loading
views

Ontslagvergunning afgewezen evenals ontbindingsverzoek

Verzoek tot ontbinding na geweigerde ontslagvergunning afgewezen. Methode De Blécourt?

Op 16 december 2013 heeft de rechtbank Midden-Nederland een verzoek tot ontbinding afgewezen. Werkgever heeft zijn besluit onvoldoende toegelicht en is onvoldoende ingegaan op het verweer van werknemer. Werkgever had haar verweer nader met stukken zoals verslagen van functioneringsgesprekken en/of beoordelingsgesprekken kunnen onderbouwen.

Feiten
Werknemer is op 16 augustus 2004 in dienst getreden bij werkgever in de functie van Manager Productontwikkeling. Werkgever legt zich toe op de productie van en de handel in hang- en sluitwerk en fietsonderdelen. Tot 2009 was werknemer verantwoordelijk voor de productontwikkelingsprojecten van zowel raam- en deurcomponenten als fietsonderdelen. In 2009 is de afdeling gesplitst. Werknemer werd in de functie van Product Development Manager BC verantwoordelijk voor fietsonderdelen.

Op 26 juni 2013 heeft werkgever in het kader van een reorganisatie een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV voor 47 werknemers. De functie van werknemer en de functie van Manager Productontwikkeling RDC zouden komen te vervallen. Tegelijkertijd werden er twee nieuwe functies gecreëerd, Manager Innovation BC (fietsonderdelen) en Manager Innovation RDC (raam- en deurcomponenten). Volgens werkgever zou de functie van werknemer een unieke functie zijn en zou daarmee het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing zijn. Op 5 juli 2013 heeft werkgever al bekend gemaakt dat twee andere werknemers de twee nieuwe functies zouden gaan vervullen. Voorts is gecommuniceerd dat werknemer het bedrijf zou verlaten.

Uiteindelijk heeft het UWV de ontslagaanvraag voor werknemer afgewezen, omdat niet zou zijn onderbouwd dat werknemer niet herplaatsbaar is op de nieuwe functie.

Verzoek tot ontbinding
Werkgever heeft de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst op zo kort mogelijk termijn te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding, althans onder toekenning van een vergoeding (C= 0,5) als bedoeld in het Sociaal Plan. Volgens werkgever heeft het UWV de ontslagvergunning op verkeerde gronden geweigerd. Op grond van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV heeft de werkgever bij herplaatsing van medewerkers in een nieuwe functie immers de vrijheid om de in zijn ogen meest geschikte kandidaat te selecteren. Werkgever heeft voor een andere medewerker dan werknemer gekozen, omdat deze langer in dienst was en deze beter dan werknemer aan het functieprofiel van de nieuwe functie zou voldoen.

Verweer werknemer
Werknemer voert primair aan dat de nieuwe functie van Manager Innovation BC uitwisselbaar is met zijn vervallen functie. De nieuwe functie kent slechts twee ondergeschikte aandachtsgebieden meer en één minder. Daarnaast zou werknemer ervaring hebben met de twee nieuwe ondergeschikte aandachtsgebieden. Subsidiair voert werknemer aan dat de functie van zijn collega uitwisselbaar is met zijn oorspronkelijke functie. Bovendien is de keuze voor de andere collega onvoldoende gemotiveerd toegelicht. Werkgever zou niet hebben toegelicht waarom zij voor deze functiewijzigingen heeft gekozen. Deze functiewijzigingen zouden volgens werknemer neerkomen op de zogenaamde stoelendans (methode De Blécourt). Werknemer zou geen faire kans hebben gehad om zijn loopbaan in de organisatie voort te zetten.

Kantonrechter
De kantonrechter overwoog allereerst dat gelet op de aangevoerde ontbindingsgrond in dit geval reflexwerking toekomt aan de Beleidsregels Ontslagtaak UWV. Verder is de kantonrechter van oordeel dat werkgever onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op het verweer van werknemer dat de nieuwe functie Manager Innovation BC niet in relevante mate verschilt van de functie van werknemer. Hetzelfde geldt voor het verweer van werknemer dat werkgever haar beslissing om de collega voor de functie van Manager Innovation BC in aanmerking te brengen onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Volgens de kantonrechter blijkt uit de Beleidsregels Ontslagtaak UWV dat de werkgever in beginsel de ruimte heeft om de zin zijn ogen meest geschikte kandidaten te selecteren, maar dat daarbij wel verlangd mag worden dat hij zijn besluit goed toelicht en dat geen sprake is van willekeur. Het had op de weg gelegen van werkgever om haar verweer nader met stukken te onderbouwen, bijvoorbeeld door verslagen van functioneringsgesprekken en/of beoordelingsgesprekken. Voorts had werkgever beide kandidaten bij een extern bureau een assessment kunnen laten afnemen. De kantonrechter heeft daarbij in aanmerking genomen dat werknemer een jarenlange ervaring heeft in een leidinggevende functie met betrekking tot productontwikkeling, dat werkgever heeft erkend dat werknemer steeds naar behoren heeft gefunctioneerd en dat uit een e-mailbericht zou blijken dat werknemer over goede commerciële vaardigheden beschikt.

Tot slot heeft de kantonrechter in het midden gelaten of sprake is van uitwisselbaarheid met de functie van de collega. De kantonrechter heeft wel geoordeeld dat er onvoldoende is weersproken dat deze functie niet passend zou zijn voor werknemer. De kantonrechter heeft het ontbindingsverzoek afgewezen.

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, 16 december 2013, ECLI RBMNE.2013.7191

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek