loading
views

Vixia/Gerrits, bijkomende omstandigheden

Herhaaldelijk niet voldoen aan re-integratieverplichtingen en het onbereikbaar zijn voor werkgever: ontbinding wegens een dringende reden.
De gedragingen kunnen worden aangeduid als ‘bijkomende omstandigheden’ in de zin van Vixia/Gerrits.

Op 13 augustus 2014 heeft de kantonrechter Rotterdam zich gebogen over de vraag of de weigering van werkneemster om aangepaste werkzaamheden te verrichten een dringende reden oplevert voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat het stelselmatig niet verschijnen op het werk en het herhaaldelijk onbereikbaar zijn van werkneemster, nadat eerdere loonsancties en uitdrukkelijke waarschuwingen van werkgever geen effect hebben gehad, ontbinding wegens een dringende reden rechtvaardigt.

Feiten
Werkneemster is op 31 augustus 1968 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger) van werkgever. Werkneemster vervulde laatstelijk de functie van verpleegassistent. Op 22 oktober 2012 is werkneemster arbeidsongeschikt uitgevallen, waarna een re-integratietraject is gestart. Tijdens dit traject heeft werkneemster herhaaldelijk niet voldaan aan re-integratieverplichtingen en is zij herhaaldelijk onbereikbaar geweest voor werkgever. Werkgever heeft werkneemster meermalen gewaarschuwd, het loon opgeschort en het loon stopgezet. Op 10 juni 2014 is werkneemster zonder bericht wederom niet op haar werk verschenen. Na oproeping door werkgever tot werkhervatting op 12 juni 2014, is werkneemster ook die dag niet op haar werk verschenen.

Ontbindingsverzoek werkgever
Op 13 juni verzoekt werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, primair gelegen in een dringende reden, subsidiair gelegen in een verandering van omstandigheden, zonder toekenning van een vergoeding aan werkneemster. Hiertoe stelt werkgever dat werkneemster in de periode van haar arbeidsongeschiktheid structureel niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen door veelvuldig zonder voorafgaande mededeling niet op het werk te verschijnen en voorts, in strijd met het verzuimreglement, voortdurend onbereikbaar te zijn voor werkgever. De eerdere waarschuwingen, loonopschorting en loonstopzettingen hebben geen effect gesorteerd. Onder deze omstandigheden is ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden gerechtvaardigd.

Verweer werkneemster
Werkneemster stelt dat het ontbindingsverzoek verband houdt met haar ziekte. Verder betwist werkneemster dat zij niet aan haar re-integratieverplichtingen zou hebben voldaan.

Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter ziet geen reden om te oordelen dat het ontbindingsverzoek zou moeten worden afgewezen vanwege (de reflexwerking van) het opzegverbod tijdens ziekte. Het ontbindingsverzoek houdt immers geen verband met de arbeidsongeschiktheid van werkneemster maar met het structureel en stelselmatig niet nakomen van de re-integratieverplichtingen en de verzuimvoorschriften.

De kantonrechter stelt vast dat werkneemster vele malen heeft geweigerd het werk te hervatten in op advies van de bedrijfsarts aangepaste werkzaamheden, alsmede dat zij tijdens verschillende incidenten onbereikbaar was voor contact met werkgever. Aldus handelde werkneemster in strijd met het verzuimreglement. De kern van het verweer van werkneemster is dat zij het oneens is met het oordeel van de bedrijfsarts over haar belastbaarheid voor de aangepaste werkzaamheden, en dat door de onjuiste vaststelling hiervan haar fysieke en psychische problemen juist zijn toegenomen.

Volgens de kantonrechter heeft werkgever aan haar re-integratieverplichtingen voldaan. Er is geen aanleiding te twijfelen aan het oordeel van de bedrijfsarts dat werkneemster in staat was te hervatten in aangepaste werkzaamheden. De stelling van werkneemster dat zij niet in staat was het aangepaste werk te hervatten, heeft zij niet onderbouwd met verklaringen van behandelaars. Daarmee komt de kantonrechter toe aan de vraag of de weigering van werkneemster om de aangepaste werkzaamheden te verrichten een dringende reden oplevert voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Uit vaste rechtspraak (HR 8 oktober 2004, JAR 2004/259 (Vixia/Gerrits) en daarop gebaseerde uitspraken) volgt dat in geval van belemmering van de re-integratie niet een ontslag, maar (eerst) een loonsanctie (ex art. 7:629 lid 3 BW) aangewezen is. In diezelfde rechtspraak is echter ook bepaald dat bijkomende omstandigheden alsnog het oordeel kunnen wettigen dat een dringende reden voor ontslag aanwezig is. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval sprake. Het gaat hier niet enkel om een weigering van werkneemster om passende arbeid te verrichten. Zij is zonder voorafgaand bericht stelselmatig niet op het werk verschenen. In veel van die gevallen is zij, in strijd met de bepalingen van het verzuimreglement, aanzienlijke tijd (soms zelfs dagen) onbereikbaar geweest voor werkgever, waardoor het vaststellen van een (medische) reden voor haar afwezigheid op die momenten niet mogelijk is geweest. De eerdere loonsancties en uitdrukkelijke waarschuwingen door werkgever hebben kennelijk geen effect gehad. Onder deze omstandigheden is ontbinding wegens een dringende reden gerechtvaardigd. Er zijn geen (persoonlijke) omstandigheden die dit anders maken.

Bron: Rechtbank Rotterdam 13 augustus 2014; BJN 147394

Deze bijdrage is geschreven door mr. Babs Dubois-Van Kleef.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek