loading
views
4 reacties
Marcel Reijmers

Inlenersbeloning

Marcel Reijmers is eigenaar van FlexKnowledge. FlexKnowledge adviseert en begeleidt uit- en inleners bij vraagstukken rondom o.a. wet- en regelgeving in de flexbranche, kostprijzen, sectorindeling, inlenerbeloning, CAO's, arbeidsovereenkomsten, Algemene Voorwaarden en arbo- en verzuimbeleid. Hij wordt regelmatig ingeschakeld door gerenommeerde advocatenkantoren vanwege zijn diepgaande kennis van de branche en de raakvlakken tussen uitzenden en regulier arbeidsrecht. Ook doet hij bij overnames onderdelen van het due diligence onderzoek. Daarnaast is Reijmers eindredacteur van CAOWijzer en FlexWijzer van FlexNieuws waarvoor hij ook columns schrijft. Voor ARTRA Arbeidsmarktopleidingen ontwikkelt en verzorgt hij trainingen en van keesz.com is hij een van de initiatiefnemers en adviseur. Kernkwaliteit: vertalen van alle ingewikkelde wet- en regelgeving in deze branche naar bruikbare praktijk. Van 2008 tot 2013 heeft hij HelloFlex People ontwikkeld van concept tot een organisatie met 150 aangesloten intermediairs. In die rol heeft hij ook diverse intermediairs geadviseerd en begeleid bij het starten van hun bedrijf. Eerder in zijn loopbaan heeft Reijmers 13 jaar bij de Luba Groep gewerkt, waarvan de laatste 7 jaar als manager Organisatie & Kwaliteit. Onderdeel van die functie was het ontwikkelen en geven van trainingen op het gebied van de CAO en wet- en regelgeving. Als projectmanager namens Luba is hij verantwoordelijk geweest voor de ontwikkeling en daaropvolgende implementatie van FlexService software. Samen met UWV Leiden heeft hij in 1999 aan de wieg gestaan van de huidige manier van verzuimbegeleiding in de uitzendbranche. Ook heeft hij geparticipeerd in diverse projecten bij de ABU en STAF over arbo- en verzuimbeleid en was hij lid van verschillende commissies. X

| Inlenersbeloning verandert de flexbranche |


Laatst gewijzigd: 11 mei 2015

Inlenersbeloning
Er is veel te doen over de inlenersbeloning. Wat is het, is al die ophef terecht en hoe werkt het nu in de praktijk? En wat zijn de gevolgen van de wijzigingen in de NEN-4400-norm per 1 juli 2014? Op deze vragen geven we met dit artikel antwoorden. Heeft u daarna nog vragen, neem dan contact met ons op of bezoek een workshop of training over dit onderwerp, bijvoorbeeld die van ARTRA.

Wat verandert er?
Gelijk loon voor gelijk werk staat in de belangstelling. In de branche, omdat vanaf 1 januari 2015 ook in de ABU CAO de inlenersbeloning vanaf de eerste dag toegepast moet worden en daarbuiten vanwege de aandacht voor schijnconstructies en malafide uitzendbureaus. In de praktijk wordt echter al jarenlang zo rond de 80% van alle uitzendkrachten vanaf de eerste dag volgens de inlenersbeloning betaald. Dus of er daarom in de praktijk nu zoveel verandert is maar de vraag.

Sinds 1 juli 2014 is de NEN-4400 aangepast. Een overzicht vindt u hier. Heeft dat dan impact? Niet heel direct. De branche-organisaties stellen terecht dat de wijzigingen al onderdeel uitmaken van hun eigen controles. Die worden in principe eens in de drie jaar gehouden en de NEN-4400 audit is meestal een halfjaarlijkse controle. Dat vergroot de kans op ontdekking van een onjuiste toepassing. Wat wel duidelijker wordt benoemd, is dat er een procedure moet zijn om verhoging van de CAO-lonen te borgen. Dat impliceert dat op contractniveau moet worden vastgelegd welke regeling nu precies wordt toegepast en dat bewaakt moet worden wanneer die wijzigt. Persoonlijk denk ik dat dat voor de verhoging van de ABU loontabel wel geborgd is, maar vraag me af of dat bij veel uitzend- en payrollbedrijven ook voor de andere regelingen geldt.

Wat wél verandert, is het besef dat inlenersbeloning iets anders is dan CAO-beloning. Dat maakt juiste toepassing (helaas) weer een stuk ingewikkelder. Wat ook verandert, is het gevoel van verantwoordelijkheid voor een juiste beloning bij de inleners. Minister Asscher heeft daar weinig twijfel over laten bestaan bij zijn plannen voor de aanpak van malafide uitzendbureaus en schijnconstructies. Als de flexbranche te veel steken laat vallen en fouten (blijft) maken zal minister Asscher het vergunningstelsel weer invoeren. Dit is het laatste wat de branche wil!

Wat is inlenersbeloning nu eigenlijk?
De basis voor de inlenersbeloning is artikel 8 lid 1 van de WAADI waarin met zoveel woorden staat dat de ter beschikking gestelde arbeidskracht recht heeft op ‘ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die welke gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt (…).’

Vervolgens wordt in de uitzendcao’s verder invulling gegeven aan dit wetsartikel. In de ABU cao gebeurt dat in artikel 20 lid 2 (tot 30 maart 2015: 19 lid 5) en bij de NBBU in artikel 22. Veel van de elementen die in de WAADI staan, zien we terugkomen in de uitzendcao’s:

  • Het geldende periodeloon
  • De arbeidsduurverkorting
  • Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid en ploegentoeslag
  • Initiële loonsverhogingen
  • (netto) kostenvergoedingen
  • Periodieken

Twee belangrijke elementen uit de WAADI ontbreken echter:

  • Het werken op feestdagen
  • Het aantal vakantiedagen

Deze twee elementen zien we daarom regelmatig terugkomen in de cao’s van de inleners en ook in de payrollcao’s. In die laatste zijn als extra soms nog bonusregelingen, winstdelingen en eenmalige vergoedingen opgenomen. Met name de aanvullende voorwaarden die opduiken in de cao’s van de inlener zijn dus in de praktijk lastig, want wat moet nu worden gevolgd? Hierover hebben wij al eerder gepubliceerd. Lees meer

Daarnaast kennen veel cao’s de term ‘vakkracht’ waarin onderscheid in de arbeidsvoorwaarden wordt gemaakt voor ter beschikking gestelde medewerkers met meer of minder opleiding en/of werkervaring in de betreffende branche.

Bovenstaande elementen zijn nog wel te achterhalen als de inlener weet welke cao hij volgt en zijn eigen medewerkers ook precies op dat niveau betaalt. De belangrijkste cao’s waarin de uitzendbranche actief is zijn op deze punten uitgewerkt in de CAOWijzer. Voor inleners die het niet weten, meer betalen of een eigen regeling hanteren, hebben wij een handig formulier ontwikkeld dat u bij ons aan kunt vragen.

Waar gaat het in de praktijk fout?
Het eenvoudigste ijkpunt voor een juiste toepassing is het juiste uurloon. Helaas zijn nog in weinig cao’s uurlonen afgesproken en moet het periodeloon dus worden omgerekend naar een uurloon. Daarbij is het van belang het juiste aantal uren te gebruiken en daar gaat het in de praktijk al vaak mis. De SNA heeft dit voor een aantal belangrijke cao’s vastgelegd hoe zij hierop controleren. Lees meer. Zie ook SNA factsheet CAO-bepalingen.

Een ander discussiepunt is de juiste inschaling: krijgt de uitzendkracht het loon dat hoort bij de functie die hij uitvoert, of is dat het loon dat eigenlijk hoort bij een lagere functie? Het is voor de opdrachtgever verleidelijk dat te proberen, want een lager loon betekent natuurlijk ook een lager tarief. Maar als het uitzendbureau daarin meegaat, en het kómt uit, zijn zij waarschijnlijk de partij die wordt aangesproken.

Ook het tijdig toepassen van cao-verhogingen is in de praktijk een weerbarstige klus, omdat nog zelden op contractniveau wordt vastgelegd welke beloningsregeling nu precies van toepassing is. In veel softwarepakketten is het ‘abu-loon’ of ‘inlenersbeloning’ en welke dat dan is, is vaak niet zodanig vastgelegd dat daar eenvoudig zoekopdrachten op gegeven kunnen worden.

Controles en boetes
Er zijn zoals in de vorige paragraaf beschreven ook nogal wat mogelijkheden en combinaties te maken van de diverse regelingen en het vervelende is, dat vrijwel niet vooraf vaststaat wat de juiste is en dit zorgt ons inziens voor de toch wel lichte mate van paniek die er momenteel is in de branche. Die paniek wordt aangewakkerd door de controles die tot 5 jaar terug kunnen gaan en waarvan er steeds meer worden uitgevoerd. Er wordt dan met de interpretatie van nu gekeken naar een inschaling die jaren geleden is gemaakt. Dit leidt tot oeverloze discussies ontstaan over de interpretatie van de regels en dat bureaus die volledig te goeder trouw zijn geweest, geconfronteerd worden met nabetalingen die naar onze mening nauwelijks recht doen aan een juiste cao toepassing. Alleen al het verweer hiertegen en het bepalen van de hoogte van de nabetaling op persoonsniveau vraagt een tijds- en geldinspanning die regelmatig niet in verhouding staat tot de gemaakte fouten. En hoewel wij onze opdrachtgevers hiermee ondersteunen, zouden wij onze tijd en energie en hun geld eigenlijk liever steken in het voorkomen van toekomstige fouten.

Hoe voorkomt u fouten?
De ABU-cao biedt meer mogelijkheden dan die van de NBBU om de verantwoordelijkheid voor de beloning bij de inlener te leggen: artikel 22 lid 8. Een dergelijk artikel ontbreekt helaas in de cao van de NBBU. In zijn plannen voor aanpak van schijnconstructies en ontduiken van cao’s legt minister Asscher ook een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid bij de inlener. Maar vooralsnog ligt de bal bij de uitzendbranche, omdat vooral die gecontroleerd wordt op de juiste toepassing van de beloning.

In de praktijk betekent dat:

  • het hebben van goede interne procedures voor het vastleggen van de regeling en het regelmatig toetsen ervan
  • goed vastleggen van de beloning zoals die bij de desbetreffende inlener geldt
  • duidelijke communicatie over de functie-inhoud en de inschaling en het toetsen hiervan bij de kandidaat als hij eenmaal aan de slag is
  • verklein het financiële risico door de inlener (mede)verantwoordelijk te maken door hem te laten tekenen voor de juistheid van de verstrekte informatie
  • neem ook bepalingen hierover op in de Algemene Voorwaarden

Meer weten?
In dit artikel hebben we enkele aandachtspunten beschreven. De werkelijkheid is natuurlijk complexer en uw eigen situatie vraagt om een eigen aanpak. Aarzelt u niet om contact met ons op te nemen als u daarover van gedachten wilt wisselen.

Marcel Reijmers > FlexKnowledge.nl


Lees ook: Inlenersbeloning verandert de flexbranche

Reacties op dit artikel

  • Auteur: Marcel Reijmers Datum:

    Geachte heer Brown,

    Hartelijk dank voor uw vraag. Het antwoord is kort maar krachtig: bonussen en andere eenmalige uitkeringen zijn geen onderdeel van de inlenersbeloning zoals die is afgesproken in de cao’s van ABU en NBBU. Uitzendkrachten hebben daar dus geen recht op.

    Marcel Reijmers, partner FlexKnowledge

  • Auteur: R,Brown Datum:

    Naar aanleiding van bovenstaande artikel het volgende,

    Als je als uitzendkracht te werk wordt gesteld bij bijv. een verzekeringsmaatschappij die elk jaar bonussen uitkeerd aan personeelsleden, heeft een uitzendkracht, die in principe ingeschaald is volgens standaarden van het bedrijf en ook dezelfde arbeidsvoorwaarden heeft (dus in principe al voldoet aan de inlenersbeloning), dan ook recht op een bonus?

  • Auteur: Marcel Reijmers Datum:

    Beste Jan,

    Ik denk dat het speelveld tussen ABU en NBBU inderdaad evenwichtiger zal worden, nu ook ABU leden/volgers de eerste 26 weken de inlenersbeloning moeten betalen. Ik vrees wel dat dit speelveld weer vertroebeld wordt door de opkomst van contracting. Als je leiding en toezicht aantoonbaar weet weg te halen bij de inlener, dan geldt de beloningsregeling van de contracter, wat natuurlijk weer vele mogelijkheden biedt om met andere arbeidsvoorwaarden te werken.

    De bepaling waarnaar je verwijst, kent de NBBU inderdaad niet. Ik vraag me af in hoeverre je daar als uitzendwerkgever echt een beroep op kunt doen als dat nodig blijkt te zijn. Als de ontduiking heel bewust is gebeurd, dan zijn de betrokken partijen vaak toch al niet in staat en bereid hun verantwoordelijkheid te nemen. Eigenlijk vind ik het ook meer een bepaling om op te nemen in Algemene Voorwaarden of contracten met inleners, dan in de CAO.

    Minister Asscher wil inderdaad meer verantwoordelijkheid bij de inlener neerleggen, maar doet dat via de ketenaansprakelijkheid. In het voorstel staat uitdrukkelijk dat eerst de werkgever (dus het uitzendbureau) aangesproken moet worden. En pas als die afdoende zijn inspanningen heeft bewezen of niet meer aanspreekbaar is, kan de werknemer naar de inlener stappen. Dit betekent voor bonafide inleners en uitzendbureaus een enorme administratieve lastenverzwaring om zich in te dekken tegen de claims die nog 5 jaar na dato kunnen komen. Of dit helpt om de malafide bureaus en inleners te stoppen, blijft de vraag.

    Marcel Reijmers, partner FlexKnowledge

  • Auteur: jan boerefijn Datum:

    Is het niet om het volgende dat juist ABU uitzendbureaus nogal eens de fout in gaan. In de praktijk kom ik nogal eens conurentie van de grootste bureau’s tegen waar uitzendkrachten tegen een veel lager loon ingezet worden. De NBBU CAO is al jaren duidelijk dat de inleners CAO gevolgd dient te worden.
    ‘De ABU-cao biedt meer mogelijkheden dan die van de NBBU om de verantwoordelijkheid voor de beloning bij de inlener te leggen: artikel 22 lid 8. Een dergelijk artikel ontbreekt helaas in de cao van de NBBU. In zijn plannen voor aanpak van schijnconstructies en ontduiken van cao’s legt minister Asscher ook een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid bij de inlener. Maar vooralsnog ligt de bal bij de uitzendbranche, omdat vooral die gecontroleerd wordt op de juiste toepassing van de beloning’.

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek