loading
views
1 reacties
Pieter Molijn

Werkstress en duurzame inzetbaarheid

Pieter Molijn is oprichter en directeur van Molijn Group. Molijn is een eigenzinnig HR bureau gespecialiseerd in duurzame inzetbaarheid. Vanuit hun fase-C detacheringstak voor uitzendprofielen hebben ze geleerd hoe ze mensen moeten ontwikkelen om ze duurzaam inzetbaar te maken én te houden. Vanaf 2014 hebben zij hun detacheringsdienstverlening uitgebreid met Molijn Training. Molijn Training is het eerste trainingsbureau dat heel concreet een programma van competentiegerichte gedragstrainingen aanbiedt die werkende mensen leert hoe ze zich goed kunnen aanpassen in een snel veranderende arbeidsmarkt. X

Toenemende werkstress vraagt andere aanpak duurzame inzetbaarheid

Ondanks een dalend ziekteverzuim verzwakt de vitaliteit van de beroepsbevolking. Ook werkgevers lijden daar steeds meer onder.
De roep om duurzame inzetbaarheid neemt dan ook toe. De overheid snapt daar nog weinig van, maar een aantal grote bedrijven des te meer.

Het goede nieuws is dat ziekteverzuim in Nederland weer daalt, nadat het begin dit jaar was gestabiliseerd. Met 3,7 procent is het nu een tiende lager dan in januari. Maar het slechte nieuws is de machteloosheid bij ziekteverzuim.

Steeds vaker is verzuim het gevolg van ongrijpbare stress.
De maatschappelijke kosten ervan bedragen volgens TNO 2,2 miljard euro per jaar. De aandoening is door minister Asscher uitgeroepen tot beroepsziekte nummer een. Steeds vaker uit werkstress zich in burnout. Vooral onder jongeren slaat deze aandoening hard toe, terwijl die toch juist bekend staan als vitaal en weerbaar.

Klassieke arbo
Klassieke arbomaatregelen werken nauwelijks tegen werkstress. Steeds meer onderzoekers wijzen erop dat stress lang niet altijd voortkomt uit het werk alleen. Arboned wijst erop dat uitval op het werk een gevolg is van de combinatie van stress op het werk en stress thuis. Vorig jaar rapporteerde het onderzoeksbureau SKB al dat burnout in afnemende mate werkgerelateerd is. Ook uit een rapport van september 2014 van het Sociaal Cultureel Planbureau komt het beeld naar voren van uitgeputte werknemers die vooral moe worden buiten het werk. De druk op de werkende mens komt vanuit de gehele samenleving, zo is de (nog niet bewezen) aanname. Zo zou de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt tot gevolg hebben gehad dat er steeds meer mensen zijn die werk en zorgtaken moeten combineren.

Overdaad aan informatie
Ook de kennisintensivering eist haar tol. Een overdaad aan informatie leidt ertoe dat de werkende mens overprikkelt raakt. Tenslotte is er het toegenomen verwachtingspatroon in de samenleving. Elke ambitie is realiseerbaar, alle mogelijkheden zijn onder handbereik. Werkgevers doen overigens driftig mee aan het voeden van dit verwachtingspatroon. Werknemers moeten hun vaardigheden op peil houden en zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen loopbaan.

Het verminderen van werkdruk lost het probleem slechts ten dele op. De oorzaken van stress en burnout liggen veelal buiten het werk. Dat maakt dat de werkgever er maar moeilijk invloed op kan uitoefenen. Ze proberen dat wel, bijvoorbeeld door gezonde voeding en beweging te promoten. Maar bemoeienis met het privéleven van werknemers roept ook weerstand op, bijvoorbeeld van de vakbeweging. Bovendien is het effect van dit soort inmenging beperkt.

Verwoestend effect
Toch hebben werkgevers er belang bij om de vitaliteit en de inzetbaarheid van de beroepsbevolking te bevorderen, en niet alleen uit kostenoverwegingen. Werkstress heeft een verwoestend effect op de beschikbaarheid van talent. Medewerkers vallen langdurig uit en velen komen nooit meer terug op hun oude niveau van presteren. Stress vormt hiermee een bedreiging voor stabiele bedrijfsvoering, mede vanwege het onvermogen van werkgevers om er tegen op te treden. Dat terwijl alle signalen wijzen op een naderende talentcrisis, die mede gevoed wordt door de vergrijzing en de noodzaak tot langer werken.

De opdracht om de inzetbaarheid van de beroepsbevolking duurzaam te versterken, is dan ook een gezamenlijke uitdaging voor overheid, werknemers en werkgevers. Dat besef is er, zo blijkt uit de recente overeenkomst tussen minister Asscher en MKB Nederland om duurzame inzetbaarheid te stimuleren. Het kabinet wil tot en met volgend jaar 600 miljoen euro pompen in duurzame inzetbaarheid. Dat geld gaat naar sectorplannen, opgesteld door sociale partners. Onlangs kreeg het MKB 5 miljoen euro uit dit potje, te verdelen over vier jaar.

Overheid heeft het niet begrepen
De vraag is hoe dit geld effectief kan worden ingezet om de gevolgen van stress te matigen. Het versterken van vaardigheden en kennis alleen is onvoldoende. De overheid lijkt dit nog niet helemaal begrepen te hebben. In een toelichting op de steun voor het MKB spreekt het ministerie van SZW over nieuwe kennis en vaardigheden, een gezonde werksfeer, en het terugdringen van ziekteverzuim. “Het gaat er ook om dat werknemers op hun eigen verantwoordelijkheid worden gewezen om duurzaam inzetbaar te blijven”, aldus het ministerie. Terwijl juist deze druk op werknemers een van de redenen is van de oplopende stress.

Aandacht voor het privédomein essentieel
Een andere kijk op duurzame inzetbaarheid is te vinden bij TNO. Die stelt vier kerndimensies centraal: gezondheid, vakkennis & vaardigheden, motivatie & commitment en tenslotte de balans tussen werk en privé. In deze visie is ook het privédomein van de werkende betrokken. Hierin moeten werknemers zelf het voortouw kunnen nemen Waarom niet een zangcursus, die bijdraagt aan een goede ademhaling en een beter stemgeluid? Mensen gaan zich daardoor meer ontspannen en voelen zich zekerder over hun presentatie. Als een werknemer zich hierdoor kan ontspannen en zekerder raakt over zijn prestatie, is dat ook in het voordeel van de werkgever.

Kans voor de flexbranche
Welbeschouwd ligt hier een mooie kans voor de flexbranche om zich op een positieve manier te onderscheiden in de maatschappelijke discussie rond flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt. Door over te stappen op het impresario- of agentmodel waarbij de intermediair het werk organiseert en zijn mensen goed faciliteert met actieve loopbaanbegeleiding kan de flexbranche het voortouw nemen in de zoektocht naar duurzame inzetbaarheid in een snel veranderende wereld van werk.

DSM en Philips
Er zijn al bedrijven die een andere benadering van duurzame inzetbaarheid omarmen. DSM heeft programma’s gelanceerd waarin medewerkers zogenaamde e-vouchers van vijfhonderd euro per stuk. Ze kunnen deze besteden aan een opleiding naar keuze. Sommige DSM-werknemers leggen hun vouchers bij elkaar om gezamenlijk een trainer of coach in te huren. Medewerkers van Philips kunnen ‘e-miles’ sparen, waarmee ze trainingen kunnen financieren om zichzelf verder te ontwikkelen.

Het mooie van dit soort voorbeelden is dat werkenden zelf kunnen bepalen hoe ze inzetbaar willen zijn. Duurzame inzetbaarheid is namelijk een opdracht die de werkgever niet kan afdwingen. Maar wel eentje die de werkgever moet faciliteren.

Pieter Molijn

Reacties op dit artikel

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek