loading
views

Minister Blok: Rijk stopt met payrolling

De Rijksoverheid stopt volgend jaar mei helemaal met payrolling, nadat vorig jaar al een begin was gemaakt met de afbouw van payroll.

Dit staat in een brief die minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst) vrijdag 29 mei heeft gestuurd aan de Tweede Kamer, waarin hij uitlegt hoe de Rijksoverheid zelf handelt in de geest van de Wet werk en zekerheid. De brief is geschreven in antwoord op een motie van de Kamerleden Van Weijenberg, Heerma en Mulder.

Het Rijk begon vorig jaar al met de afbouw van payrolling. Een deel van de payrollwerknemers kwam al in vaste dienst. “Bij de verdere afbouw zal het Rijk als lijn hanteren dat payrollwerknemers die structurele werkzaamheden verrichten, door het Rijk in dienst worden genomen.”

Dit geldt in ieder geval voor de payrollwerknemers met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd, zegt minister Blok.

Het Rijk zal ook niet meewerken aan constructies waarbij payrollwerknemers worden vervangen door uitzendkrachten als in feite sprake is van structurele werkzaamheden, zegt hij.

Zie de brief van minister Stef Blok

Citaat
“Het uitgangspunt van de Wwz is dat inzet van flexarbeid prima is wanneer het werk dit vereist (bijvoorbeeld bij een tijdelijke of specialistische klus of als zeker is dat functies vanwege krimp gaan verdwijnen). Ook worden flexcontracten gezien als een geaccepteerd ‘screeningsinstrument’ voor nieuwe medewerkers (‘tijdelijk met uitzicht op vast’). Ook de Rijksoverheid maakt om deze redenen gebruik van tijdelijke aanstellingen of uitzendkrachten. Oneigenlijk gebruik van flexarbeid, zoals wanneer het langdurig wordt ingezet voor in feite structurele werkzaamheden, past uiteraard niet bij de bedrijfsvoering van de Rijksoverheid. De Rijksoverheid werkt ook niet mee aan het omzeilen van de ketenbepaling uit de Wwz, dan wel het ARAR, zoals door het hanteren van draaideurconstructies om het ontstaan van vaste contracten c.q. aanstellingen te voorkomen.

Het Rijk is in 2014 gestart met de afbouw van payrolling. Deels heeft dit geleid tot het in dienst nemen van de betreffende payrollwerknemers. Bij de verdere afbouw zal het Rijk als lijn hanteren dat payrollwerknemers die structurele werkzaamheden verrichten door het Rijk in dienst worden genomen. Dit geldt in ieder geval voor de payrollwerknemers met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Het Rijk zal niet meewerken aan constructies waarbij payrollwerknemers worden vervangen door uitzendkrachten als in feite sprake is van structurele werkzaamheden. Payrolling zal vanaf mei 2016 niet meer voorkomen bij de sector Rijk.

Als het gaat om uitzendkrachten, is het bij het Rijk na beëindiging van de werkopdracht aan de inlenende partij om te bepalen of een verlenging aan de orde is. Bij de overweging al dan niet te verlengen speelt voor het Rijk, als inlenende partij, het ontstaan van een vast contract en/of het in de toekomst verschuldigd zullen zijn van een transitievergoeding geen rol. Indien sprake is van een mogelijke overgang van de uitzendkracht van fase B naar fase C (een vast arbeidscontract bij het uitzendbureau), vindt er thans door het uitzendbureau veelal een employability check plaats. Afhankelijk van deze uitkomst biedt het uitzendbureau de uitzendkracht een vast contract aan. Het Rijk gaat in overleg met de uitzendbureaus over de werkwijze bij uitzendkrachten die langdurig bij de rijksdienst worden ingezet. Voor de goede orde wordt hierbij opgemerkt, dat het hier niet gaat om structurele werkzaamheden maar om uitzendkrachten die gedurende langere tijd bij verschillende organisatieonderdelen tijdelijke werkzaamheden verrichten. Als het gaat om structurele werkzaamheden geldt immers dat de werkzaamheden zullen worden verricht op basis van een aanstelling als ambtenaar.”

Bron: Tweede Kamer, 29 mei 2015

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek