loading
views

Schending goed werknemerschap door intimiderend Facebook-contact

Van Diepen.com

Schending goed werknemerschap door intimiderend Facebook-contact met 12-jarige scholiere
Werknemer is op 17 juni 2008 in de functie van pedagogisch medewerker in dienst getreden bij een buiten- en tussenschoolse kinderopvang. Op 9 juni 2014 heeft de kinderopvang een klacht ontvangen van een moeder van een 12-jarige scholiere over chatberichten die zouden zijn ontvangen van het Facebook-account van werknemer. De scholiere had tot kort daarvoor nog gebruik gemaakt van de diensten van de kinderopvang.

Werknemer zou aan de 12-jarige scholiere chatberichten hebben gestuurd waarbij hij haar onder meer had aangeduid als ‘mooie vrouw’, ‘lekker ding’,’lieverd’,’mooiste meisje’ en hebben aangezet om samen ‘iets leuks’ te gaan doen.

Op 10 juni 2014 is werknemer door werkgever met de klacht geconfronteerd en – in afwachting van nader onderzoek – geschorst. In een gesprek met werkgever heeft werknemer ontkend dat de scholiere tot zijn Facebook-contacten behoort of heeft behoord. Ook zouden de chatberichten niet door hem aan scholiere zijn verstuurd. Ter onderbouwing van zijn stellingen leverde werknemer een USB-stick in bij werkgever, met daarop een vanaf Facebook gedownload overzicht van al zijn actuele en verwijderde Facebook-contacten, waarop de scholiere niet voorkomt. Werknemer stelde daarnaast dat iemand misbruik heeft gemaakt van zijn Facebook-account en onder zijn naam met de scholiere zou hebben gechat, waarop de kinderopvang hem heeft geadviseerd aangifte te doen.

Op 18 juni 2014 is de computer van werknemer – met zijn instemming – door een ICT-deskundige onderzocht. In de daarop volgende rapportage wordt onder meer geconcludeerd dat als gevolg van het verwijderen van de chathistorie niet vastgesteld kan worden dat werknemer vanaf het account met de scholiere heeft gechat. Wel is gebleken dat de scholiere tot de Facebook-vrienden van werknemer behoort – zij was verplaatst naar ‘verwijderde vrienden’ – en dat de door hem overlegde accountgegevens niet overeenkomen met de werkelijke gegevens over zijn account.

Verzoek werkgever
Werkgever verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met werknemer – voor het geval de arbeidsovereenkomst met werknemer nog mocht blijken te bestaan – op een zo kort mogelijke termijn te ontbinden op grond van een dringende reden, te weten het gedrag van werknemer. De arbeidsrelatie zou hierdoor immers onomkeerbaar verstoord zijn geraakt.

Verweer werknemer
Werknemer stelt dat geen sprake is van een dringende reden en dat daarom de ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen dient te worden. Werknemer betwist daarbij ook via de messenger-functie van Facebook contact te hebben gezocht met de scholiere en haar berichten met een intimiderende inhoud te hebben gestuurd. De omstandigheid dat hij in eerste instantie had ontkend met de scholiere via Facebook bevriend te zijn geweest zou gelegen zijn in zijn angststoornis. Ook stelt werknemer reeds 6 jaar lang goed te hebben gefunctioneerd en nimmer betrokken te zijn geweest bij dergelijke incidenten.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat een kinderopvang moet kunnen rekenen op de betrouwbaarheid en volstrekte integriteit van haar medewerkers. De kantonrechter overweegt dat een pedagogisch medewerker – gelet op de machts- en afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van zijn omgang met kinderen – nooit de grens van het betamelijke dient te overschrijden dan wel de schijn van misbruik van die relatie wekken. De kantonrechter oordeelt verder dat vast is komen te staan dat de medewerker in strijd met de gedragsregels van de kinderopvang heeft gehandeld, die onder meer zien op het terughoudend zijn van medewerkers in het hebben van persoonlijke (digitale) contacten met klanten.

De kantonrechter overweegt dat werknemer door te verdoezelen dat de scholiere wel tot zijn vriendengroep behoorde alle grenzen van goed werknemerschap te buiten is gegaan. De enkele stelling van werknemer dat dit gelegen zou zijn in zijn angststoornis heeft de kantonrechter niet overtuigd, omdat werknemer daarna nog alle tijd zou hebben gehad om open kaart te spelen. Het verweer van werknemer dat een ander persoon onder zijn naam de berichten zou hebben verstuurd komt niet vast te staan. De kantonrechter oordeelt dat van werkgever in redelijkheid niet kan worden verwacht de arbeidsverhouding voort te zetten. De kantonrechter wijst de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst toe en ontbindt deze met onmiddellijke ingang. Nu sprake is van een dringende reden, wordt aan de werknemer in het geheel geen vergoeding toegekend.

Bron: Rechtbank Rotterdam, 16 september 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7633

Deze bijdrage is geschreven door mr. Patrick Dijkstra.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek