loading
views
0 reacties
Myrthe van den Heuvel

Vakantietegoed werknemers

Myrthe van den Heuvel is advocaat bij Marree en Dijxhoorn Advocaten. Voorheen werkzaam bij De Gier Business Law. Ze is gespecialiseerd in arbeidsrecht, flexrecht en uitzendrecht. Ze adviseert professionele ondernemingen, onder meer over het gebruik van de flexibele schil binnen hun organisatie. X

1 juli 2015: vakantietegoed werknemers verdwenen?

Per 1 januari 2012 is de vakantiewetgeving in Nederland drastisch veranderd. Er kwam een ‘vervaltermijn’ voor een deel van de vakantiedagen. Neemt een werknemer die niet op binnen een bepaalde termijn, dan zijn ze niet meer geldig!

Hoe zat het ook alweer?
In vakantiedagenland geldt het onderscheid tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. Een werknemer heeft wettelijk een aantal vakantiedagen van viermaal de overeengekomen arbeidsduur per jaar. Heeft een werknemer meer dagen bedongen of gekregen, dan zijn dat ‘extra’ dagen (bovenwettelijke).

Vóór 1 januari 2012 gold voor alle vakantiedagen een verjaringstermijn van 5 jaar. Dreigden er vakantiedagen te verjaren, dan kon de werknemer dat voorkomen door een briefje te sturen: dan golden ze opnieuw voor vijf jaar. Dat kon eindeloos worden herhaald. Dat leidde bij sommige werknemers tot ‘stuwmeren’ van niet-opgenomen vakantiedagen. De werkgever vond dat ongewenst, omdat vakantie nu eenmaal een zakelijke en psychologische functie heeft: zorgen dat werknemers herstellen van hun inspanningen. Daarvoor moeten ze die dagen dan wel opnemen.

Vervaltermijn zes maanden
Sinds 1 januari 2012 geldt dan ook dat de zogenaamde wettelijke vakantiedagen vervallen, als ze niet zijn opgenomen binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Die termijn is niet te verlengen. Niet opgenomen betekent ‘kwijt’. Voor de bovenwettelijke dagen is geen regel bedacht, omdat de wetgever die als ‘extra’ ziet: daarvoor geldt nog gewoon het oude systeem.

Administratieve klus
Door deze ‘splitsing’ hebben werkgevers er een aardige administratieve klus bijgekregen. Ze moeten de vakantiedagen administreren (moesten ze al), maar nu ook het volgende registreren:

  1. Wanneer is de vakantiedag ‘verkregen/opgebouwd’: voor of na 1 januari 2012. Dat bepaalt namelijk of daarop de oude of de nieuwe regels van toepassing zijn;
  2. Vakantiedagen van vóór 1 januari 2012: oude regels gelden, dus gewoon verjaring met vijf jaar, maar ‘verlengbaar’;
  3. Wettelijke vakantiedagen die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2012: een vervaltermijn van zes maanden;
  4. Bovenwettelijke vakantiedagen die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2012: oude regels gelden: verjaring met vijf jaar, maar ‘verlengbaar’;
  5. Als een vakantiedag wordt opgenomen, moet de werkgever de dag ‘afboeken’ op het tegoed dat als eerste dreigt te verjaren of vervallen.

Een werkgever mag met de werknemer geen afspraken maken die hiervan afwijken. Wel mag de werkgever ten gunste van de werknemer afwijken, bijvoorbeeld door de oude regels te blijven toepassen. Waarom zou een werkgever dat doen? Simpel: omdat het bijhouden van de dagen dan veel eenvoudiger is. Per werkgever zal verschillen wat hij of zij belangrijker vindt: die keuze is aan hem/haar.

1 juli 2015
1 juli 2015 is dus weer een belangrijke datum. Niet alleen vanwege het in werking treden van het tweede deel van de Wet Werk en Zekerheid (zie ook mijn column ‘De reden van ontslag bepaalt de ontslagroute’), maar ook omdat dan weer niet-opgenomen wettelijke vakantiedagen vervallen: de dagen die in 2014 zijn opgebouwd.

De Gier Business Law

Myrthe van den Heuvel
Advocaat arbeidsrecht

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek