loading
views

Please lanceert plan Werknemersbedrijf – interview

Please lanceert plan Werknemersbedrijf – interview

Please Payroll lanceert plan voor Werknemersbedrijf

‘Het werknemersbedrijf begeleidt werknemers actief van werk naar werk’

Interview met Jan Franken en Hans van de Ven, directie Please Payroll

In het jaar 2000 besloten Jan Franken en Hans van de Ven een payroll organisatie op te richten. Please Payroll houdt zich specifiek bezig met het wegnemen van de zorgen van kleine werkgevers op het gebied van het werkgeverschap waardoor zij sneller werkgelegenheid kunnen creëren.

Please, Jan Franken

“De arbeidsmarkt is gediend bij een nieuw type dienstverlening”, vinden zij. “Wij hebben de mogelijkheden laten onderzoeken door een groep deskundigen. Werknemersbedrijven bieden hoogwaardige flexibiliteit, met zekerheid en begeleiding voor de werknemers. Het idee geeft handvatten om de impasse op de arbeidsmarkt te doorbreken.”

Franken: “De bonden kiezen de verkeerde weg. Baanzekerheid afdwingen bij wet is als het reguleren van het weer: onmogelijk. Daarbij: een vast contract geeft slechts schijnzekerheid. Wat nodig is zijn gespecialiseerde werkgevers die blijvend investeren in mensen om ze zo courant te houden voor de arbeidsmarkt. Dat mag je van een gewone MKB-ondernemer niet verwachten. Er moet dus iets komen dat er nu nog niet is, en daarvoor doen wij nu het eerste concrete voorstel.”

Meeting met stakeholders in september
De directie van Please wil een breed maatschappelijk gesprek op gang brengen en toewerken naar een bedrijfsplan. In september, dit najaar, organiseert Please een meeting met alle stakeholders die zich hieraan willen committeren.

Wat is een werknemersbedrijf?
Een werknemersbedrijf heeft werknemers in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd: de huidige flexwerker krijgt hier een vast contract. Daarna wordt deze op projectbasis of voor langere tijd beschikbaar voor ondernemingen, die zelf geen flexibel personeel meer in dienst hebben. Het werknemersbedrijf regelt voor deze werknemers alles rondom sociale zekerheid en pensioenopbouw. Het begeleidt hen actief van werk naar werk en verzorgt om- en bijscholing als dat nodig is.

Please protesteert al langere tijd tegen misverstanden over payrolling.

Aanleiding
“In de periode rondom zijn aantreden als FNV-voorzitter riep Ton Heerts dat payrollers in feite ordinaire zakkenvullers zijn. Daarmee schopte hij ons enorm tegen het zere been,” zegt Hans van de Ven.
“Als reactie begonnen wij zelf activistisch de aandacht van de media te zoeken, om de noodsituatie bij veel kleinere werkgevers te laten zien. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat het zinvoller is als we goed onderlegd informatie bieden over de problemen die wij dagelijks tegenkomen. Wij willen aandacht voor de werkelijke reden waarom werkgevers hun toevlucht nemen tot payrolling.

In dat kader brengen wij onder meer twee keer per jaar een tijdschrift uit met interviews met werkgevers en werknemers. Vanuit diezelfde motivatie zijn wij deze denktank gestart. Het gaat ons om oplossingen. Als een werknemersbedrijf op termijn een betere oplossing is dan een payrollonderneming, staan wij daar achter en passen wij onze business aan. Wij willen vanuit betrokkenheid bijdragen aan een goed werkende arbeidsmarkt.”

Een nieuw type intermediair
Het werknemersbedrijf lijkt op een uitzendbureau, maar dat is het niet. Het werknemersbedrijf heeft de medewerkers in vaste dienst en investeert in hen door middel van begeleiding en opleiding zodat zij relevante kennis en werkervaring opbouwen waardoor zij ook in de toekomst inzetbaar blijven. Door deze aanpak blijven medewerkers langdurig in dienst van werknemersbedrijven, zijn hun competenties veel inzichtelijker en kan er dus ook een betere match worden gemaakt met de vraag.
Waar uitzend- en detacheringsbureaus er belang bij hebben zich te specialiseren, hebben werknemersbedrijven juist belang bij een brede spreiding van opdrachtgevers. Op die manier kunnen zij werknemers effectief laten migreren naar andersoortige banen, waardoor de werkervaring en dus de waarde van de werknemer toeneemt.

Van onderop
“Onze oplossing komt uit de samenleving, van onderop. Wij zijn payrolldienstverlener voor zo’n 800 kleine en middelgrote MKB-ondernemers. Wij spreken de taal van ondernemers. Wij hebben 7500 contracten per jaar onder onze hoede. Wij vinden het een zorgelijke ontwikkeling dat veel lager opgeleide mensen momenteel geen uitzicht hebben op vast werk. Zij komen langdurig in flexconstructies terecht, terwijl zij juist zekerheid zoeken en begeleiding willen. De maatregelen van vakbonden en politiek zijn er op gericht om de positie van deze mensen te verbeteren door de flexibiliteit in te dammen, maar in de praktijk werkt dat niet, het werkt zelfs averechts zien wij uit eigen ervaring,” zegt Jan Franken.

“Ruim een jaar geleden hebben wij daarom een groep arbeidsmarktdeskundigen laten nadenken over een totaal nieuwe benadering van werk geven en werk nemen, los van historisch gegroeide verhoudingen.”

Denktank voor whitepaper
Aan het idee voor het werknemersbedrijf is meegewerkt door:

  • Arjan van den Born, hoogleraar Creatief Ondernemerschap
  • aan de Universiteit van Tilburg en zelfstandig organisatieadviseur
  • Mathijs Bouman, journalist en econoom
  • Jeu Claes, voorzitter van de Vereniging Payroll Ondernemingen (VPO)
  • Jan van Harten, initiatiefnemer, eindredacteur en vaste blogger van Nationaal Pensioenweblog. Hij is als docent verbonden aan diverse pensioenopleidingen.
  • Bas van der Klaauw, hoogleraar aan de afdeling Algemene Economie van de Vrije Universiteit. Daarnaast is hij verbonden aan het Tinbergen Instituut.
  • Marten Jukema, CNV-bestuurder
  • Mark Roscam Abbing, directeur Arbeidsmarkt en Sociaaleconomische Aangelegenheden bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • Geert-Jan Waasdorp, oprichter van Intelligence Group, een onderzoeks- en adviesbureau gespecialiseerd in arbeidsmarktcommunicatie en recruitment
  • Theo van Kroonenburg, lid van de Raad van Bestuur van Zorggroep Helmond

Waarom werkt de huidige aanpak niet meer?
“In de discussie over de arbeidsmarkt wordt onvoldoende onderscheid gemaakt tussen grote en kleine werkgevers. Ze verschillen van elkaar in kennis van wet- en regelgeving, maar ook in financiële draagkracht. Het aantal grote werkgevers neemt af en het aantal kleinere werkgevers en zzp’ers neemt toe. Kleine werkgevers hebben minder kennis en vermogen om hun personeel de juiste support te geven.

Please, Hans van de Ven

Voor kleine werkgevers staat ondernemen voorop. Zij willen snel kunnen reageren op de dynamiek in de economie. Daarvoor willen ze op- en afschalen in aantal en type medewerkers. Tegelijk gunnen ze hun werknemers best een goede hr-begeleiding en werkzekerheid, maar zelf kunnen ze dat lang niet altijd bieden. Daarom kiezen ze ervoor om die aspecten van het werkgeverschap in te kopen en uit te besteden. Zo ontstaat er steeds meer een verschil tussen ondernemen, werk geven en personeel begeleiden.

Een ander punt uit de vastgelopen discussie is het feit dat er onvoldoende onderscheid gemaakt wordt tussen de verschillende typen werknemers. Die blijft steken in ‘vaste’ tegenover ‘flexibele’ werknemers, maar zou moeten gaan over de mate waarin een werknemer inzetbaar is, nu en in de toekomst. Zwakkere werknemers zijn wat betreft hun ontwikkeling en weerbaarheid op zichzelf aangewezen. De zorg voor hen wordt nu afgewenteld op de hele samenleving terwijl uitzicht op verbetering ontbreekt.

Hoogopgeleiden kunnen zichzelf in het algemeen goed redden, toch krijgen zij eerder een vast contract, dus meer zekerheid en meer rechtsbescherming. Laagopgeleiden hebben doorgaans meer behoefte aan zekerheid en begeleiding, maar krijgen dat niet. Zij blijven hangen in flexibele contracten met minder rechtsbescherming. De tweedeling die daardoor ontstaat is slecht voor de economie.

Op deze manier ontstaan minder banen dan mogelijk is. Grote groepen medewerkers zitten vast in een baan onder hun niveau. Als men werkzaam is bij een kleine werkgever betekent doorgroeien vaak dat de volgende carrièrestap bij een andere werkgever moet worden gezocht. Dit betekent meestal het opgeven van verworven rechten zoals het vaste contract bij de huidige werkgever omdat de nieuwe een tijdelijk contract aanbiedt. Dus doorgroeien wordt daardoor niet gestimuleerd waardoor voor de huidige functie geen vacature zal ontstaan.
En grote groepen medewerkers maken nauwelijks gebruik van scholingsmogelijkheden. Er vindt geen doorstroming plaats en de kosten voor sociale zekerheid lopen op.

Het werknemersbedrijf ondervangt dit.”

Oplossing voor werkloosheid
Mark Roscam Abbing, directeur Arbeidsmarkt en Sociaaleconomische Aangelegenheden bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, stelt dat in de ideale wereld werknemers- en werkgeversorganisaties er met elkaar voor zorgen dat mensen die in bedrijf A overtollig worden in bedrijf B aan de slag kunnen. Roscam Abbing kent goede voorbeelden van ondernemingskringen die met elkaar kijken waar ze hun mensen kwijt kunnen in een soort ‘pool-constructies’. Tijdens de onderhandelingen over het sociaal akkoord heeft hij gemerkt dat vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers het werkloosheidsprobleem eigenlijk gewoon met elkaar willen oplossen. Roscam Abbing: “Daar kunnen werknemersbedrijven een belangrijke rol in spelen. Doe je dit goed, dan hoeft eigenlijk niemand meer naar het UWV.”

Hoe financier je dat?
“Met een deel van de kosten voor sociale zekerheid en via de huidige werkgeverspremies zou je het werknemersbedrijf kunnen financieren, want de overheid plaatst het sociale vangnet feitelijk bij de werknemersbedrijven,” zo redeneert de werkgroep in dit whitepaper. “Werknemers kunnen zelf ook bijdragen door open te staan voor een lager loon door een groter verschil in netto en brutoloon te accepteren in ruil voor werkzekerheid, begeleiding en scholing.
De rol van het UWV wordt minder of zou zelfs helemaal kunnen worden overgenomen door het werknemersbedrijf. Voor vakbonden ontstaat een grote rol in het controleren van het werknemersbedrijf.”

Wat levert dit nieuwe type intermediair op aan mogelijkheden?

  • Regelgeving sterk kan worden vereenvoudigd;
  • Detacheringsbedrijven oude stijl worden overbodig;
  • Uitzendbureau’s oude stijl worden overbodig;
  • Payrollbedrijven oude stijl worden overbodig;
  • Cao’s aan de onderkant van de markt worden overbodig omdat werknemersbedrijven met elkaar moeten concurreren op arbeidsvoorwaarden, om zo de beste medewerkers aan boord te krijgen. Dat geeft een werknemer veel meer zeggenschap en kracht dan nu in een cao;
  • Opleidings- en ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen) moeten worden ingesteld voor alle werkenden. Deze worden voortaan benaderd via de werknemersbedrijven;
  • Het wordt eenvoudiger om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te plaatsen omdat ze binnen een werknemersbedrijf
    a) continu door dezelfde personen begeleid worden en
    b) hun activiteiten over meerdere verschillende bedrijven gespreid kunnen worden.

Belangrijkste conclusie
“Werk geven en ondernemen worden twee verschillende dingen. Dat is ook logisch, want bij ondernemen hoort concurreren en concurreren werkt bezuinigen op de aspecten van goed werkgeverschap in de hand. Daardoor ontstaat al snel spanning op het gebied van werk geven.”

Tijd voor echte oplossing
“Over de problemen op de arbeidsmarkt wordt al te lang gepraat,” vindt Jan Franken. “Het wordt tijd dat er een echte oplossing wordt geboden.”

> Whitepaper – Het werknemersbedrijf – Een nieuwe benadering van flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt
> Bekijk de infographic op YouTube

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek