loading
views

Niet verlengen arbeidsovereenkomst wegens zwangerschap

Niet verlengen arbeidsovereenkomst wegens zwangerschap
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege (automatisch) nadat de looptijd daarvan is verstreken. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan van een werkgever – bijvoorbeeld op grond van de redelijkheid en billijkheid of onrechtmatige daad – wordt verlangd dat hij een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbiedt respectievelijk een schadevergoeding betaalt wegens het niet voorzetten van het dienstverband. In de navolgende zaak lijkt het erop dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met werkneemster niet heeft verlengd omdat zij zwanger is. Wanneer dat daadwerkelijk komt vast te staan, levert dat een onrechtmatige daad op met alle gevolgen van dien.

Feiten
Op 1 mei 2012 is werkneemster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gedurende een jaar voor 28 uur per week bij werkgever in dienst getreden in de functie van telefonist/receptionist/administratief medewerker.

Bij schrijven van 25 maart 2013 heeft werkgever werkneemster te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege met ingang van 30 april 2013 eindigt. Op dezelfde dag heeft de direct leidinggevende van werkneemster een toelichting gegeven op het besluit om de arbeidsovereenkomst niet te verlengen.

Bij schrijven van 17 mei 2013 heeft werkneemster zich op het standpunt gesteld dat werkgever de arbeidsovereenkomst niet heeft verlengd vanwege haar zwangerschap en dat werkgever derhalve gehouden is alsnog te verlengen.

In de brief van 30 mei 2013 heeft werkgever het standpunt van werknemer betwist. Bij die gelegenheid is werkneemster niettemin een nieuwe arbeidsovereenkomst voor een jaar aangeboden in de functie van administratief medewerker/telefonist onder dezelfde arbeidsvoorwaarden, maar dan bij de holding van werkgever. Deze holding is op een andere locatie gevestigd. Werkneemster is niet op dat voorstel ingegaan, omdat de functie bij de holding haar minder voldoening schenkt en leidt tot een langere reistijd door files.

Vordering werkneemster
Werkneemster vordert een verklaring voor recht gevraagd dat werkgever jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door het discriminatoir niet verlengen van haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In het verlengde daarvan heeft werkneemster primair een schadevergoeding in natura gevorderd in de vorm van een tweede jaarcontract en subsidiair heeft zij bij wijze van schadevergoeding het geldelijk equivalent daarvan gevorderd.

Ter onderbouwing van de vorderingen heeft werkneemster zich daarbij onder meer beroepen op een tweetal verklaringen van collega’s die aanwezig waren tijdens de toelichting van haar direct leidinggevende.

Werkgever heeft aangevoerd dat de zwangerschap van werkneemster niet aan haar besluit ten grondslag heeft gelegen om niet te verlengen. Zij wilde niet verlengen omdat werkneemster niet goed lag in het team, een gebrek aan flexibiliteit aan de dag legde en het bovendien niet kon vinden met haar direct leidinggevende. Tijdens de bespreking op 25 maart 2013 is de zwangerschap wel ter sprake gekomen, maar niet op de door haar en haar getuigen gestelde wijze. In dat verband moet er sprake zijn van miscommunicatie.

Beoordeling kantonrechter
Bij de beoordeling van dit dispuut heeft onder meer als uitgangspunt te gelden dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt na ommekomst van de overeengekomen periode. Uit die beëindiging vloeien in beginsel geen rechten en verplichtingen voort met betrekking tot de eventuele arbeidsrechtelijke toekomst van partijen.

Het is aan partijen om die toekomst in gezamenlijk overleg vorm te geven met als mogelijk resultaat dat zij een nieuwe arbeidsovereenkomst sluiten. Deze nieuwe arbeidsovereenkomst staat op zich zelf en behoeft geen kopie te zijn van de inmiddels geëindigde arbeidsovereenkomst. Het staat partijen vrij daar op hun wijze invulling aan te geven. Het staat partijen evenzeer vrij om niet meer met elkaar in zee te gaan. De redenen voor de laatste variant zijn rechtens irrelevant, tenzij deze het predicaat onrechtmatig verdienen, bijvoorbeeld omdat de werkgever daarbij handelt in strijd met, bijvoorbeeld, discriminatieverboden.

Laatst geschetste situatie doet zich onder meer voor als de werkgever na ommekomst van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd afziet van zijn voornemen om te verlengen omdat de werknemer zwanger is. In deze zaak heeft werkneemster zich beroepen op een dergelijke situatie.

De kantonrechter volgt werkneemster niet in haar redenering en de daaraan verbonden vorderingen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de door werkneemster aan haar vorderingen ten grondslag gelegde reden namelijk achterhaald door de feiten. Zo werkgever aanvankelijk al geweigerd zou hebben om tot verlenging van de arbeidsovereenkomst over te gaan vanwege de zwangerschap – hoewel daartoe sterke aanwijzingen aanwezig zijn, is dat rechtens niet vast komen te staan – dan is werkgever tijdig op haar schreden teruggekeerd door werkneemster ondanks haar zwangerschap alsnog een baan voor bepaalde tijd in de administratieve sfeer aan te bieden, zij het eerst een maand na beëindiging van de eerste overeenkomst en op een andere locatie. Werkneemster heeft niet van dat aanbod gebruik wensen te maken.

Bedoelde koerswijziging van werkgever zou slechts dan geen effect hebben kunnen sorteren als zij werkneemster willens en wetens een dermate onredelijk, niet passend voorstel zou hebben gedaan dat zij dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wel zou moeten weigeren. Daarvan is evenwel geen sprake, aangezien werkgever werkneemster een baan heeft aangeboden onder nagenoeg dezelfde condities als de eerste overeenkomst, zij het op een andere locatie. De omstandigheid dat werkneemster meer reistijd kwijt zou zijn dan voorheen – hetgeen maar zeer de vraag is – en dat zij minder voldoening zou putten uit de aangeboden nieuwe betrekking, doen aan de redelijkheid van het aanbod van werkgever niet af, te meer nu werkgever passende arbeid heeft aangeboden.

Ook de omstandigheid dat werkgever pas een tweede arbeidsovereenkomst heeft aangeboden ingaande een maand na expiratie van de eerste kan werkneemster naar het oordeel van de kantonrechter niet baten, aangezien zij, wanneer wordt uitgegaan van discriminatoir niet verlengen, in dat geval geen schade heeft geleden. Weliswaar zou die arbeidsovereenkomst voor een jaar een maand later zijn ingegaan, maar daar staat tegenover dat deze ook een maand langer zou hebben doorgelopen.

Op grond van het bovenstaande heeft de kantonrechter de vordering van werkneemster afgewezen.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2014, ECLI 2014:808

Deze bijdrage is geschreven door mr. Michael Kristel.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek