikking van de kantonrechter te Almere geeft een aanwijzing hoe wordt geoordeeld over ontbinding van slapende dienstverbanden. Toekomstige rechtspraak zal dienen uit te wijzen of (andere kantonrechters) – in gelijksoortige, dan wel verschillende feitencomplexen – dienovereenkomstig oordelen.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek