loading
views

Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding

Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding

Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding

Onder de Wet werk en zekerheid kan de kantonrechter aan de werknemer slechts een transitievergoeding toekennen of een billijke vergoeding. De billijke vergoeding wordt slechts toegekend bij ernstige verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Zoals reeds uit recente rechtspraak is gebleken, is toewijzing van een billijkheidsvergoeding eerder uitzondering, dan regel onder de Wwz. Dit blijkt tevens uit de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 31 juli 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:5563).

Pro forma ontbinding
Het is zeer aannemelijk dat deze zaak een pro forma ontbindingsprocedure betrof. Wanneer de werkgever en de werknemer het erover eens zijn dat de arbeidsovereenkomst moet worden beëindigd, kunnen zij de kantonrechter gezamenlijk verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Een reden voor een dergelijk gezamenlijk verzoek kan zijn gelegen in het feit, dat de werknemer ziek is ten tijde van de beëindiging. Indien de arbeidsovereenkomst van een zieke werknemer middels een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd, dan zal hij in beginsel geen aanspraak kunnen maken op een WW-uitkering of een Ziektewetuitkering. Door de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden, wordt het risico verkleind dat de werknemer zijn recht op een uitkering niet geldend kan maken.

Het gezamenlijk verzoek
De kantonrechter te Rotterdam is door de werkgever verzocht om de arbeidsovereenkomst van de werknemer te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werkgever stelt dat tussen partijen een verschil van inzicht is ontstaan met betrekking tot de wijze van invulling en uitvoering van de werkzaamheden van de werknemer. Partijen hebben verschillende gesprekken gevoerd om deze situatie te veranderen, echter is sprake van een zodanige verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarnaast is binnen de organisatie ook geen andere passende functie voor de werknemer aangezien partijen het erover eens zijn dat de omstandigheden die tot dit verzoek aanleiding hebben gegeven zich ook in een andere functie zouden voordoen. Bij ontbinding is de werkgever bereid een vergoeding van €40.000,- bruto te voldoen, waarin de transitievergoeding wordt geacht te zijn inbegrepen.

De (zieke) werknemer erkent de verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen, maar voert het formele verweer dat desondanks de arbeidsovereenkomst niet moet worden ontbonden. Wanneer de arbeidsovereenkomst wel wordt ontbonden, dan stelt de werknemer dat hem een vergoeding toekomt, zoals door de werkgever is aangeboden.

Ontbinding
De kantonrechter stelt voorop dat de ontslaggrond – zijnde een verstoorde arbeidsverhouding ex art. 7:669 lid 1 jo. 3 sub g – geen verband houdt met de ziekte van de werknemer, zodat het opzegverbod bij ziekte niet geldt. Nu er geen sprake is van onenigheid tussen partijen over (het bestaan van) de ontslaggrond ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst.
Ten aanzien van de aangeboden vergoeding overweegt de kantonrechter, dat bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst slechts de transitievergoeding of de billijke vergoeding kan worden toegekend. Omdat er in deze zaak geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, is er geen plaats voor toekenning van de €40.000,- als billijke vergoeding. De kantonrechter heeft wel in de beschikking opgenomen, dat de werkgever bereid is om aan de werknemer een vergoeding van € 40.000,- bruto toe te kennen, omdat partijen het eens zijn over deze vergoeding.

Conclusie
De Wwz biedt bij ontbinding alleen ruimte voor toekenning van een transitievergoeding of een billijke vergoeding. De door werkgever en werknemer overeengekomen vergoeding kwalificeert niet als transitievergoeding of billijke vergoeding, wanneer niet is voldaan aan de daarvoor gelende voorwaarden. De kantonrechter kan het bedrag conform de partijafspraak dan wel vermelden in de ontbindingsbeschikking, maar kan het bedrag niet toewijzen.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek