loading
views

Bedrog van werknemer tijdens gerechtelijke procedures

Bedrog van werknemer tijdens gerechtelijke procedures

Het wil nog wel eens gebeuren dat een werkgever ervan overtuigd is dat een werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige en/of strafbare gedragingen, maar dat de werkgever niet in staat is deze overtuiging te onderbouwen met bewijzen. In de onderhavige zaak trekt de werkgever zowel bij de kantonrechter als het gerechtshof aan het kortste eind, omdat hij er niet in slaagt te bewijzen dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Uiteindelijk zegeviert het recht toch nog. Met een beetje hulp van de politierechter.

Feiten
Werknemer in deze zaak was sinds 1 december 2009 op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst tot 1 juni 2011 in dienst van werkgever. Werkgever hield zich bezig met de groothandel en distributie van hightech-producten aan luchthaven, duty-free shops en airlines. Werknemer bekleedde de functie van magazijnmedewerker. Op 5 augustus 2010 is werknemer op staande voet ontslagen wegens ‘het zonder toestemming meenemen van eigendommen van werkgever en het verkopen daarvan op www.marktplaats.nl.’

Vordering werknemer
Werknemer is het met het ontslag op staande voet niet eens en roept de nietigheid van het ontslag in alsmede vordert van werkgever een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Beoordeling kantonrechter
Bij vonnis van 7 september 2011 veroordeelt de kantonrechter werkgever om aan werknemer een bedrag te betalen aan achterstallig salaris, vermeerderd met een gefixeerde schadevergoeding van € 10.625,80. Werkgever is door de kantonrechter tevens veroordeeld in de proceskosten.

Beoordeling gerechtshof
Werkgever gaat tegen het vonnis van de kantonrechter in hoger beroep bij het gerechtshof. Het gerechtshof bekrachtigt bij vonnis van 3 april 2012 het vonnis van de kantonrechter. Werkgever wordt door het gerechtshof veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

Procedure bij de politierechter
Het Openbaar Ministerie dagvaart werknemer om op 6 februari 2013 voor de politierechter te verschijnen. Vanwege financiële redenen gaat werknemer niet naar de zitting toe en wacht hij het vonnis van de politierechter af. De politierechter veroordeelt werknemer bij vonnis van 6 februari 2013 bij verstek wegens ‘verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft’, gepleegd ‘in de periode van 1 mei 2010 tot en met 5 augustus 2010 te Almere’. Werknemer krijgt hierbij een geldboete van € 900,– dan wel 18 dagen hechtenis opgelegd. Werknemer stelt tegen het vonnis van de politierechter geen hoger beroep in, waardoor deze uitspraak onherroepelijk wordt.

Herroeping vonnis gerechtshof
Werkgever vordert op grond van ‘bedrog in het geding gepleegd’ voor het gerechtshof herroeping van het arrest van 3 april 2012, waarbij zij het vonnis van de kantonrechter heeft bekrachtigd en werkgever in de proceskosten in hoger beroep heeft veroordeeld. Werknemer verweert zich door te stellen dat aan een veroordeling bij verstek geen dwingende bewijskracht toekomt en werkgever niet heeft bewezen dat het standpunt van werknemer eerder onjuist is geweest.

Beoordeling gerechtshof
Het gerechtshof overweegt dat het begrip ‘bedrog’ ruim dient te worden opgevat. Daaronder kan ook vallen het verzwijgen van feiten die tot een voor de wederpartij gunstige afloop van de procedure zouden hebben kunnen leiden. Daarbij overweegt het gerechtshof dat de veroordeling op zijn minst genomen het sterke vermoeden rechtvaardigt dat werknemer wel de verduistering heeft gepleegd waarvan werkgever hem heeft beschuldigd, maar waarvan werkgever het bewijs niet wist te leveren. Het gerechtshof oordeelt dat aan een verstek dan wel geen dwingende, maar in ieder geval wel vrije bewijskracht toekomt. Het gerechtshof concludeert dat een verstekveroordeling van een politierechter zo dicht bij een veroordeling op tegenspraak ligt dat dit voldoende is om tot het oordeel te komen dat werknemer bedrog heeft gepleegd in de procedure die heeft geleid tot het arrest van 3 april 2012. Het gerechtshof oordeelt de klacht van werkgever dan ook gegrond, herroept het arrest van 3 april 2012. Het geding bij het gerechtshof wordt volledig heropend en de behandeling voortgezet.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1806

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek