loading
views

SNCU doorbraak aanpak schijnconstructies Contracting

SNCU doorbraak aanpak schijnconstructies Contracting

SNCU stelt het oneigenlijke gebruik van Contracting aan de kaak. Het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch betekent een nieuwe doorbraak in de aanpak van schijnconstructies.

Op 21 oktober 2014 wees het gerechtshof ’s-Hertogenbosch een belangrijk arrest. Dit arrest is een vervolg op de door de SNCU verloren zaak bij de kantonrechter te Eindhoven die oordeelde dat in casus geen sprake was van uitzending maar van ‘contracting’. Dit arrest getuigt ervan dat SNCU vooruitloopt bij het doorbreken van schijnconstructies, zoals reeds in een eerdere zaak waarin een schijnconstructie met schijnzelfstandigen werd doorbroken.

Contracting wint terrein op uitzenden
Contracting wint steeds meer terrein binnen Nederland en Europa ten koste van de klassieke uitzendovereenkomst. Contracting is in zuivere vorm, een variant van “aanneming van werk”. Hoewel het een erkende en legale contractvorm is, staat deze constructie momenteel onder grote aandacht van de politiek, alsmede de sociale partners in de uitzendbranche. Dit komt doordat contracting door het oneigenlijke gebruik steeds vaker onder de categorie ‘schijnconstructie’ valt.

In deze casus betreft het een onderneming waarbij de SNCU een onderzoek heeft uitgevoerd naar de naleving van de CAO voor Uitzendkrachten. Tijdens de controle ter plaatse werden uitzendovereenkomsten aangetroffen en overige aanwijzingen voor een uitzendverhouding. De SNCU stelde een materiële benadeling van werknemers vast ten bedrage van € 345.328. In verweer heeft de onderneming aangevoerd dat haar werkzaamheden niet zouden bestaan uit het uitzenden van personeel, maar uit het aannemen van werk (in het bijzonder het oogsten van champignons), zodat de CAO voor Uitzendkrachten niet van toepassing zou zijn. De onderneming overlegde een kopie van een aanneemovereenkomst.

‘Vergissing’
Voor de kantonrechter voerde de onderneming aan dat er sprake was van een vergissing aan de kant van een voormalige adviseur en het ontbreken van de benodigde juridische kennis. De uitzendovereenkomsten zouden niet doorslaggevend zijn. Feitelijk zou ook geen uitvoering gegeven zijn aan deze overeenkomsten. De kantonrechter achtte het aannemelijk dat er sprake was van een vergissing en onwetendheid aan de kant van de onderneming en oordeelde dat niet was komen vast te staan dat de onderneming onder de CAO voor Uitzendkrachten viel. De SNCU heeft dit oordeel bestreden en is in hoger beroep gegaan.

Schijnconstructie
Volgens de SNCU is de aanneemovereenkomst aan te merken als een schijnconstructie. De SNCU heeft aangevoerd dat de grens tussen een echte aanneemovereenkomst en een uitzendrelatie relatief gering is en dat ‘contracting’, als verkapte uitzendvorm, erop gericht kan zijn de rechten van uitzendkrachten te omzeilen. Het Hof volgt de SNCU hierin en stelt: “Naar het oordeel van het hof getuigt de aanneemovereenkomst inderdaad van elementen die tot doel hebben (gehad) om het uitzendkarakter van de overeenkomst tussen [het uitzendbureau] en haar werknemers weg te nemen.”
Volgens het Hof is voor de vraag of een uitzendrelatie bestaat niet de tekst van het contract tussen uitzendbureau en inlener noch die tussen opdrachtgever en uitvoerder bepalend, maar de feitelijke situatie. Het dwingend (uitzend)recht kan immers niet door een contract opzij worden gezet.

Evenmin was er naar het oordeel van het Hof sprake van een ‘vergissing’. De uitzendonderneming is met haar (voornamelijk Poolse) champignonplukkers uitzendovereenkomsten aangegaan. Daarbij legt de onderneming zich volgens eigen opgave in het handelsregister en in haar jaarverslag toe op het uitzenden en detacheren van personeel. Het enkele bestaan van de aanneemovereenkomst doet daar niet aan af. Ook een beroep op onwetendheid wordt door het Hof verworpen.

Toezicht en leiding
Een zeer belangrijk onderdeel van dit arrest is hetgeen het Hof oordeelt over de aanwezigheid van toezicht en leiding door de opdrachtgever, één van de wezenlijke elementen van de uitzendverhouding. Toezicht en leiding liggen in deze casus bij de (uitzend)onderneming, hetgeen aan een uitzendverhouding in de weg lijkt te staan. Het Hof overweegt echter dat zelfs indien het zo is dat enige vorm van leiding en toezicht van enige leidinggevende van een uitzendbureau wordt gehouden bij werkzaamheden zoals de champignonpluk, dit nog niet maakt dat daardoor sprake zou zijn van aanneming van werk/contracting. Het Hof oordeelt dat de opdrachtgever die taak (toezicht en leiding) in dat geval aan (leidinggevenden van) het uitzendbureau kan hebben uitbesteed.

De onderneming heeft zich beroepen op de wijze van factureren, te weten: per kilo en per uur geleverd werk. Het hof overweegt daarbij: “Deze wijze van facturering levert hooguit een zwakke aanwijzing voor het bestaan van een (echte) aanneemovereenkomst. Hier is die aanwijzing te zwak om de balans ten gunste van de onderneming te doen uitvallen.”

De SNCU wordt op alle onderdelen door het Hof in het gelijk gesteld met toewijzing van alle vorderingen.

Bron: SNCU, 3 november 2014

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek