loading
views

Stakingsrecht

Van Diepen Van der Kroef Advocaten

De spelregels van de collectieve actie
Werknemers komen het recht toe om collectief op te komen voor hun belangen. Veelal zal een representatieve vakbond namens de werknemers optreden. Kortweg onderhandelen vakbonden namens hun leden met werkgevers(verenigingen) over collectieve arbeidsvoorwaarden. Wanneer deze onderhandelingen niet lopen zoals door de vakbond gewenst, dan kan de vakbond (onder andere) de werknemers oproepen om een collectieve actie te voeren, bijvoorbeeld door te gaan staken. Op deze manier wordt geprobeerd om een doorbraak in de onderhandelingen met de werkgever te forceren. Collectieve acties kunnen grote, nadelige gevolgen hebben voor de onderneming van de werkgever. Zo kan het voorkomen dat de bedrijfsvoering ernstig wordt ontregeld, wanneer een grote groep werknemers het werk neerlegt. De vraag is dan ook wanneer een collectieve actie is geoorloofd. Onlangs heeft de Hoge Raad zich hierover uitgelaten.

Stakingsrecht
Het recht op collectieve actie komt werknemers toe op grond van art. 6 lid 4 ESH jo. art. 93 Grondwet. Dit recht kan worden beperkt op grond van art. G ESH. Dit artikel bepaalt dat het recht kan worden beperkt op grond van wettelijke uitzonderingen en uitzonderingen die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor (onder andere) de bescherming van de rechten van anderen.

Het uitgangspunt is dat de werkgever het rechtmatig uitoefenen van een collectieve actie – inclusief de voor hem schadelijke gevolgen daarvan – moeten dulden, wanneer de collectieve actie valt onder de reikwijdte van art. 6 lid 4 ESH. In de rechtspraak is geoordeeld dat uitoefening van het recht op collectieve actie evenwel onrechtmatig kan zijn, wanneer de zwaarwegende procedureregels (of “spelregels”) zijn veronachtzaamd. Bij de toetsing van deze regels worden onder meer nagegaan of: a) de actie is aangekondigd; b) de actie als ultimum remedium (ofwel laatste redmiddel) wordt gebruikt; en c) aan de proportionaliteits- en subsidiariteitvereisten zijn voldaan (waarbij onder meer wordt nagegaan of de vakbond in redelijkheid tot de collectie actie heeft kunnen besluiten). Bij de toetsing worden alle omstandigheden van het geval betrokken. Het enkele feit dat de werkgever of een derde schade lijdt door de collectieve actie vormt nog geen beperking van het recht op collectieve actie. Deze schade wordt in beginsel beschouwd als een normaal bedrijfsrisico.

Hoge Raad
In zijn arrest van 19 juni 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1687) heeft de Hoge Raad geoordeeld in een zaak, waarin de vakbond de werknemers heeft opgeroepen te staken, omdat de onderhandelingen met de werkgever over een nieuwe cao niet volgens wens zijn verlopen. De werknemers hebben op initiatief van de vakbond het werk driemaal voor relatief korte duur gestaakt. De vierde collectieve actie betrof het bezetten van een bedrijfslocatie, waartoe de bestuurders van de werkgever niet werden toegelaten. In reactie hierop heeft de werkgever onder andere gevorderd dat het de vakbond wordt verboden om bedrijfsbezettingen te organiseren en te bepalen dat de vakbond de werknemers de instructie geeft om zich van dergelijke acties te onthouden. Kort samengevat hebben de kantonrechter en het Hof Amsterdam de vorderingen van de werkgever toegewezen, omdat de vakbond niet zou hebben voldaan aan de spelregels. De vakbond is in cassatie gegaan tegen de uitspraak van het Hof.

De Hoge Raad concludeert dat (het Hof) ten onrechte een beslissende betekenis heeft toegekend aan de spelregels. Onder verwijzing naar zijn eerdere arresten overweegt de Hoge Raad, dat een vakbond op grond van art. 6 lid 4 ESH in beginsel vrij is in de keuze van collectieve middelen om haar doel te bereiken, namelijk de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het recht op collectief optreden op grond van art. 6 lid 4 ESH kan slechts worden beperkt op grond van art. G ESH. Hoewel de spelregels nog wel van belang zijn voor de rechtmatigheidstoets van de collectieve actie, vormen zij niet langer (!) een zelfstandige maatstaf voor de beoordeling of een collectieve actie rechtmatig is. Het belang van de spelregels is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dit verband geeft de Hoge Raad als voorbeeld, dat de toets aan de spelregels van wezenlijk belang is in geval van een algehele werkstaking, maar in mindere mate een rol zal spelen bij zogenaamde prikacties (zijnde collectieve acties van korte duur, waardoor geen grote schade wordt geleden).
Samenvattend overweegt de Hoge Raad dat een collectieve actie onder de reikwijdte van art. 6 lid 4 ESH valt, wanneer de vakbond aannemelijk maakt, dat de actie redelijkerwijs kan bijdragen aan doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het is vervolgens aan de werkgever om aannemelijk te maken dat het gerechtvaardigd is om – in het betreffende, specifieke geval – de actie te beperken of uit te sluiten van art. G ESH. Dit zal alleen zo zijn, wanneer de rechter op grond van alle omstandigheden van het geval oordeelt dat het beperken of uitsluiten van de collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is.
Vervolgens vernietigd de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling.

Conclusie
Met bovenbedoeld arrest van de Hoge Raad is het doel van de collectieve actie (meer) op de voorgrond getreden. Het voldoen aan de spelregels wordt niet langer als algemene voorwaarde gesteld om een collectieve actie te mogen voeren. De toets aan de spelregels kan – onder de concrete omstandigheden van het geval – wel van belang zijn bij het beoordelen of de collectieve actie dient te worden beperkt of verboden.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek