loading
views

Wie mocht de werknemer als werkgever aanmerken?

Van Diepen.com

Wie mocht de werknemer als werkgever aanmerken?

In onderhavige zaak is de vraag aan de orde wie de werknemer als werkgever mocht aanmerken.

Feiten
Werknemer is per 1 juli 2014 aangevangen met schoonmaakwerkzaamheden in het filiaal van Burger King aan de Nieuwendijk te Amsterdam. Workmate Services Nederland B.V. (WMN) en FS B.V. (FS) zijn vennootschappen die actief zijn of waren in de schoonmaakbranche. WMN had een overeenkomst met Burger King gesloten om schoonmaakwerkzaamheden te verrichten. Uit de uittreksels van de Kamer van Koophandel blijkt dat WMN, FS en Awan Holding B.V. gevestigd zijn aan hetzelfde adres. Tevens blijkt hieruit dat Awan Holding B.V. enig aandeelhouder en bestuurder is van WMN en van FS. FS is op 16 december 2014 failliet verklaard. Werknemer heeft over de periode van 1 juli 2014 tot en met 10 september 2014 voor zijn werkzaamheden geen salaris ontvangen.

Vordering eiser
Werknemer vordert in kort geding o.a. salaris over de periode van 1 juli tot en met 10 september 2014, een gemiddelde toeslag van 40%, vakantietoeslag, wettelijke rente en wettelijke verhoging. Werknemer stelt dat WMN zijn werkgever.

Werknemer onderbouwt dit als volgt. Aan hem is werkkleding uitgereikt met daarop de naam van WMN gedrukt. In deze kleding heeft werknemer zijn werkzaamheden uitgevoerd. Zijn collega reed in een auto met daarop de naam van WMN. Werknemer heeft geen arbeidsovereenkomst met FS noch heeft hij ooit salarisspecificaties van FS mogen ontvangen. Werknemer mocht op basis hiervan erop vertrouwen dat WMN zijn werkgever was. Dit klemt temeer nu WMN en FS volledig met elkaar verweven zijn.

Verweer WMN
WMN stelt dat werknemer de verkeerde persoon heeft gedagvaard. WMN heeft geen arbeidsovereenkomst met werknemer gesloten en heeft nooit personeel in dienst gehad. Voor het uitvoeren van de schoonmaakopdracht met Burger King werd personeel van FS ter beschikking gesteld, waarvoor WMN een vergoeding betaalde.

Oordeel kantonrechter
Beoordeeld dient te worden of aannemelijk is dat de bodemrechter werknemer zal volgen in zijn standpunt dat hij per 1 juli 2014 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met WMN. De kantonrechter is van oordeel dat indien een werknemer werkkleding met de naam van WMN wordt uitgereikt, hij daarin zijn werkzaamheden verricht en een collega rijdt in een bedrijfsauto waarop de naam van WMN staat, terwijl er niet uitdrukkelijk met hem wordt overeengekomen dat hij desalniettemin bij een andere vennootschap in dienst treedt, deze werknemer ervan uit mag gaan dat hij met WMN een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Het enkele feit dat WMN een sollicitatieformulier heeft overgelegd waarboven de naam van FS staat doet daaraan niet af.

Dit geldt temeer nu uit de overgelegde uittreksels van de Kamer van Koophandel en hetgeen tijdens de zitting door partijen naar voren is gebracht blijkt dat WMN en FS niet alleen juridisch, maar ook feitelijk in vergaande mate met elkaar verweven zijn: zoon Ikram is bestuurder van de enig aandeelhouder van zowel WMN als FS, Awan Holding B.V., en hij heeft zichzelf ter zitting als bestuurder van WMN bekend gemaakt, terwijl de vader “bewaarder en bescheiden” van FS is. Bovendien komt het, zeker nu er meerdere vennootschappen in het spel waren, voor rekening en risico van WMN dat zij geen schriftelijke arbeidsovereenkomst met werknemer heeft gesloten. Daardoor zou immers onduidelijkheid over wie als werkgever moest worden aangemerkt zijn uitgesloten. Daarnaast heeft het feit dat nagelaten is om aan werknemer salarisspecificaties te verstrekken, de onduidelijkheid nog eens vergroot. Het gaat er om waar werknemer bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst van uit mocht gaan en op welke wijze aan de arbeidsovereenkomst uitvoering is gegeven.

De kantonrechter is van oordeel onder de hiervoor genoemde omstandigheden dat vooralsnog aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat werknemer ervan uit mocht gaan met WMN een arbeidsovereenkomst te hebben gesloten. De vorderingen van werknemer tot betaling van het achterstallig salaris et cetera worden dan ook toegewezen.

Bron: Voorzieningenrechter Kantonrechter Rechtbank Amsterdam 5 februari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:759

Deze bijdrage is geschreven door mr. Babs Dubois.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek