loading
views
4 reacties
Erica Wits

StiPP: blijf bij je punt!

Mr. Erica B. Wits is advocaat en partner bij Sprengers Advocaten, een gespecialiseerd arbeidsrechtkantoor. Zij is sinds 1990 werkzaam op het gebied van arbeids- en sociale zekerheidsrecht. Zij richt zich zowel op werkgevers, werknemers en ondernemingsraden. Erica Wits is lid van de werkgroep Ontslagrecht van de Vereniging voor Arbeidsrecht en heeft in die hoedanigheid commentaar geleverd op het wetsontwerp WWZ. Naast haar proces- en adviespraktijk geeft zij veel cursussen, m.n. gericht op de actualiteit en de arbeidsongeschikte werknemer. Ook schrijft zij geregeld artikelen in vakbladen op haar terrein. X

Criterium voor bedrijfspensioenfonds StiPP

Op 28 oktober a.s. zal het Hof Amsterdam het langverwachte arrest wijzen in het hoger beroep van het bedrijfspensioenfonds StiPP tegen het vonnis van de kantonrechter in de Care4Care zaak. De kantonrechter was van oordeel dat het detacheringsbureau in de gezondheidszorg geen uitzendonderneming is. Care4Care valt daarmee niet onder de verplichtstelling van StiPP.

Niet alleen StiPP maar zeker ook detacheerders en payrollbedrijven zullen benieuwd zijn naar de uitkomst.

Onduidelijkheid over het begrip uitzendonderneming
Veel ondernemers hebben grote bezwaren tegen een verplichte aansluiting bij StiPP. Niet zelden raken zij in grote problemen door de claim van dit pensioenfonds. De claim gaat doorgaans terug tot 2008. De pensioenpremie kunnen zij niet meer doorberekenen aan hun opdrachtgevers. De claim kan zelfs tot een faillissement leiden.

Bedrijven zijn verplicht zich aan te sluiten bij StiPP als zij een uitzendonderneming zijn. De verplichtstelling verwijst naar een wetsartikel in het Burgerlijk Wetboek (7:690 BW). Over de vraag hoe dit artikel moet worden uitgelegd, is nog veel onduidelijkheid. Waar bij andere bedrijfspensioenen vaak direct helder is of een werknemer hier onder valt (bijv. ABP, slagers), is dit bij StiPP door deze onduidelijkheid niet het geval.

Bezwaren tegen aansluiting bij StiPP
Uit mijn praktijk blijkt dat ondernemers zijn overvallen door de aanschrijving van StiPP om zich aan te sluiten. Zij hebben niets van doen met de werkwijze van de uitzendbranche. Het bedrijf werkt bijvoorbeeld niet met uitzendovereenkomsten. Het zogenoemde fasesysteem en het uitzendbeding uit de uitzendcao’s is volledig onbekend. Andere bedrijven hebben geen allocatiefunctie. Zij bemiddelen niet bij vraag en aanbod van werk. Een ander discussiepunt is of de medewerkers al dan niet werken niet onder leiding en toezicht van een derde. Dit is bijvoorbeeld zo bij hooggespecialiseerde medewerkers.

Duidelijkheid na het arrest in de Care4Care-zaak?
Ook na het arrest in de Care4Care-zaak zal er nog geen duidelijkheid zijn. Deze is er pas als de hoogste rechter, de Hoge Raad, heeft gesproken. De Hoge Raad bepaalt uiteindelijk hoe het begrip uitzendonderneming moet worden uitgelegd. De belangen zijn eenvoudigweg te groot om te berusten in de uitspraak van het hof. Aan de ene kant de belangen van StiPP bij het in stand kunnen houden van haar fonds. Aan de andere kant de belangen van bedrijven, die geconfronteerd zijn met miljoenenclaims.

StiPP gaat door met aanschrijven
De huidige onzekerheid deert StiPP niet. Het fonds gaat onverminderd door met het aanschrijven van bedrijven. Dit betekent soms grote schade voor bedrijven en zelfs verlies van werkgelegenheid. Dit roept veel vraagtekens op. Zeker nu het fonds buiten haar doelstelling lijkt te treden. Ook is het standpunt van StiPP ten aanzien van allocatie niet in overeenstemming met de eigen statuten. Het fonds lijkt zich niet te realiseren dat zij ook nog eens in haar eigen voet schiet. Tenslotte vermindert StiPP door haar opstelling het toch al wankelende draagvlak voor het verplichte bedrijfspensioen. Tijd dat StiPP bij haar punt blijft: een pensioenregeling bieden voor de “klassieke” uitzendkracht. Dit is de uitzendkracht met het zogenoemde uitzendbeding in zijn arbeidsovereenkomst. Dit beding houdt in dat de arbeidsovereenkomst onmiddellijk eindigt, als de opdrachtgever de opdracht stopt of als de uitzendkracht ziek wordt.

StiPP treedt buiten haar doelstelling
StiPP is opgericht voor uitzendkrachten. Hieraan ontleent zij haar bestaansrecht.
In het jaarverslag over 2011 staat (p. 6, te vinden op de site van StiPP):

2.3.1 Doelstelling
De belangrijkste doelstelling van StiPP is te voorzien in een oudedagsvoorziening voor de werknemers in de branche die arbeid ter beschikking stelt (uitzendkrachten en gedetacheerden). Ook voorziet StiPP in een oudedagsvoorziening voor pay-rollers. De uitzendbranche kenmerkt zich door dienstverbanden van korte duur, veelal zijn het mensen die voor het eerst kennis maken met een (verplichte vorm van) pensioenvoorziening. Van belang is dat de regeling de maatschappelijke behoefte vervult om de “witte vlek” – het aantal mensen dat niet onder een (verplichtgestelde) pensioenregeling valt – te verkleinen.

Het doel van StiPP is mensen met dienstverbanden van korte duur en die nog nooit een pensioen hebben gehad, een pensioenvoorziening te bieden. Dit gaat voor wat ik net de “klassieke” uitzendkracht noemde, op. Door het uitzendbeding krijgen zij niet de kans om een wat langer dienstverband te verkrijgen. Ook hebben zij geen pensioenvoorziening. Dit geldt natuurlijk ook voor gedetacheerden en medewerkers in dienst van een payrollbedrijf als er een uitzendbeding is opgenomen in hun contract.

Hoe anders is de situatie van werknemers in vaste dienst van een detacheringsbedrijf. Zij kennen geen uitzendbeding. Deze werknemers hebben een normale arbeidsovereenkomst en hebben vaak allang een pensioen opgebouwd. Vaak betreft het (zeer) goed betaalde krachten met de nodige ervaring. Het is zeer begrijpelijk dat hun werkgevers zich verzetten tegen aansluiting, nu hun werknemers bepaald niet tot de doelgroep horen. Integendeel zou je kunnen zeggen. Voor deze werknemers is StiPP niet opgericht en voorziet zij in geen enkele behoefte.

De kantonrechter Amsterdam heeft onlangs in een zaak aangespannen door een detacheringsbedrijf tegen StiPP, geoordeeld dat ook werkgevers die arbeidsovereenkomsten sluiten zónder uitzendbeding, uitzendondernemingen kunnen zijn. En onder de verplichtstelling vallen. Dit oordeel kan ik niet rijmen met de doelstelling van StiPP. Ook hier geldt echter dat er pas definitief duidelijkheid zal zijn als de hoogste rechter heeft gesproken.

De statuten van StiPP gaan uit van allocatie
Opvallend is dat StiPP in procedures betoogt dat de allocatiefunctie geen voorwaarde is om uitzendonderneming te zijn. In de statuten van StiPP staat als definitie voor de uitzendkracht:

“de natuurlijke persoon die bij een uitzendonderneming is ingeschreven voor het verkrijgen van uitzendarbeid en met de uitzendonderneming een arbeidsovereenkomst aangaat of aangegaan is (…)”

De woorden “is ingeschreven voor het verkrijgen van uitzendarbeid” wijzen expliciet op allocatie. Een uitzendkracht schrijft zich in om door bemiddeling van het uitzendbureau uitzendwerk te verkrijgen. Uitzendwerk onderscheidt zich van ander werk door het al vaker genoemde uitzendbeding.

Van een dergelijk inschrijfsysteem is bij bijvoorbeeld detacheringsbureaus geen sprake. Ook om deze reden zien deze bureaus zich niet als uitzendbureau. Terecht, zoals blijkt uit de statuten, die te vinden zijn op de website van StiPP.

StiPP schiet in haar eigen voet
StiPP is zo actief, omdat uitzendkrachten aanspraak kunnen maken op pensioen bij StiPP, ook als zij geen premie hebben betaald. Dit is geregeld in de Pensioenwet. StiPP heeft er kennelijk voor gekozen het begrip uitzendonderneming heel ruim op te vatten. Door deze ruime opvatting treedt StiPP niet alleen buiten haar doelstelling. Het fonds schiet ook in haar eigen voet. Haar aansluitacties zullen altijd achterblijven bij de steeds weer nieuwe driehoeksrelaties (uitlener – werknemer –inlener).

Draagvlak voor bedrijfspensioenfondsen door StiPP onder druk
StiPP brengt met haar acties niet alleen veel bedrijven in problemen en mogelijk ook nog eens zichzelf. Ook vermindert zij het toch al minder wordende draagvlak voor de verplichte aansluiting bij bedrijfspensioenfondsen. Ik merk dat menig aangeschreven ondernemer het beleid van StiPP als zeer willekeurig ervaart en hierdoor het vertrouwen in het instituut bedrijfspensioenfonds heeft verloren.

StiPP blijf bij je punt
Het is nog lang niet zeker of StiPP het gelijk aan haar kant heeft met het zo oprekken van het begrip uitzendonderneming in de verplichtstelling. StiPP zou daarom terughoudend moeten zijn in haar aansluitacties. Dit is ook in het belang van het fonds zelf. Door de werkingssfeer zo royaal uit te leggen, zijn het aantal potentiële aanspraken op het fonds bijna schier oneindig. Zo vallen bijvoorbeeld nu ook al leerlingen uit het beroepsonderwijs onder het pensioenfonds. Ik vermoed dat niemand hier op zit te wachten (zie de Logidexzaak).

Ik pleit voor een helder en afgebakend criterium: alleen bedrijven die uitzendbedingen opnemen in de arbeidsovereenkomsten met hun werknemers, zijn uitzendonderneming. Dit past volledig in de doelstelling en is in overeenstemming met de statuten van StiPP.

Ook na het arrest op 28 oktober a.s. in de Care4Carezaak zal er nog geen duidelijkheid zijn. Het wachten is op het definitieve oordeel van de Hoge Raad over de reikwijdte van de verplichtstelling van StiPP. Misschien dat een getroffen ondernemer een kantonrechter kan verleiden tot het stellen van een rechtstreekse vraag aan de Hoge Raad om hierover duidelijkheid te krijgen. De Hoge Raad kan zich dan snel uitlaten over deze voor velen brandende kwestie.

Totdat deze duidelijkheid er is zou StiPP zich moeten houden aan haar punt: een pensioenvoorziening bieden voor de klassieke uitzendkracht.

Erica Wits

Reacties op dit artikel

  • Auteur: Erica Wits Datum:

    Beste Jeroen,

    Dank voor je reactie.

    De flexwereld verandert waar wij bij staan. Je wijst zeer terecht op het fenomeen contracting.

    Ook ik heb aarzelingen bij de houdbaarheid van de verplichtstelling STiPP in de huidige vorm. De criteria zijn omstreden en te diffuus. Een aangrijpingspunt met de veelkleurige werkelijkheid lijkt bijna niet mogelijk.

    Zou een indeling gebaseerd op het al dan niet gebruikmaken van het opschorten van de ketenregeling een optie zijn in jouw optiek?

    Erica Wits

  • Auteur: Jeroen ten Berg Datum:

    Beste Erica,

    Een van de meest onderbelichte aspecten van de StiPP problematiek is dat niet-uitzendkrachten niet aan de StiPP regeling deel mogen nemen, omdat de StiPP regeling een wachttijd kent die alleen voor uitzendkrachten toegepast mag worden (PW artikel 14 lid 2).
    Alleen omdat de wettelijke definitie van een uitzendkracht mogelijk ook geldt voor sommige werknemers van detacheerders en payroll bedrijven, komt er een bizarre problematiek naar voren.
    Er zijn werkgevers (detacheerders) die hun personeel soms wel en soms niet onder toezicht van de opdrachtgever te werk stellen.
    Deze werkgevers moeten de werknemers dus soms wel en soms niet bij StiPP aanmelden.

    Een voorbeeld. Een werkgever detacheert voornamelijk interim managers. Klaas, een interim manager gespecialiseerd in reorganisaties, wordt door zijn werkgever naar een opdracht gestuurd waar hij een teammanager met zwangerschapsverlof gaat vervangen. De manager van Klaas bij de opdrachtgever heeft moeite met loslaten en kijkt Klaas de hele periode op de vingers. Klaas is nu een uitzendkracht. Hij werkt onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Er wordt zelfs aan de allocatie vereiste voldaan, er wordt tijdelijke vraag en aanbod van arbeid bij elkaar gebracht.
    Klaas dient dus bij StiPP aangemeld te worden door zijn werkgever.

    Na verloop van tijd komt de oorspronkelijke teammanager terug van zwangerschapsverlof.
    De opdrachtgever was echter zeer onder de indruk van Klaas. En niet zo heel tevreden over een andere afdeling. De opdrachtgever en de werkgever komen overeen dat Klaas gedurende een half jaar een reorganisatie gaat doorvoeren binnen die andere afdeling. Klaas is door dezelfde werkgever aan dezelfde opdrachtgever “uitgezonden” maar Klaas is niet langer een uitzendkracht want hij werkt niet meer onder leiding en toezicht van die opdrachtgever. Hij brengt unieke expertise die de opdrachtgever zelf niet heeft en hij geeft zelf leiding aan de reorganisatie en wordt alleen op het resultaat beoordeeld. Nu zou Klaas dus bij StiPP afgemeld moeten worden, hij voldoet immers niet langer aan de wettelijke definitie van uitzendkracht.

    U denkt misschien dat dit voorbeeld vergezocht is. Maar ik kom dagelijks in de ICT en financiële detachering tientallen bedrijven tegen die met dit probleem worstelen. De meeste detacheerders hebben, zelfs als de verplichtstelling StiPP ruim uitgelegd wordt, een aantal werknemers die niet onder de verplichtstelling vallen, een aantal die er wel onder vallen en een aantal waarvan het sterk afhankelijk is van de opdracht of er wel of geen StiPP verplichtstelling geldt.

    Daarnaast is contracting sterk in opkomst. Bij contracting is er geen sprake van StiPP verplichtstelling, alleen is de overgang van volledige detachering naar volledig contracting een proces van meerdere jaren.

    Er zijn nu werkgevers (en klanten van mij) die “netjes” bij StiPP aangemeld zijn en nu langzaam hun bedrijf van wel naar niet StiPP verplicht zien veranderen. Voor die overgang ben ik met StiPP een aantal oplossingen aan het uitwerken.

    Al met al blijft de verplichtstelling StiPP in zijn huidige vorm onhoudbaar. Maar iedere mogelijke herindeling van de verplichtstelling gaat pijn doen, tenzij die vanuit de sociale partners zelf geïnitieerd wordt.
    Ik ben heel benieuwd hoe de verplichtstelling StiPP er over een jaartje of twee-drie uit ziet.

  • Auteur: Maarten Wienbelt Datum:

    Aha we hebben een CAPTCHA code, computers apen en andere dieren mogen hier niet reageren!

    Martin, beter een afgekocht Stipp pensioen voor 30 euro waar 300 euro inging dan niets aan het einde van de rit! Het is ziek deze regeling, maar laten we blij zijn dat ze enkel inzetten op afkoop, want tot een normale regeling komt het nooit. Als we het einde van de rit gaan afwachten dan hebben flexwerkgevers hun klanten en flexwerkers teveel toegezegd, dus sector is blij met afkoop door Stipp. Bestuurders en uitvoerders Stipp zijn ook blij want blijven lekker actief in de graaicultuur op deze wijze! Behoudens een handvol* flexwerkers die in het pak genaaid worden door vakbonden, het Rijk en werkgevers niks aan de hand!

    Het doet me denken aan “dat dan weer wel” van Hans Teeuwen

    Je speelde eerst voor superman, toen viel je van je paard,
    Nu zit je in een rolstoel starend naar de open haard.
    Je kan je niet bewegen en je hebt het soms te kwaad,
    Maar je hoeft niet zelf te ademen dat doet een apparaat,

    Dat dan weer wel, dat dan weer wel.
    Ja, daar moeten we toch eerlijk over wezen.
    Dat dan weer wel, dat dan weer wel.
    Zo ben je ziek en zo ben je weer genezen.

    Ben benieuwd of de staat Stipp gaat redden en laat ademhalen, denk van niet!

    *Handvol betreft inmiddels meer dan 2 miljoen mensen in Nederland werkzaam in de flexibele schil! Waarvan maar een fractie weet dat ze recht hebben op dit pensioen!

  • Auteur: Martin Pikaart Datum:

    Tsja, StiPP is voor de meeste uitzendkrachten niet meer dan zinloos geld rondpompen. Dit was reeds bekend bij oprichting. Stipp kiest er voor om de werkingssfeer zo breed mogelijk uit te leggen. Ik heb eerder op deze site geschreven: de enige die hier wat aan heeft is StiPP zelf en het hele circus eromheen. Bovendien heeft StiPP haar eigen morele bestaansrecht onderuit gehaald -zo dat er al was- door te besluiten geen indexatie meer te verlenen.

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek