loading
views

Pensioenontslag en leeftijdsdiscriminatie

Van Diepen.com

Pensioenontslag
In de arbeidsovereenkomst kan worden opgenomen dat het dienstverband van de werknemer eindigt bij het bereiken van een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld 65 jaar), de pensioengerechtigde leeftijd of de voor hem geldende AOW-leeftijd. Dit zogenaamde pensioenbeding kent op dit moment geen aparte wettelijke regeling. Men kan aldus niet terugvallen op een wettelijk kader.

Beroep op pensioenbeding
Indien een pensioenbeding is overeengekomen kan de werkgever niet onverkort een beroep doen op het pensioenbeding. Het ontslaan van een werknemer op grond van het bereiken van een bepaalde leeftijd levert een schending op van het verbod op leeftijdsdiscriminatie. Uitgangspunt is dat er een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond moet bestaan voor de beëindiging van een arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, aldus de Hoge Raad in zijn arrest van 13 januari 1995 (JAR 1995/35). Toentertijd werd aangenomen dat er rechtvaardiging bestond voor ontslag wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd. De Rechtbank Haarlem heeft 17 jaar later in haar uitspraak van 30 mei 2012 (ECLI:NL:RBHAA:2012:BW8593) dit uitgangspunt gerelativeerd met de overweging dat niet langer kan worden gezegd dat het in Nederland gebruikelijk is dat men stopt met werken bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar.

Onder verwijzing naar de Wet Gelijke Behandeling op grond van leeftijd overweegt de kantonrechter te Winschoten in zijn beschikking op 8 december 2009 (ECLI:NL:RBGRO:2009:BK6007) dat een onderscheid op grond van leeftijd – zoals in het geval van een ontslag wegens het bereiken van een pensioengerechtigde leeftijd – gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. In casu is geoordeeld dat de werkgever niet heeft aangetoond dat het verplichte pensioenontslag op 62-jarige leeftijd een passend, redelijk middel is de door hem beoogde reorganisatie te verwezenlijk en daardoor alsnog objectief te rechtvaardigen is. Hem kwam aldus geen beroep toe op het pensioenbeding.

Het ontslag op grond van het bereiken van 56- en/of 60-jarige piloten is daarentegen door de Hoge Raad in zijn arrest van 13 juli 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BW3367) toegestaan, omdat – onder meer – een legitiem doel werd nagestreefde, bestaande uit de doorstroom van verkeersvliegers en een evenwichtige personeelsopbouw.

Indien partijen van mening verschillen of een arbeidsovereenkomst op grond van een pensioenbeding is geëindigd, kan de werkgever de kantonrechter verzoeken de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden. Dit wil zeggen dat de arbeidovereenkomst wordt ontbonden op voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst niet reeds is komen te eindigen op grond van het pensioenbeding. Ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk, dan is in ieder geval duidelijk dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. De vraag is alleen tegen welke datum: de door de kantonrechter bepaalde ontbindingsdatum of de in het pensioenbeding opgenomen leeftijd?
Getuige de beschikking van de kantonrechter te Overijssel van 6 mei 2015 (ECLI:NL:RBOVE:2015:2231) loopt de werkgever wel een wezenlijk risico dat zijn ontbindingsverzoek wordt afgewezen. De kantonrechter heeft overwogen dat de vraag of de arbeidsovereenkomst is komen te eindigen op grond van het pensioenbeding slechts kan worden vastgesteld in een bodemprocedure. De kantonrechter zag geen aanleiding het voorwaardelijke ontbindingsverzoek toe te wijzen, omdat dit het instellen van een bodemprocedure door de werknemer illusoir zou maken.

Nieuwe wetgeving
Met de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (hierna: “WWZ”) per 1 juli 2015 worden wettelijke grondslagen geïntroduceerd om het dienstverband met de werknemer te beëindigen wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd.
Het nieuwe artikel 7:669 lid 4 BW bepaalt dat de arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd – zonder tussenkomst van het UWV of de kantonrechter – tegen of na de dag dat de werknemer de voor hem geldende pensioenleeftijd heeft bereikt, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

De WWZ kent ook gevolgen voor de zogenaamde Ragetlieregel ex art. 7:667 lid 4 BW. De Ragetlieregel houdt in dat voorafgaande opzegging (met toestemming van het UWV) door de werkgever is vereist, wanneer binnen een periode van drie maanden voorafgaande aan een tussen partijen gesloten tijdelijk contract een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gold, die op een andere wijze is geëindigd dan via een rechtsgeldige opzegging (met toestemming van het UWV) of ontbinding door de kantonrechter.

Onder de WWZ geldt de Ragetlieregel niet voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Conclusie
Het ontslaan van een pensioengerechtigde werknemer kan een schending opleveren van het verbod op leeftijdsdiscriminatie. Of het alsnog is gerechtvaardigd om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd is afhankelijk van het antwoord op de vraag of hiermee een legitiem doel wordt bereikt met middelen die daartoe passend en noodzakelijk zijn, met dien verstande dat de WWZ hierin een versoepeling brengt.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek