loading
views

Schending nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding

Van Diepen.com

Ontslag op staande voet wegens schending nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding

Op 6 januari 2015 heeft de rechtbank Amsterdam zich uitgelaten over de vraag of een ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven in verband met de schending van een nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding door werknemer. Werkgever was hierachter gekomen nadat zij privé e-mailberichten en Whatsapp-berichten op de laptop van werknemer had onderzocht. Werkgever had werknemer medegedeeld dat de laptop moest achterblijven in verband met een technische update.

De rechtbank diende twee belangrijke vragen te beantwoorden. Allereerst of de aangeleverde bewijsmiddelen in de vorm van e-mailberichten en Whatsapp-berichten een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren. Daarnaast de vraag of het bewijs rechtmatig door werkgever is verkregen.

Feiten
Werknemer is sinds 1 juli 2007 in dienst van Weisz, laatstelijk in de functie van Export Director. Werknemer was hoofdverantwoordelijk voor de verkoop van Danish Design horloges. In de arbeidsovereenkomst is een verbod op nevenwerkzaamheden (die concurrerend voor werkgever zijn) en een geheimhoudingsbeding opgenomen. Voorts is daarin bepaald dat bij overtreding van dit verbod ontslag op staande voet volgt.

Op 11 maart 2014 heeft Weisz werknemer verzocht zijn laptop achter te laten voor een technische update. Weisz heeft vervolgens de privé e-mailaccounts van werknemer doorzocht. Werknemer is vervolgens op 14 maart 2014 op staande voet ontslagen wegens overtreding van het nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding. Werknemer is van mening dat er geen dringende reden is voor ontslag op staande voet.

Kort geding
In kort geding heeft de kantonrechter Amsterdam Weisz onder meer veroordeeld tot betaling van een (im)materiële schadevergoeding van € 7.500,– bruto ter zake van de schending door Weisz van de privacy van werknemer. Voorts oordeelde de kantonrechter dat het aannemelijk zou zijn dat de bodemrechter een dringende reden aanwezig acht.

Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter beantwoordt allereerst de vraag of de door Weisz aangeleverde bewijsmiddelen in de vorm van (privé)e-mails en Whatsapp-berichten in beginsel een dringende reden opleveren voor ontslag op staande voet. Uit de door Weisz in het geding gebrachte grote hoeveelheid e-mails en Whatsapp-berichten blijkt volgens de kantonrechter voldoende dat werknemer gedurende langere tijd bezig is geweest met het treffen van voorbereidingen voor het opzetten van een verkooporganisatie in Nederland voor een directe concurrent van Weisz. Ook blijkt hieruit dat hij klanten van Weisz probeerde te interesseren voor horloges van de concurrent. Daarnaast heeft werknemer cijfermatige bedrijfsinformatie van Weisz doorgespeeld en heeft hij alvast voor de concurrent een businessplan opgesteld. Dit alles acht de kantonrechter zodanig in strijd met goed werknemerschap, dan wel met de bepalingen uit de arbeidsovereenkomst, dat zij van oordeel is dat Weisz werknemer terecht op staande voet heeft ontslagen wegens één of meerdere dringende redenen.

Verder overweegt de kantonrechter als volgt. Vast staat dat Weisz onder valse voorwendselen werknemer verzocht heeft zijn laptop in te leveren om deze te kunnen doorzoeken. Vast staat ook dat werknemer een recht op privacy heeft, op de werkplek en op aan het werk gerelateerde apparatuur. Van Weisz mag als goed werkgever worden verlangd dat zij tenminste eerlijk is over de reden waarom de computer in beslag wordt genomen. Weisz heeft niet aannemelijk kunnen maken dat zij ten tijde van het innemen van de computer al een concreet vermoeden had dat werknemer onrechtmatig jegens haar handelde of in strijd handelde met zijn verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, aldus de kantonrechter. Dit maakt echter nog niet dat het doorzoeken van de laptop en het lezen van door werknemer als privé beschouwde e-mails onrechtmatig is geweest. Weisz heeft namelijk wel aannemelijk gemaakt dat van een ‘fishing expedition’ geen sprake was; zij had het vermoeden dat werknemer mogelijk een dubbele agenda had en had het gevoel dat er iets niet klopte, dit mede bezien door de ogen van een andere werknemer die werknemer al vanaf de schoolbanken kent en vond dat werknemer zich afwijkend gedroeg. Verder waren er geruchten dat werknemer andere werknemers had benaderd.

Het verweer dat Weisz een minder zwaar onderzoeksmiddel had kunnen gebruiken is niet aannemelijk geworden. Verder neemt de kantonrechter in haar oordeel mee dat werknemer zelf gedurende langere tijd in strijd met goed werknemerschap jegens zijn werkgever handelde. Voorts overweegt de kantonrechter dat het privacybelang van werknemer dat zijn handelwijze niet aan het licht mag komen hier geen rechtens te respecteren belang is. De kantonrechter concludeert dan ook dat de e-mails en Whatsapp-berichten die het gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigen, niet als onrechtmatig worden aangemerkt.

Als gevolg hiervan is werknemer schadeplichtig en gehouden tot vergoeding van de door Weisz gevorderde gefixeerde schadevergoeding over de duur van de opzegtermijn. Daarnaast dient werknemer het in kort geding toegewezen en inmiddels betaalde bedrag van € 7.500,– bruto aan Weisz terug te betalen.

Bron: Rechtbank Amsterdam 6 januari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:35

Deze bijdrage is geschreven door mr. Mattia Savenije.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek