loading
views

Nieuwe functie en minder salaris voor werknemer

Nieuwe functie en minder salaris voor werknemer

Op 4 september 2013 heeft de rechtbank Noord-Nederland zich uitgelaten over de vraag of een werknemer, die een lagere functie zou gaan bekleden, genoegen moest nemen met minder salaris.

Feiten
Werkgever is een stichting die zowel verzorgings- als verpleeghuizen exploiteert. Werkgever is daarnaast actief in de thuiszorg. Werkneemster is op 1 november 1991 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij werkgever. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Verpleeg- en Verzorgingstehuizen (CAO VVT). In eerste instantie was werkneemster werkzaam als teamleider met als functiegroep FWG 45. Sinds 1 januari 2002 is werkneemster herplaatst in de functie van planner, waarbij functiegroep FWG 40 behoort. Werkgever heeft werkneemster in het kader van deze herplaatsing een aanvulling op haar salaris gekregen tot functiegroep FWG 45.

Per 1 oktober 2012 is de functie van planner komen te vervallen. In plaats daarvan is de functie van Administratief Ondersteuner Roosteren gecreëerd met als functiegroep FWG 35. Op 13 november 2012 is werkneemster deze functie aangeboden voor 36 uren per week (waarvan 18 uren als intramuraal en 18 uren als extramuraal). Voorts is werkneemster voorgesteld om het salaris af te bouwen, inhoudende het eerste jaar 100 %, het tweede jaar 50 % en het derde jaar 25 %. Voor de intramurale werkzaamheden is voorgesteld een afbouw te laten plaatsvinden van FWG 45 naar FWG 35 en voor de extramurale werkzaamheden van FWG 45 naar FWG 40.

Standpunt werkneemster
Werkneemster is niet akkoord gegaan met dit voorstel. Werkneemster was wel bereid om de nieuwe functie te aanvaarden met een salaris behorende in functiegroep FWG 45. Werkneemster wees daarbij op de afspraak uit 2002. Deze salarisgarantie zou voor onbepaalde tijd gelden. Bovendien zouden de werkzaamheden van beide functies nagenoeg gelijk.

Standpunt werkgever
Werkgever is van mening dat de salarisgarantie uit 2002 niet van toepassing is op de aan werkneemster aangeboden functie. Voorts zou volgens werkgever de nieuwe functie geen eindverantwoordelijkheid meer hebben. Daarom zou deze functie zijn ingedeeld in functiegroep FWG 35.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter overwoog als volgt. Nu er geen sprake is van een wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW gaat het hier om de vraag of werkgever als goed werkgever een redelijk voorstel tot wijziging heeft gedaan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gewijzigde omstandigheden op het werk en of aanvaarding van dat redelijke voorstel in het licht van de omstandigheden van het geval in redelijkheid van werknemer kan worden gevergd.

Volgens de kantonrechter kon werkgever onder de gegeven omstandigheden als goed werkgever het onderhavige voorstel doen. Het voorstel was namelijk een uitvloeisel van een door werkgever en de ondernemingsraad noodzakelijk geachte reorganisatie.

In alle redelijkheid kon echter niet van werkneemster worden gevergd dat zij het voorstel van werkgever integraal zou aanvaarden, aldus de kantonrechter. De kantonrechter nam daarbij in aanmerking dat werkneemster gedurende meer dan 20 jaar op loyale wijze invulling heeft gegeven aan haar dienstbetrekking en zij had reeds eerder ingestemd met een functiewijziging van teamleider naar planner. Bovendien nam de kantonrechter in overweging dat werkneemster kostwinner was en het voorstel zou voor werkneemster betekenen dat zij minimaal 300 euro per maand minder zou verdienen. Tot slot heeft de kantonrechter laten meewegen dat werkneemster 59 jaar oud is zodat het redelijkerwijs niet te verwachten is dat zij elders haar inkomensverlies kan goed maken.

Desalniettemin was de kantonrechter van oordeel dat er wel van werkneemster kon worden gevergd dat zij genoegen neemt met minder loon. De kantonrechter oordeelde dat het loon in een periode van 5 jaar in gelijke jaarlijkse delen van 20% gefaseerd mag worden afgebouwd van FWG 45 naar FWG 40 voor zowel de intramurale en de extramurale werkzaamheden.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 4 september 2013, ECLI RBMNE.2013.8270

Deze bijdrage is geschreven door mr. Mattia Savenije.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek