loading
views

Werkgever kan werkneemster niet houden aan schuldbekentenis

Werkgever kan werkneemster niet houden aan schuldbekentenis
In het algemeen wordt aangenomen dat de machtsverhouding tussen een werkgever en een werknemer ongelijk is. Een werkgever heeft immers een natuurlijk overwicht op haar werknemers. In de onderhavige zaak, waarin een werkneemster bekent dat zij gedurende lange tijd goederen van werkgever heeft ontvreemd, wordt deze ongelijke machtsverhouding nogmaals bevestigd. Ondanks het feit dat werkneemster te kwader trouw heeft gehandeld en zij haar onrechtmatige handelen (mondeling en schriftelijk) heeft bekend, treft werkgever in deze zaak ook de nodige verwijten vanwege het niet in acht nemen van de ‘natuurlijke’ machtsongelijkheid.

Feiten
Werkneemster was sinds 20 oktober 2008 bij werkgever (V&D) in dienst in de functie van verkoopster. In de periode van september 2010 tot en met 21 oktober 2010 heeft werkgever, onder meer door gebruikmaking van camera’s, een onderzoek naar werkneemster verricht omdat zij werd verdacht van diefstal van goederen. Werkneemster werd betrapt en door de bedrijfsleider en een bedrijfsrechercheur geconfronteerd met het feit dat zij goederen had ontvreemd. Tijdens de confrontatie heeft werkneemster verschillende ontvreemdingen bekend. Een snelle berekening door de verhorende personen maakte duidelijk dat met de ontvreemdingen van werkneemster een bedrag van ongeveer € 115.000,- gemoeid was. Aan het einde van de confrontatie heeft werkneemster een schuldbekentenis voor dit bedrag ondertekend. Werkneemster is vervolgens op staande voet ontslagen.

Vordering werkgever
Twee maanden na het ontslag op staande voet heeft werkneemster de schuldbekentenis op grond van misbruik van omstandigheden vernietigd. Werkgever start daarop een procedure bij de rechtbank en vordert betaling van € 115.000,-.

Beoordeling rechtbank
De rechtbank overweegt dat werkneemster terecht de schuldbekentenis heeft vernietigd op grond van misbruik van omstandigheden en concludeert dat de vorderingen van werkgever moeten worden afgewezen. De rechtbank wijst daarbij op het volgende. Werkneemster is onvoorbereid het gesprek ingegaan en een werkgever heeft in het algemeen een overwicht op werknemers. In deze zaak geldt het overwicht des te meer omdat werkneemster alleen bij het gesprek aanwezig was, terwijl van de zijde van werkgever twee personen aanwezig waren, die in de hiërarchie hoger stonden dan werkneemster. Verder acht de rechtbank van belang dat werkneemster zich in een benarde positie bevond omdat zij werd geconfronteerd met de door haar gepleegde misdrijven.

Werkgever wordt niet verweten dat zij werkneemster een verklaring heeft laten ondertekenen, maar wel dat zij werkneemster niet in de gelegenheid heeft gesteld om zich te beraden over de verklaring. De rechtbank stelt in dat verband dat het op de weg van werkgever had gelegen om werkneemster te informeren over de (juridische) gevolgen van de ondertekening. Werkgever had moeten begrijpen dat werkneemster niet zou hebben ingestemd met het schadebedrag indien zij de tijd had gekregen om zich te beraden en advies in te winnen.

Werkgever kan zich niet vinden in het vonnis van de rechtbank en gaat daarvan in hoger beroep.

Grieven
Werkgever stelt in hoger beroep dat de ondertekening van de schuldbekentenis door werkneemster, na haar bekentenis, haar niet in een nadeligere positie heeft gebracht terwijl evenmin sprake was van misbruik van omstandigheden. Er zou volgens werkgever geen sprake zij geweest van een noodtoestand of dwangpositie.

Beoordeling gerechtshof
Het hof oordeelt dat werkgever zich onder de omstandigheden van deze zaak ervan had behoren te weerhouden om op korte termijn de ondertekening van de schuldbekentenis door werkneemster te bevorderen. Werkgever miskent hiermee volgens het hof dat werkneemster in een afhankelijke positie verkeerde en onervaren was, waardoor zij zich in een ongelijke positie ten aanzien van werkgever bevond. Hierbij wordt door het hof in belangrijke mate meegewogen dat werkgever op dat moment ook nog geen indicatie had van de hoogte van de werkelijk door haar geleden schade.

Zijdelings overweegt het hof daarbij dat uit de subsidiaire eis van werkgever in de procedure, waarin door werkgever een veel lager bedrag van werkneemster wordt gevorderd, dat de positie van werkneemster door het ondertekenen van de schuldbekentenis wel degelijk kon verslechteren, wat er temeer toe leidt dat het op de weg van werkgever had gelegen om werkneemster in de gelegenheid te stellen zich over deze kwestie te beraden en te laten adviseren.

Het Hof concludeert ten slotte dat wel vaststaat dat werkneemster onrechtmatig heeft gehandeld. Aangezien geen van de bij de procedure betrokken partijen de schade nauwkeurig kan vaststellen, maakt het hof een schatting van de geleden schade. Het hof stelt op basis van de verklaringen van werkneemster en werkgever een bedrag van € 12.582,– aan schadevergoeding vast, waarvoor zij werkneemster veroordeelt.

Bron: Gerechtshof Amsterdam 15 oktober 2013, ECLI 2013:3412. Zie ook rechtbank Midden-Nederland 4 november 2013, ECLI 2013:5695

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek