loading
views

Wet elektronische handtekeningen

Wet elektronische handtekeningen
In tegenstelling tot de handtekening op papier kent de elektronische handtekening drie verschillende vormen. Alle drie de vormen zijn rechtsgeldig, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.



In Nederland is de wet elektronische handtekeningen op 21 mei 2003 in werking getreden.

Richtlijn 1999/93/EG
Dankzij Richtlijn 1999/93/EG is de elektronische handtekening gelijkgeschakeld aan een “papieren” handtekening. In de meeste gevallen moet die elektronische handtekening dan wel met behulp van een gewaarmerkt certificaat te verifiëren te zijn en moet deze met een veilig middel (bijvoorbeeld een smartcard) zijn gemaakt. De juridische gevolgen zijn dan hetzelfde: de plaatser zit er aan vast, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hij de handtekening niet gezet heeft.

Artikel 3:15a (Burgerlijk Wetboek) zegt dat een elektronische handtekening “dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening” heeft, “indien de methode die daarbij is gebruikt voor authentificatie voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische gegevens werden gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval.”



“Elektronische handtekening”
De gewone elektronische handtekening is de eenvoudigste variant. Denk hierbij aan een een gescande handtekening op papier, die bijvoorbeeld onder een e-mail geplakt kan worden als afbeelding. Deze variant wordt meestal niet aangeraden omdat hij eenvoudig te vervalsen is. Maar als de betrouwbaarheid voldoende vaststaat (bijvoorbeeld bij e-mail binnen een bedrijf), dan is zo’n handtekening rechtsgeldig.

“Geavanceerde elektronische handtekening”
Een geavanceerde elektronische handtekening is een elektronische handtekening met extra zekerheden. Volgens de wetgever:
• De handtekening is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;
• De handtekening maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
• De handtekening is tot stand gekomen met middelen die onder de uitsluitende controle van de ondertekenaar staan;
• De handtekening moet zodanig aan het meegestuurde document zijn verbonden, dat elke wijziging achteraf kan worden opgespoord.

Deze vorm wordt ook wel aangeduid als de “digitale handtekening”.

“Gekwalificeerde elektronische handtekening”
Een gekwalificeerde elektronische handtekening is een geavanceerde elektronische handtekening:
– die is vervaardigd met een zogenaamd “gekwalificeerd” certificaat, uitgegeven door een bij de Opta ingeschreven Certificatiedienstverlener (TTP); (art. 3:15a lid 2 sub d B.W. en art. 1.1 ss en art. 18.15 lid 1 + 2 Telecommunicatiewet),
– waarbij de handtekening is aangemaakt met een zogenaamd “veilig middel” (bijv. goedgekeurde smartcard ) (art. 18.17 lid 1 Telecommunicatiewet: de veiligheidseisen staan in een AmvB).
– waarbij de gebruiker “face to face” is gecontroleerd op diens identiteit (niet bijvoorbeeld per post met een kopie-legitimatiebewijs).

Wat is nu het juridische verschil?
De gekwalificeerde elektronische handtekening is in bewijsrechtelijk opzicht gelijk aan de handgeschreven handtekening: de rechtsgeldigheid wordt aangenomen. Als iemand beweert dat de handtekening “vals” is, moet dit worden bewezen door wederpartij.

Van andere elektronische handtekeningen moet in principe de ondertekenaar bewijzen dat de gebruikte handtekening voldoende betrouwbaar en dus rechtsgeldig is, tenzij de rechter een omgekeerde bewijslast formuleert.

Is een handtekening heilig?
Overigens is in Nederland een handtekening nooit heilig, er is altijd inhoudelijke toetsing door de rechter mogelijk. Als de plaatser van de handtekening ten stelligste ontkent deze gezet te hebben, moet eerst bewezen worden dat de handtekening echt is (art. 159 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Authenticiteit, integriteit en onweerlegbaarheid
Authenticiteit
Een geverifieerde elektronische handtekening geeft de ontvanger het vertrouwen dat de zender van het bericht inderdaad degene is wiens naam als afzender in het bericht staat. De afzender tekent het bericht met zijn/haar geheime sleutel, de ontvanger verifieert met de publieke sleutel van de afzender.

Integriteit
De afzender en de ontvanger willen er beide zeker van zijn dat een bericht niet veranderd is tijdens de transmissie.
Een elektronische handtekening bevat onder meer een controlegetal. Bij ontvangst wordt opnieuw dezelfde controleberekening gemaakt, waarmee kan worden vastgesteld of tussen verzending en ontvangst een mutatie van het bericht heeft plaatsgevonden.

Onweerlegbaarheid
Onweerlegbaarheid (non-repudiation) betekent dat de verzender niet kan ontkennen dat hij/zij een bepaald bericht verzonden heeft (en dat de ontvanger niet kan ontkennen het bericht ontvangen te hebben. Dit is vooral van belang voor berichten die betrekking hebben op een wettelijk bindende overeenkomst, zoals een arbeidscontract.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek