loading
views
0 reacties
Marcel Reijmers

En u dacht dat StiPP al een lastig pensioenfonds is?

Marcel Reijmers is partner bij FlexKnowledge en werkt 20 jaar in de flexbranche. Reijmers adviseert en begeleidt intermediairs en inleners bij vraagstukken rondom o.a. wet- en regelgeving in de flexbranche, kostprijzen, sectorindeling, inlenerbeloning, CAO’s, arbeidsovereenkomsten en Algemene Voorwaarden. Tussen 2008 en 2012 heeft hij PSC | Backoffice Services uitgebouwd van concept tot 150 aangesloten intermediairs. Behalve adviseur is Reijmers eindredacteur van de FlexWijzer en CAOWijzer en columnist van FlexNieuws. Voor ARTRA Arbeidsmarkttrainingen ontwikkelt en geeft hij trainingen en workshops. Eerder in zijn loopbaan werkte Reijmers ruim 13 jaar bij de Luba Groep, waarvan de laatste 7 jaar als manager Organisatie & Kwaliteit. Samen met het UWV ontwikkelde hij daar methodieken waar de huidige verzuimbegeleiding in de flexbranche nog steeds op is gebaseerd. In zijn tijd bij Luba en PSC is Reijmers actief geweest binnen diverse werkgroepen en commissies zowel binnen de ABU als de NBBU. X

Steeds vaker weten andere pensioenfondsen dan StiPP de uitzendbranche te vinden.

Veel detacheerders hebben afgelopen jaren kennis gemaakt met StiPP. Soms was dat vrijwillig, soms ook niet. Er lopen nog een aantal rechtszaken tussen StiPP en detacheerders/uitzenders over de werkingssfeer en vooral naar de uitspraak van de Hoge Raad inzake Care4Care wordt reikhalzend uitgekeken.

Ondertussen hebben veel gespecialiseerde uitzenders heel andere zorgen: zij worden op de korrel genomen door diverse bedrijfstakpensioenfondsen, omdat die vinden dat de betreffende uitzendbureaus niet onder de werkingssfeer van StiPP zouden vallen maar onder die van hún fonds. Vooral de volgende drie fondsen zijn enthousiast op zoek naar nieuwe klanten, zoals zij dat zelf noemen: Pensioenfonds Metaal & Techniek, Pensioenfonds Metalektro en Pensioenfonds Vervoer.

In dit artikel beschrijven wij reden, oorzaak en gevolg van hun jacht. En natuurlijk ook hoe u dit kunt voorkomen. Want zeker in dit soort situaties geldt: voorkomen is beter dan genezen!

En laat het helder zijn: steeds meer uitzenders dragen af aan de genoemde pensioenfondsen, maar dan als een bewuste keuze, omdat ze zich daarmee als uitzendwerkgever positief onderscheiden. De situaties die wij tegenkomen, zijn echter in de loop van vele jaren ontstaan en uitzendbureaus zijn zich dan niet van hun verplichtingen bewust. Vaak willen ze ook alsnog hun verantwoordelijkheid nemen. Als het gevolg daarvan een claim is met enkele jaren terugwerkende kracht, dan overleeft zo’n bureau dat niet. En dan zijn er zéker alleen maar verliezers.

De reden
De belangrijkste twee redenen voor het feit dat pensioenfondsen op zoek gaan naar nieuwe klanten, zijn eigenlijk heel logisch. De eerste is gericht op de korte termijn: meer premie inkomsten en deelnemers verbetert de positie van de fondsen. De tweede is gericht op risicobeperking: de fondsen willen geen risico lopen dat zich in de toekomst gepensioneerden melden die recht blijken te hebben op een pensioen op grond van de verplichtstelling van het pensioenfonds, terwijl er nooit premie is betaald. Dus als de fondsen nu vaststellen dat een werkgever wel of niet onder de verplichtstelling valt, zijn ze voor toekomstige risico’s ingedekt, hetzij door premie-inkomsten, hetzij door de constatering dat de werknemer er geen recht op heeft. Dit verklaart dus waarom pensioenfondsen veel onderzoek doen bij (uitzend)werkgevers.

Wat zijn de triggers?
Er zijn verschillende manieren waarop pensioenfondsen u proberen te vinden. StiPP zoekt vooral via de verplichte WAADI-code bij de Kamer van Koophandel. Andere pensioenfondsen komen in ieder geval in actie als u de sectorindeling aanpast van sector 52, Uitzendbedrijven, naar een vaksector, zoals sector 12 Metaal- en technische bedrijfstakken of sector 32, Overig goederenvervoer. Maar ook als u werkt vanuit sector 52 bent u niet veilig: pensioenfondsen kijken ook naar uw website. Profileert u zich als specialist of heeft u veel functies in dezelfde sector op de website staan, dan bestaat de kans dat ze u benaderen.

En dan?
Als een fonds denkt ‘beet’ te hebben, krijgt u eerst een brief met het verzoek de nodige informatie aan te leveren. U bent verplicht dat te doen. Meestal wordt gevraagd om opgaaf van de loonsom en functies per inlener. Soms ook naar de namen van uw uitzendkrachten. Met deze informatie gaat het pensioenfonds bepalen of u onder de verplichtstelling van dat fonds valt. De voorwaarden per fonds verschillen, maar voor de meeste fondsen geldt dat ze gaan controleren of uw klanten ook hún klanten zijn. En als die voor een bepaald percentage overeenkomen, dan wordt er een afspraak voor een kennismakingsgesprek gemaakt. Dat klinkt helaas vrijblijvender dan het meestal is. Het pensioenfonds Metaal & Techniek claimt dat 92% van dit soort gesprekken leidt tot een verplichte aansluiting. Als blijkt dat u inderdaad onder de werkingssfeer van een ander pensioenfonds dan StiPP valt, kunt u met maximaal 5 jaar terugwerkende kracht worden aangesloten. En aangezien het in de praktijk onmogelijk is de rekening voor het werknemersdeel nog bij de werknemer neer te leggen, gaat het dus om de volledige premie. En die kan oplopen tot 30% van het loon. Daar gaat dan nog een franchise vanaf, maar een netto premie van 20% blijft er toch wel over. Om u een referentiekader te geven: de 8% werkgeverspremie van StiPP is netto minder dan 6% premie.

StiPP heeft overigens met een aantal andere pensioenfondsen afgesproken dat u in dergelijke gevallen de betaalde StiPP premie terugkrijgt. Zijn die afspraken er niet, dan kunnen zowel StiPP als het andere fonds verplichtstelling claimen en moet u in het ergste geval aan twee fondsen afdragen….

Voorkomen is beter dan genezen
De in de inleiding genoemde pensioenfondsen (Metaal & Techniek, Metalektro en Vervoer), beschrijven in de verplichtstelling wanneer een uitzendbureau onder de verplichtstelling valt en wanneer dus niet. Dat zijn 5 cumulatieve criteria (zie kader), waaraan op elk moment moet worden voldaan. Drie criteria zijn relatief eenvoudig te organiseren, maar twee ervan eisen een zorgvuldige aanpak en permanente controle. De ene is dat u minstens 15% van uw loonsom mét uitzendbeding moet doen en dat knelt dan weer met de vaksectoren waar steeds meer uitzendbureaus gebruik van maken. De andere is dat u minstens 25% van de loonsom in een andere sector moet doen. Sommige pensioenfondsen kijken daarbij naar de functies die worden uitgevoerd en andere naar de inleners waar de uitzendkrachten werken.

Andere pensioenfondsen hebben geen uitzondering beschreven voor uitzendbureaus en dan kunt u al onder de werkingssfeer vallen als meer dan 50% van de loonsom in een bepaalde sector valt, ook al verloont u volledig in sector 52.
Alle criteria en grenzen gelden per vennootschap. Het kan dus zijn dat u als organisatie in zijn geheel ‘veilig’ zit, maar als de verhouding binnen een of meer werkmaatschappijen niet aan alle voorwaarden voldoet, valt u voor deze rechtspersoon alsnog binnen de verplichtstelling van het desbetreffende pensioenfonds.

Kortom: u moet weten waar u mee bezig bent. Gezien de risico’s die u loopt als u onder de verplichtstelling van een ander bedrijfstakpensioenfonds dan StiPP blijkt te vallen, is het zaak er eens naar te (laten) kijken wanneer u zich herkent in dit artikel. Wij kunnen u daar bij helpen.

Een aantal pensioenfondsen heeft 5 cumulatieve criteria die aangeven wanneer uitzendbureaus niet onder de werkingssfeer vallen. De exacte formulering verschilt per fonds. Zo hanteert de één een urencriterium en de ander kijkt naar loonsommen. En de één kijkt naar functie-inhoud en de ander naar de inlener die onder de verplichtstelling moet vallen. Maar in grote lijnen luiden de criteria als volgt:

  1. U mag alleen aan ter beschikkingstelling doen
  2. U moet minstens 15% van de loonsom met uitzendbeding verlonen
  3. U moet minstens 25% ter beschikking stellen aan andere sectoren
  4. U mag niet via de concernverhoudingen alsnog onder de verplichtstelling van het betreffende pensioenfonds vallen
  5. U mag geen onderdeel zijn van een paritaire arbeidspool

Marcel Reijmers, Partner FlexKnowledge

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek