loading
views

Hans Kamps, ABU: ‘De voorzitter wordt uitzendkracht’

Hans Kamps, ABU: ‘De voorzitter wordt uitzendkracht’

Interview met Hans Kamps, voorzitter van de ABU, de Algemene Bond Uitzendondernemingen.
In mei volgend jaar draagt hij zijn voorzittershamer over aan de huidige ABU-directeur Aart van der Gaag.

“Als de uitzendsector er niet was, zou de werkloosheid zeker 25% hoger liggen.”

“Aart van der Gaag en ik kennen elkaar al ruim 30 jaar. Voor ik voorzitter werd, deed ik al opdrachten voor de ABU als consultant. Ik ken hem ook uit de tijd dat hij werkte bij Arbeidsvoorziening Utrecht in de 80-er jaren. Ik deed toen al opdrachten voor arbeidsvoorziening. We kenden elkaar eveneens vanuit consultancy-opdrachten in de tijd dat hij werkte bij Start. Later werd ik voorzitter RBA Zuidelijk Noord-Holland (Amsterdam) en kruisten onze paden zich weer. Enige tijd combineerde ik zelfs dit voorzitterschap met dat van de ABU.

Als voorzitter van de ABU was ik de opvolger van Rob Mantel. Ik was al ondernemer en had veel contacten met politiek Den Haag. Ik deed uiteenlopende consultancy opdrachten op het gebied van Sociale Zekerheid.”

ABU.nl

15 jaar voorzitterschap
“Als ik straks afscheid neem van de ABU ben ik 15 jaar voorzitter geweest. Al besef ik dat ik daarmee alle governance regels heb overtreden, die ik anderen aanraad.” – Hans Kamps is eigenaar van Governance Support, een organisatie die advies uitbrengt omtrent regelgeving voor bestuursfuncties en het reilen en zeilen van raden van bestuur. Zo’n langdurige voorzitterstermijn is niet gebruikelijk. –

“In het begin van mijn functie als voorzitter liep ik drie dagen per week rond op het kantoor van de ABU voor de dagelijkse aansturing. Toen Aart van der Gaag directeur werd, veranderde dat. Mijn dagelijkse bemoeienis liep daarna snel terug van 2 dagen naar 1 dag per week. Er kwam een andere verdeling van taken en rollen.
Met Aart van der Gaag ben ik altijd een goed duo geweest. We konden prima samenwerken in de lobby voor de uitzendbranche. Mijn focus lag niet altijd op de ABU. Ik heb er altijd veel functies bij gehad. Ik was betrokken bij bestuursfuncties in de Jeugdzorg en ik zat in adviescommissies van de SER. Sinds 2005 ben ik ook kroonlid van de SER.
Ik heb me altijd bewogen in uiteenlopende werelden, waaronder de politiek. Ik was voorzitter van de commissie die het PvdA programma van de voorlaatste Tweede Kamerverkiezingen samenstelde, en werkte toen nauw samen met Job Cohen en Wouter Bos.”

Welke ontwikkelingen heb je gezien?
“Toen ik vijftien jaar geleden begon in mijn voorzittersrol, bedroeg het uitzenden binnen het totaal aan flexarbeid ruim 12%. Ik sprak de verwachting uit dat we flink zouden groeien. Dat is niet uitgekomen omdat er in de afgelopen jaren veel andere vormen van flex zijn ontstaan. Er zijn nu veel meer contracten voor bepaalde tijd binnen cao’s. Oproepkrachten en nul-urencontracten zijn er gebleven, en daarnaast zien we de enorme opkomst van zzp’ers. Daardoor is de markt nu heel gevarieerd. Er is veel meer flexibele arbeid, maar het marktaandeel van ‘gereguleerde flex’ is gedaald. Uitzendwerk is nu slechts 7,4% van het totale flexwerk in de markt.

“Ik adviseer dat de ABU zich openstelt voor zzp’ers.”

De huidige marktordening kent dus veel meer vormen van flex dan vroeger. Het verzuilde sectorbeleid zou moeten worden vernieuwd en aangepast aan nieuwe ontwikkelingen in vraag en aanbod. Alleen al vanwege het feit dat we nu zo’n 900.000 zzp’ers in ons land hebben. Dat kun je binnen je eigen sector toch niet negeren als je beleidsmaker en onderhandelaar bent? Toen ik 10 jaar geleden de afkorting ‘zzp’ liet vallen in een presentatie, riep iedereen nog: wat is dat? Inmiddels is het een heel belangrijke vorm van flex. In mijn visie moet de ABU zich daarvoor openstellen.”

Visie op inperking flex
De totale duur van tijdelijke contracten wordt ingeperkt tot twee jaar, waarna werkgevers hun tijdelijke kracht een vast contract moeten aanbieden. Over die maatregel zegt Kamps: “Dat lijkt zo’n wetsregel die is opgesteld vanachter een bureau. Je kunt wel proberen af te dwingen dat er vaste contracten worden geboden maar de markt heeft zijn eigen dynamiek. Als een minister van Verkeer en Waterstaat roept dat files langer dan 2 kilometer voortaan zijn verboden, kun je ook niet verwachten dat het verkeer zich daaraan houdt. Mooi bedacht, maar in de praktijk werkt het anders.
Ik ben een sociaal democraat. Ik vind uiteraard ook dat mensen die een vaste baan willen, dat zouden moeten kunnen krijgen. Maar niet elke werkgever durft het risico aan.

Er wordt veel te generaliserend en negatief over flex gesproken. Je moet het kaf van het koren scheiden. Uitzendwerk biedt een goede tussenoplossing wanneer individuele ondernemers veel belemmeringen ontmoeten om mensen in vaste dienst te nemen. Als je dat probeert tegen te houden werkt het averechts.
Tegelijk zie ik dat de overheid niet weet om te gaan met regelgeving voor de driehoeksverhouding van de juridische werkgever, de feitelijke werkgever en de werknemer.”

Uitzenden en opleiden
“Uitzenden is meer dan piek en ziek. Het biedt een gereguleerde vorm van arbeid waarbij mensen worden geholpen om toe te treden tot de arbeidsmarkt. Het verlaagt de drempel voor werkzoekenden en voor werkgevers. Daarom heeft de uitzendbranche ook een eigen opleidingsfonds. Daar zijn goede afspraken over gemaakt. Van de loonsom voor uitzendkrachten gaat 1,2% naar het opleidingsfonds. Weinig bedrijfstakken leggen zoveel geld opzij voor scholing. Dat is dus een belangrijke investering in de mobiliteit voor werkzoekenden binnen de arbeidsmarkt. Door mensen op te leiden bied je ze meer zekerheid en kansen op werk.

Mobiliteit is per definitie sectordoorsnijdend. Uitzendbureaus bemiddelen vaak over de sectorgrenzen heen.
En dan kom je bij de hindernissen, want daar zijn we qua regelgeving niet op gebouwd in Nederland. Ons land is opgedeeld in sectoren. Alle regelgeving is ook op sectoren ingericht.
Geld uit sectorscholingsfondsen wordt in de eigen sector besteed. Met de overschotten in diverse scholingsfondsen binnen sectoren wordt niets gedaan. Dat wordt niet aangewend voor andere sectoren waar een schreeuwende behoefte is aan scholing en financiering van opleidingen.

Het opleidingsfonds voor de uitzendbranche, STOOF, wordt aangewend voor opleiding van uitzendkrachten in alle sectoren. Dat gaat uit van de positie van de individuele persoon en van de vraag in de markt.”

Interesse voor onderkant arbeidsmarkt
“Ik ben altijd heel erg geïnteresseerd geweest in de onderkant van de arbeidsmarkt. Ik denk dat jongeren met een startkwalificatie, dat wil zeggen een opleiding MBO-2 tot MBO-4 op zak, zich uiteindelijk wel redden. Jongeren uit het praktijkonderwijs, het VMBO of jongeren zonder startkwalificatie, die hebben het veel moeilijker. Voor hen moet je vaak met een lantaarn zoeken naar geschikte werkplekken op de arbeidsmarkt. En dat geldt eens te meer voor laag opgeleide jonge arbeidsmigranten. Voor deze groepen biedt de uitzendsector houvast. Werkgevers zijn in de regel bang dat ze aan het eerste contact met een jonge werknemer blijven hangen. De uitzendformule is een prettige manier om kennis te maken met een werknemer.”

Maatschappelijke betekenis
“De uitzendbranche heeft de skills ontwikkeld om mensen op hun individuele kwaliteit te beoordelen en niet uitsluitend op hun cv en opleiding. Dat heb je zeker nodig als je gehandicapten of migranten naar betaald werk wilt bemiddelen. Zo kan de uitzendsector veel voor die mensen betekenen, mede dankzij het aanbod van scholing.
Ik vind het daarom van belang dat de WVA Onderwijs, die wordt omgezet in subsidie voor praktijkleren, beschikbaar blijft voor de uitzendbranche.

“De uitzendbranche is overal betrokken bij werkgelegenheidsprojecten.”

Vanuit mijn diverse functies in de maatschappij zie ik de impact die de uitzendsector kan hebben.
In de Jeugdzorg moeten jongeren na hun 18e ook een plek vinden op de arbeidsmarkt. Voor zulke jongeren zijn de tools die de uitzendbranche biedt essentieel.
Op lokaal niveau zie je vrijwel overal grote en kleinere werkgelegenheidsprojecten waar de uitzendbranche actief bij betrokken is. Uitzenders nemen op dit punt hun verantwoordelijkheid. Dat heb ik altijd gezien en gestimuleerd. De uitzendsector heeft zich altijd gekenmerkt door de aandacht voor bemiddeling van achterstandsgroepen naar de arbeidsmarkt. Dat deden de oprichters in de uitzendbranche, zoals Frits Goldschmeding van Randstad en Alex Mulder van USG People, al. Hun invloed klinkt nog steeds door, en dat is logisch, ze lopen nog altijd rond en zijn actief in de branche. Waar elders zie je dat?”

Uitzendsector bestrijdt werkloosheid
“Mijn stelling is dat de arbeidsmarkt er heel anders uit zou zien als de uitzendsector er niet was. Dan zou de werkloosheid zeker 25 tot 35% hoger liggen. Ik maak die schatting vanuit mijn ‘Fingerspitzengefühl’. Zonder uitzenders zou je in ieder geval veel hogere zoekkosten hebben. Er zouden ook aanzienlijk meer verkeerde matches worden gemaakt op de arbeidsmarkt. Die bijzondere bijdrage en prestatie van de uitzendsector wordt nu te vaak onderschat.

“De emoties rondom de toename van flex begeleiden naar effectieve oplossingen, die recht doen aan de realiteit.”

Omdat flexwerk zo sterk toeneemt in de markt, is de eerste reactie van de politiek en de vakbeweging: ‘laten we dan een halt toeroepen aan flexwerk’.

Hans Kamps, voorzitter ABU

Dat is een verkeerde reactie. Je zou moeten kijken waarom dat gebeurt. Het heeft onder andere te maken met het gegeven dat werkgevers wel erg veel verantwoordelijkheden hebben gekregen.

Er is nog veel informatie nodig om dit bewustzijnsproces op gang te brengen. Het kost tijd en inspanning om de publieke opinie op dit punt te nuanceren. Toch zullen we met z’n allen de emoties rondom de toename van flex moeten zien te begeleiden naar effectieve oplossingen, die recht doen aan de realiteit.”

De voorzitter wordt uitzendkracht
“Als ik het voorzitterschap van de ABU neerleg, ga ik door met wat ik altijd al doe. Ik blijf bezig met mijn consultancy werk, mijn diverse functies en mijn ondernemingen. Ik blijf interesse tonen in de arbeidsmarkt en zal ook graag meedenken over kansen voor hervormingen. Indien nodig blijf ik af en toe beschikbaar voor lobby in het politieke speelveld.”

In ieder geval is duidelijk dat de posities bij de ABU worden gewisseld.

ABU-voorzitter Hans Kamps verwoordt het zo:
“De directeur wordt voorzitter.
De onderdirecteur wordt directeur.
En de voorzitter wordt uitzendkracht.”

Met die woorden kan hij dit interview mooi afhameren.

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek