loading
views

Stroomstootwapens en infiltranten op werkvloer

Van Diepen.com

Stroomstootwapens en infiltranten op de werkvloer

De titel doet mogelijk iets anders vermoeden, maar hier wordt slechts een ontslagzaak besproken die zich afspeelt in een onschuldige parkeergarage.

Feiten en omstandigheden
Werknemer is per 12 november 2007 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij Werkgever in de functie van Parking Host. Op de arbeidsovereenkomst is de Code of Conduct van toepassing verklaard. Daarin is bepaald dat als werknemers vermoeden dat de Code of Conduct of de wet wordt overtreden, dit bij de leidinggevende of bij HRM of bij de vertrouwenspersoon dient te worden gemeld.

Werkgever heeft eind 2013/begin 2014 het bedrijf VMB ingeschakeld in verband met een intern fraude-onderzoek. VMB heeft daartoe twee van haar medewerkers ingezet als pseudo-werknemer (‘infiltrant’) bij Werkgever. De Parking Hosts van Werkgever waren er niet van op de hoogte dat twee infiltranten van VMB bij hen als collega werkzaam waren.

Op 21 mei 2014 heeft infiltrant 1 een onderzoeksverslag opgesteld en aan Werkgever ter beschikking gesteld. In dit onderzoeksverslag is onder andere vermeld:

“Werknemer heeft op zaterdag 18 januari 2014 vanuit de loge van Q-Parklocatie [locatie] gebeld met zijn collega B. Tijdens dit gesprek vroeg Werknemer aan collega B. of hij nog stroomstootwapens in de verkoop heeft. Toen collega B. kennelijk positief antwoordde, vroeg Werknemer hem met het apparaat naar [locatie] te komen. Dit omdat hijzelf en enkele collega’s een dergelijk stroomstootwapens van hem wilde kopen. Collega B. arriveerde korte tijd later in de loge van Q-Park [locatie], waar hij het wapen in de loge aan Werknemer toonde. Werknemer nam het wapen van collega B. over en activeerde hem meerdere keren om te zien hoe het apparaat werkte. Werknemer deed dit op het moment dat enkele parkeerders bij de betaalautomaat hun parkeergeld afrekenden. Deze parkeerders hebben gezien dat collega B. en Werknemer het apparaat activeerden en ermee speelden in de loge. Werknemer vroeg collega B. naar de prijs van het wapen en collega B. gaf aan ze voor € 40,00 te verkopen. Tijdens deze bijeenkomst bestelde Werknemer drie stroomstootwapens voor zichzelf en hij deelde collega B. ook mee er een te bestellen voor zijn collega F.”

Op maandag 19 mei 2014 hebben onderzoekers van VMB Werknemer geconfronteerd met de resultaten uit het onderzoek. Werknemer ontkende ooit een stroomstootwapen in een Q-Parklocatie te hebben gezien, er geen een te hebben uitgeprobeerd en er ook geen een te hebben aangeschaft. Wel heeft Werknemer verklaard dat hij weet dat collega B. stroomstootwapens verkoopt. Werknemer verklaart daartoe als volgt:

“Ik weet dat collega B. ze verkoopt maar dat is zijn ding, daar bemoei ik me niet mee. Het verhaal gaat dat collega B. teasers verkocht. Ik heb wel gezien dat collega B. er een heeft daar bedoel ik de zaklamp mee, ik weet namelijk niet hoe een stroomstootwapen er uit ziet. Ik heb er ook nooit een gekocht van collega B., zeker weten. Ik heb ook nooit gezien dat collega B. een stroomstootwapen getest heeft. Daar ben ik niet bij aanwezig geweest.”

Werkgever heeft Werknemer op 26 mei 2014 op staande voet ontslagen. Dit ontslag heeft alleen geen stand gehouden, omdat de kantonrechter van oordeel was dat het ontslag niet onverwijld was gegeven. Volgens de kantonrechter waren al op 18 mei 2014 alle relevante omstandigheden voor het ontslag bij Werkgever bekend.

Werkgever heeft vervolgens de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Ten behoeve van de ontbindingsprocedure heeft één van de infiltranten een verklaring onder ede afgelegd bij een notaris.

Oordeel kantonrechter
Gelet op de feiten en omstandigheden komt de kantonrechter tot het volgende oordeel. Werknemer heeft ontkend van collega B. een stroomstootwapen te hebben gekocht of geleverd te hebben gekregen, dan wel een stroomstootwapen in een parkeergarage van Q-Park te hebben gebruikt of aan voorbijgangers te hebben getoond. Werknemer heeft ter zitting wel erkend er van op de hoogte te zijn geweest dat collega B. stroomstootwapens verkocht. Hij heeft ook erkend dat hij dat niet aan Werkgever had gemeld.

De door VMB ingeschakelde infiltrant heeft tegenover de notaris verklaard gezien te hebben dat Werknemer bij collega B. stroomstootwapens kocht, voor Werknemer zelf en voor een collega, als ook dat Werknemer dit wapen in de parkeergarage in bijzijn van bezoekers uitprobeerde.

Werknemer heeft de juistheid van deze verklaring van genoemde infiltrant ontkend. Werknemer heeft dat niet nader onderbouwd. Onderbouwing van zijn ontkenning was bijvoorbeeld mogelijk geweest door middel van een verklaring van collega B. Werknemer heeft dat niet gedaan, heeft ook geen uitleg gegeven waarom geen verklaring van bijvoorbeeld collega B. werd ingebracht en Werknemer heeft ook niet weersproken dat collega B. erkend heeft stroomstootwapens aan collega’s te hebben verkocht.

Het door Werknemer niet aan Werkgever melden dat zijn collega B. in stroomstootwapens handelde vormt een overtreding door Werknemer van de binnen Werkgever geldende Code of Conduct. Dat reeds valt Werknemer sterk aan te rekenen.

De kantonrechter acht het voorts in het kader van de onderhavige ontbindingsprocedure voldoende aannemelijk dat Werknemer bij collega B. stroomstootwapens heeft gekocht, als ook dat hij in bijzijn van bezoekers van Q-Park er een heeft uitgeprobeerd. In dat verband acht de kantonrechter van belang dat de infiltrant consistente en gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd, en Werknemer slechts een blote ontkenning. Dat de infiltrant zijn naam, naar zijn zeggen uit veiligheidsoverwegingen, in de onderhavige procedure niet kenbaar heeft willen maken, doet daar niet aan af. Niet weersproken is dat genoemde infiltrant, onder het kenbaar maken van zijn naam, genoemde verklaring tegenover een notaris heeft herhaald. Een dergelijke verklaring is niet gelijk te stellen aan een ten overstaan van de rechter afgelegde verklaring onder ede, al is het maar omdat in het laatste geval de mogelijkheid bestaat om aan betrokkene vragen te stellen. Zulks neemt niet weg dat een aldus ten overstaan van een notaris afgelegde verklaring kan bijdragen aan de aannemelijkheid van een door een partij aangevoerd standpunt.

Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden zonder toekenning van een vergoeding aan Werknemer.

Bron: Rechtbank Amsterdam 12 november 2014, ECLI 2014:7538

Deze bijdrage is geschreven door mr. Michael Kristel.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek