loading
views

Schending wederindiensttredingsvoorwaarde

Kennelijk onredelijk ontslag wegens schending wederindiensttredingsvoorwaarde

Aan de ontslagvergunning van het UWV Werkbedrijf wordt doorgaans de voorwaarde verbonden dat de werkgever gedurende een half jaar na het ontslagbesluit geen werknemer in dienst mag nemen voor werkzaamheden van dezelfde aard als de werkgever niet eerst de ontslagen werknemer in de gelegenheid heeft gesteld die werkzaamheden op de gebruikelijke voorwaarden te hervatten. Deze voorwaarde wordt de wederindiensttredingsvoorwaarde genoemd. In het geval de werkgever deze voorwaarde schendt, kan werknemer de opzegging vernietigen waardoor het dienstverband nooit is geëindigd. In de navolgende zaak kiest de werkneemster echter voor een andere route. Zij eist een schadevergoeding van de werkgever wegens kennelijk onredelijk ontslag.

Op 6 augustus 2014 heeft de rechtbank Maastricht zich gebogen over de eis van de werkneemster en antwoord gegeven op de vraag of een opzegging van een arbeidsovereenkomst door werkgever kennelijk onredelijk is wanneer de wederindiensttredingsvoorwaarde wordt geschonden.

Feiten
Werkneemster is op 16 september 1991 als parttime dierenartsassistente in dienst getreden bij werkgever tegen een salaris van € 1.709,52,– bruto per maand. Werkgever heeft het UWV Werkbedrijf om toestemming verzocht om de arbeidsovereenkomst van werkneemster op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen. Omdat alle arbeidsplaatsen van de functie dierenartsassistente zouden komen te vervallen, was afspiegeling niet aan de orde. Het UWV Werkbedrijf heeft werkgever toestemming voor ontslag gegeven. Aan de toestemming is de wederindiensttredingsvoorwaarde verbonden.

Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst tegen 1 oktober 2013 opgezegd. Op dezelfde dag heeft werkgever een nieuwe werkneemster aangenomen als hondentrimster.

Volgens werkneemster zou de nieuwe werkneemster echter werkzaamheden van dezelfde aard gaan verrichten als de werkzaamheden die werkneemster tot dan toe verrichtte. Volgens werkneemster zou werkgever aldus een valse reden aan het ontslag ten grondslag hebben gelegd.

Vordering werkneemster
Gezien bovenstaande is werkneemster van mening dat de gedane opzegging van haar arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is. Werkgever heeft namelijk onverwijld een nieuwe werknemer in haar plaats in dienst genomen. De aan de UWV-toestemming verbonden voorwaarde is daarmee geschonden.

Werkneemster vordert dan ook een schadevergoeding met hulp van de website hoelangwerkloos.nl berekend. Aan inkomensverlies heeft werkneemster 350 verwachte dagen werkloosheid begroot, een bedrag van € 14.000,00 bruto. Voorts heeft werkneemster een bedrag van € 10.000,– bruto aan gederfde levensvreugde gevorderd.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter overweegt allereerst dat een diergeneeskundige kliniek met drie artsen zonder enige vorm van assistentie zich moeilijk laat voorstellen. Het kan dus eenvoudigweg niet anders dan dat de nieuwe werkneemster (ongeacht of zij nu serieus als trimster is aangenomen of dat dit slechts een dekmantel is voor andere werkzaamheden) voor minstens een deel van haar tijd op de kliniek werk doet dat werkneemster (of één vaan haar vertrokken collega’s) eerder deed. De kantonrechter overweegt verder dat als daarmee al niet de schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde is gegeven, dan op zijn minst sprake is van een vorm van valsheid in de redengeving van het ontslag, namelijk op het punt dat in het geheel geen werk voor een dierenartsassistente in de kliniek meer zou overblijven na 30 september 2013.

De kantonrechter oordeelt verder dat in de huidige procedure werkgever de verplichting heeft om haar werkwijze sedert de opzegging volledig transparant te maken. Het lag op de weg van werkgever om aan te tonen hoe zij tot heden de diergeneeskundige praktijk zonder enige assistentie gevoerd heeft, als zij volhoudt dat drie dierenartsen dit alleen afkunnen en dat de enige werkneemster in dienst zich uitsluitend bezig houdt met het trimmen van honden. Volgens de kantonrechter heeft werkgever geen openheid gegeven en heeft zij in strijd gehandeld met goed werkgeverschap. Dit resulteert in een opzegging die ten opzichte van werkneemster kennelijk onredelijk is.

Verder overweegt de kantonrechter dat als werkgever wel open kaart had gespeeld, dan had werkneemster nu nog in dienst kunnen zijn. Kennelijk onredelijkheid van een opzegging wegens een op zijn minst ten dele vals motief leidt tot een volledige schadevergoeding. De website die de Universiteit van Amsterdam ontwikkelde hoeft voor zo’n geval niet bepalend te zijn, omdat het hier niet gaat om het benaderen van de financiële gevolgen van de opzegging voor werkneemster, aldus de kantonrechter. Volgens de kantonrechter zou er aansluiting moeten worden gezocht bij de methodiek die de kantonrechtersformule kent voor het bepalen van de vergoeding bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. In geval van volledig neutrale ontbinding zou werkneemster met haar 22 dienstjaren en een leeftijd van meer dan 54 jaar al recht kunnen hebben op een hoger bedrag dan de in totaal gevorderde € 24.000,– bruto. Dit nog zonder een eventuele bijstelling van de C-factor naar boven wegens de negatieve rol van werkgever en de immateriële gevolgen daarvan. De kantonrechter concludeert daarom tot toewijzing van het volledig primair gevorderde bedrag.

Bron: Rechtbank Maastricht 6 augustus 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:6292

Deze bijdrage is geschreven door mr. Mattia Savenije.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek