loading
views

Beëindiging arbeidsovereenkomst, de vaststellingsovereenkomst

Beëindiging arbeidsovereenkomst, de vaststellingsovereenkomst

Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen. Een van de mogelijkheden is de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.

Bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden sluiten werkgever en werknemer een overeenkomst waarin zij overeenkomen onder welke voorwaarden de arbeidsovereenkomst komt te eindigen. Doorgaans worden deze beëindigingsvoorwaarden neergelegd in een vaststellingsovereenkomst. Hoewel de afspraken op papier zijn gezet, kunnen partijen achteraf verschillen van mening hoe bepaalde afspraken dienen te worden uitgelegd. Deze problematiek staat centraal in de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 9 maart 2015 (ECLI:NL:RBMNE:2015:1260).

Feiten
De casus is als volgt. Werknemer is sinds juli 2007 in dienst getreden bij de werkgever. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is met wederzijds goedvinden beëindigd. De door partijen overeengekomen afspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst bevat onder meer de volgende bepaling:

“Partijen verklaren na uitvoering van het bovenstaande niets meer van elkaar te vorderen te hebben en verlenen elkaar finale kwijting voor alle aanspraken uit hoofde van de dienstbetrekking. Voor zover een partij uit hoofde van de dienstbetrekking toch nog iets van de andere partij te vorderen zou hebben, dan doen partijen door ondertekening van deze overeenkomst uitdrukkelijk afstand van enig recht daarop.”

Nadat de werkgever aan zijn verplichtingen heeft voldaan conform de vaststellingsovereenkomst, komt de werknemer erachter dat de opgebouwde verlofuren niet aan hem zijn uitbetaald. Werknemer maakt vervolgens aanspraak op het uitbetalen van zijn verlofuren. De vraag is of de werkgever is gehouden om deze verlofuren uit te betalen. Partijen hebben niet onderhandeld over de uitbetaling van de verlofuren en de vaststellingsovereenkomst bepaalt hierover niets, maar wel is bovenbedoelde finale kwijting overeengekomen.

Uitleg vaststellingsovereenkomst
Een vaststellingsovereenkomst dient te worden uitgelegd aan de hand van de zogenaamde Haviltex-maatstaf. Niet kan worden volstaan met een zuiver taalkundige uitleg van de overeenkomst. Nagegaan moet worden wat partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Hierbij zijn telkens alle omstandigheden van het concrete geval van beslissende betekenis.

Beoordeling van het geschil
De kantonrechter hecht waarde aan het feit, dat de werknemer is bijgestaan door een juridisch adviseur. Voorts wordt vastgesteld, dat partijen hebben onderhandeld over de essentiële punten voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zoals de beëindigingsdatum en de hoogte van de beëindigingsvergoeding. Partijen zijn ook overeengekomen, dat de werknemer gedurende twee maanden is vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Volgens de kantonrechter is het niet ongebruikelijk dat de werknemer dan wel geacht wordt de eventueel nog openstaande verlofuren te hebben opgenomen. Daarnaast zijn partijen uitdrukkelijk een finale kwijting overeengekomen voor het geval de ene partij nog een vordering op de andere partij mocht blijken te hebben. De vaststellingsovereenkomst dient juist ter beëindiging van de onzekerheid tussen partijen. Al deze omstandigheden in aanmerking genomen, mocht de werkgever er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de werknemer de aanspraken op uitbetaling van de verlofuren had laten varen. De vordering van de werknemer om de verlofuren alsnog uit te betalen wordt dan ook door de kantonrechter afgewezen.

Wet Werk en Zekerheid
Op grond van de Wet Werk en Zekerheid komt per 1 juli 2015 de werknemer het recht toe om – binnen 14 dagen na de datum waarop de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen – de vaststellingsovereenkomst zonder opgaaf van redenen te ontbinden middels een schriftelijke verklaring aan de werkgever, aldus artikel 7:670b BW. Indien de werkgever nalaat deze bedenktermijn op te nemen in de vaststellingsovereenkomst, bedraagt de bedenktijd drie weken.

Conclusie
Uit de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland volgt hoe belangrijk het is om advies in te winnen over de inhoud en de gevolgen van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel bij de uitleg van een overeenkomst niet aan komt op de letterlijke tekst, is het van belang om alle aanspraken expliciet aan de orde te stellen. Daarnaast komt de werknemer een bedenktermijn toe om de vaststellingsovereenkomst te ontbinden (bijv. naar aanleiding van een discussie over de uitleg van de overeenkomst).

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek