loading
views

Vergoeding tijdens ouderschapsverlof

Vergoeding tijdens ouderschapsverlof op basis oude salaris of ouderschapsverlofsalaris?

Op 27 februari 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een prejudiciële vraag van een Belgische rechter beantwoord. De vraag ging over de berekeningsmethode van een vergoeding gedurende ouderschapsverlof. De vraag en het antwoord zijn ook van belang voor Nederlandse werkgevers en werknemers, omdat een belangrijk deel van het Nederlandse arbeidsrecht voortvloeit uit het EU-recht.

Feiten
Werkneemster is op 3 januari 2005 in dienst getreden bij werkgever. Van 9 januari 2009 tot en met 26 april 2009 heeft werkneemster zwangerschapsverlof genoten. Aansluitend zou werkneemster gedurende een periode van vier maanden ouderschapsverlof genieten. Op 27 april 2009 heeft werkgever werkneemster echter ontslagen per 1 september 2009. Werkneemster heeft beroep tegen het ontslag ingesteld. De rechtbank heeft werkgever vervolgens veroordeeld tot betaling van de ‘forfaitaire beschermingsvergoeding’ gelijk aan zes maanden loon, omdat werkgever de arbeidsovereenkomst tijdens ouderschapsverlof zonder dringende of voldoende reden eenzijdig had beëindigd. Volgens de rechter diende dit bedrag te worden berekend op basis van het loon ten tijde van het ontslag. Aldus op basis van het loon dat werkneemster verdiende gedurende haar ouderschapsverlof.

Werkneemster is in hoger beroep gegaan, omdat zij van mening is dat deze berekening niet juist is. De Belgische rechter heeft vervolgens het Hof van Justitie hierover een prejudiciële vraag gesteld.

Hof van Justitie
Het Hof van Justitie oordeelt als volgt. In de raamovereenkomst Ouderschapsverlof (bijlage bij richtlijn 97/75/EG) wordt bepaald dat de lidstaten en/of de sociale partners overeenkomstig de wetgeving, de collectieve overeenkomsten of de nationale gebruiken de nodige maatregelen moeten nemen om de werknemers tegen het ontslag wegens het aanvragen of opnemen van ouderschapsverlof te beschermen. Dit recht moet ruim worden uitgelegd, omdat het een bijzonder belangrijk sociaal recht van de Europese Unie is.

Een nationale wettelijke regeling zoals hier in België geldt, kan worden gekwalificeerd als een maatregel die werknemers beschermd tegen ontslag wegens het aanvragen of opnemen van ouderschapsverlof. In België is bepaald dat de werkgever een werknemer die voor onbepaalde tijd in dienst is getreden naast een beëindigingsvergoeding, een ‘forfaitaire beschermingsvergoeding’ moet uitkeren wanneer hij de overeenkomst met werknemer tijdens diens ouderschapsverlof eenzijdig beëindigt zonder dringende reden of voldoende reden.

Het Hof van Justitie overweegt vervolgens dat een dergelijke maatregel haar nuttige werking zou verliezen indien deze ‘forfaitaire beschermingsvergoeding’ niet wordt bepaald op basis van het contractueel overeengekomen loon, maar op basis van het verminderde loon dat tijdens het ouderschapsverlof wordt betaald. Het gevaar bestaat dan immers dat een dergelijke berekeningsmethode onvoldoende afschrikkende werking heeft om te kunnen verhinderen dat werknemers tijdens hun ouderschapsverlof worden ontslagen, aldus het Hof van Justitie.

Conclusie
In Nederland geldt er geen ‘forfaitaire beschermingsvergoeding’ zoals in België. De uitspraak is echter wel interessant, omdat Nederland net als België zich heeft te houden aan de Raamovereenkomst ouderschapsverlof. Deze raamovereenkomst is bedoeld om werknemers te beschermen tegen ontslag wegens het opnemen van ouderschapsverlof en geeft de werknemer recht op terugkeer naar zijn oude of een vergelijkbare functie na het verlof. Daarnaast blijven de verworven rechten in stand tot na het einde van het verlof. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij de berekening van de ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule moet worden uitgegaan van het oude salaris en niet van het salaris gedurende het ouderschapsverlof (Rechtbank Midden-Nederland, 17 april 2013, ECLI: 2013 CA0026). Het is ook van belang om dit in overweging te nemen bij vaststellingsovereenkomsten waarbij een beëindigingsvergoeding wordt betaald.

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie, 27 februari 2014, EUR C-558/12 (Lyreco Belgium/Rogiers)

Deze bijdrage is geschreven door mr. Mattia Savenije.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek