loading
views

Wie is werkgever bij arbeidsovereenkomst?

Van Diepen.com

Wie is de werkgever bij de arbeidsovereenkomst?

Werknemer is op 15 maart 2001 benoemd tot algemeen directeur van BGN en per die datum in dienst getreden. Uit BGN kwam na een opsplitsing Selexyz voort, dat verschillende boekhandels exploiteert. Werknemer trad vervolgens vanaf 9 juni 2006 in functie als algemeen directeur van Selexyz. Met ingang van 1 oktober 2010 is werknemer geschorst door de raad van commissarissen van Selexyz.

De salarisbetalingen aan werknemer vonden in de loop der tijd plaats door verschillende dochterondernemingen van BGN en (later) Selexyz. Op 27 maart 2012 werd het faillissement van Selexyz uitgesproken. Voor de directieleden, alsmede voor de curator in het faillissement is onduidelijk wie nu is aan te merken als werkgever van de directie(leden). Immers, werknemer was in dienst van Selexyz, de salarisbetalingen werden verricht door een dochtermaatschappij van Selexyz, onder vermelding van de naam “Selexyz Management”, maar het salaris werd wel ten laste van Selexyz gebracht.

Uitspraak kantonrechter
De kantonrechter ontbindt bij beschikking van 10 oktober 2012, op verzoek van de dochtermaatschappij van Selexyz, de arbeidsovereenkomst met werknemer – voor zover deze nog bestond – per 1 november 2012, onder toekenning van een vergoeding van € 90.000,- bruto.

De kantonrechter verklaart bij beslissing van 28 november 2012 in een procedure tussen een dochtermaatschappij van Selexyz en een van de directieleden voor recht dat tussen deze partijen geen arbeidsovereenkomst bestaat en dientengevolge geen verplichting tot het betalen van salaris door de dochtermaatschappij.

Oordeel gerechtshof
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigt vervolgens bij arrest van 17 december 2013 alsnog gedeeltelijk de beschikking van de kantonrechter van 10 oktober 2012 en veroordeelt werknemer in de proceskosten. Werknemer komt tegen deze beslissing in hoger beroep, hij is van mening dat met hem wel degelijk een arbeidsovereenkomst is overeengekomen met de dochtermaatschappij van Selexyz. Het gerechtshof overweegt in hoger beroep dat de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval.

Daarbij is niet alleen van belang wat partijen bij het sluiten bij de arbeidsovereenkomst voor ogen stond, maar ook de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven. Beslissend bij de beoordeling zijn de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden, deze moeten in hun geheel worden bezien. Het gerechtshof overweegt ten aanzien van het hoger beroep vervolgens onder meer dat tussen de dochtermaatschappij en werknemer geen gezagsverhouding heeft bestaan en dat door werknemer nimmer feitelijke werkzaamheden voor de dochtermaatschappij zijn verricht.

Daarnaast overwoog het gerechtshof dat werknemer eerder reeds had erkend dat hij managementovereenkomsten had gesloten met Selexyz, waarmee feitelijk een arbeidsrelatie werd bedoeld. Mede gezien de directiefunctie die werknemer vervulde, achtte het gerechtshof het ten slotte ongeloofwaardig dat werknemer pas later zou hebben ontdekt – na het faillissement van Selexyz – dat hij eigenlijk in dienst was van de dochtermaatschappij. Ook vermeldden het handelsregister noch het ‘due dilligence-onderzoek’ – dat was uitgevoerd in verband met een mogelijke overname van de dochtermaatschappij – niets over arbeidsovereenkomsten met directieleden.

Alle feiten en omstandigheden in onderling verband bezien concludeert het gerechtshof dat geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan tussen werknemer en de dochtermaatschappij. Het gerechtshof bekrachtigt het eerdere vonnis waartegen werknemer in beroep was gekomen en veroordeelt werknemer in de kosten van het geding in hoger beroep.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 26 augustus 2014, ECLI:NL:GHAM:2014:3537

Deze bijdrage is geschreven door mr. Patrick Dijkstra.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek