loading
views

Inspectie SZW wijzigingen handhaving minimumloon

| Minimumloon | | Wet aanpak schijnconstructies |


Er zijn wijzigingen in het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW ten aanzien van het minimumloon.

Vanaf wanneer de inspectie deze wijzigingen hanteert is nog niet duidelijk.

Normale arbeidsduur voortaan gebaseerd op de cao
Uit een uitspraak van 7 mei 2014 van de Raad van State over het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW over structureel meerwerk heeft de Inspectie SZW afgeleid dat deze ook gevolgen heeft voor de toepassing van de normale arbeidsduur van 40 uur per week. De Raad van State oordeelde dat de WML verdiensten uit overwerk uitdrukkelijk niet tot het WML rekent. Daarnaast bevestigde de Raad van State dat de wet het minimumloon voor de normale arbeidsduur garandeert.
Als gevolg van deze uitspraak gaat de Inspectie SZW bij de controle van de WML weer uit van de feitelijke normale arbeidsduur zoals die in de sector geldt in plaats van de fictieve normale arbeidsduur van 40 uur per week. De feitelijke normale arbeidsduur kan onder andere blijken uit een toepasselijke cao.

Structureel overwerk
De Inspectie SZW heeft zich lang op het standpunt gesteld dat als structureel meer dan de gebruikelijke arbeidsduur werd gewerkt, de werknemer recht zou hebben op een evenredig verhoogd minimumloon. Bijvoorbeeld, als een werknemer structureel 45 uur per week werkte, dan vond de Inspectie SZW dat de werknemer recht had op 45/40 van het minimumloon.

In de genoemde uitspraak van de Raad van State van 7 mei 2014 besliste deze dat uit de WML niet volgt dat een werknemer die structureel meer werkt dan de overeengekomen arbeidsduur, recht heeft op een evenredige verhoging van het WML. Het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW is op dit punt aangepast.

Verbod op verrekeningen en inhoudingen
Inmiddels is de Wet Aanpak Schijnconstructies aangenomen door de Tweede Kamer. De wet treedt waarschijnlijk op 1 juli 2015 in werking. Onderdeel van de wet is het verbod op verrekeningen en inhoudingen van bedragen op het minimumloon. Voor het verbod op verrekeningen en inhoudingen geldt een uitgestelde inwerkingtredingtermijn van zes maanden na inwerkingtreding van de wet. Dat geldt dus ook voor de kosten van huisvesting en voor de zorgverzekeringspremie.

Risico’s beheersbaarheid
Volgens de AWVN dreigt het gevaar dat werkgevers de huisvesting van de buitenlandse werknemer niet meer zal willen verstrekken of vergoeden, vanwege de verhoogde administratieve lasten en het debiteurenrisico voor de huur. Dat vermindert de beheersbaarheid en werkt schrijnende situaties in de hand.

Zorgverzekering buitenlandse werknemer
Voor wat betreft de zorgverzekering geldt hetzelfde. Daarnaast speelt specifiek voor de uitzendsector nog een rol dat in de cao voor uitzendkrachten een verplichting is opgenomen voor het uitzendbureau om een zorgverzekering aan de werknemer aan te bieden. Van die verplichting kan dus niet zonder meer afstand worden gedaan. Het gevaar dreigt dat buitenlandse werknemers zich niet verzekeren voor ziektekosten en dat de zorgkosten op het collectief worden afgewenteld, aldus de AWVN.

Bron: AWVN, 9 april 2015

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek