loading
views

Flexbranche geeft de toekomst een 6,6 (was 6,2) – verdrievoudiging van optimisme

De derde FlexVertrouwenIndex van Dzjeng & FaseVijf laat zien dat flexbureaus wéér positiever zijn over de toekomst.

De flexbranche ervaart – via de vraag van alle bedrijfssectoren naar vooral tijdelijk personeel – als één van de eerste sectoren wat er in de economie en op de arbeidsmarkt gaat gebeuren.

> FlexVertrouwenIndex september/oktober 2013

Eerder dit jaar, in het 2e en in 3e kwartaal, voorzagen zij het langzaam aankomende herstel al met hun voorzichtige optimisme. En waar de vorige kwartalen nog maar net 10% van de flexbureaus optimistische werkgevers – hun opdrachtgevers – zag, is dat nu al ruim 30%. Industriële werkgevers zijn volgens de flexbureaus het vaakst optimistisch. Volgens de flexbureaus zullen werkgevers daarom iets meer personeel nodig hebben. Daartoe zullen zij vooral meer tijdelijke werknemers inlenen maar daarvoor gemiddeld wat minder willen betalen. Opvallend is dat, ondanks de snel gestegen en inmiddels hoge werkloosheid, een vijfde van de flexbureaus krapte ervaart op de arbeidsmarkt, vooral in techniek, ict en kennisintensieve zakelijke dienstverlening.

FlexVertrouwenIndex sept-okt 2013

1. Gemiddeld geeft de flexbranche de toekomst een 6,6 (vorig kwartaal was dat nog een 6,2, en daarvoor een 6,1).

• Middelgrote bureaus en werkmaatschappijen geven de toekomst een iets hoger cijfer dan de kleine en de (zeer) grote bureaus (ongeveer een half punt).
• Er bestaat ook een verschil tussen bureaus als wordt gekeken naar het beroepsniveau waarvoor zij bemiddelen: de bureaus die vooral bemiddelen op het hoger beroepsniveau zijn met een 6,8 positiever dan de rest.
• De bureaus die bemiddelen naar informaticafuncties zijn met gemiddeld een 7,0 het meest enthousiast over de toekomst.
• De bureaus die personeel leveren aan Bouwnijverheid wijken als enige sterk af van het gemiddelde; ze zijn duidelijk het minst positief en geven de toekomst een 5,2. Bureaus die leveren aan kennisintensieve dienstverleners zijn met een 6,7 het meest positief.

2. Verdrievoudiging van het waargenomen optimisme (van 12% naar 31%). Ook lichte stijging van de werkgelegenheid verwacht, in combinatie met blijvende stijging van de vraag naar tijdelijk personeel:

• Ondernemersklimaat – nog 61% ervaart onzekerheid bij klanten, per saldo ervaart 24% (zeer veel) optimisme bij klanten. Dit laatste is een verbetering t.o.v. het vorige kwartaal, toen per saldo een minieme 2% (zeer veel) optimisme ervoer bij klanten.
• Werkgelegenheid – 54% verwacht gelijkblijvende werkgelegenheid bij werkgevers in Nederland, per saldo verwacht 21% een stijging van de werkgelegenheid. Dit is een verbetering t.o.v. het vorige kwartaal, toen per saldo 5% een daling verwachtte.
• Vraag naar (tijdelijke) werknemers – 38% verwacht dat de vraag naar tijdelijke werknemers door werkgevers gelijk zal blijven, per saldo verwacht 51% (lichte) groei van de vraag. Dit is een verbetering t.o.v. het vorige kwartaal, toen per saldo 23% (lichte) groei verwachtte.
• Margepercentage – 60% verwacht dat de marge op geleverde tijdelijke werknemers gelijk zal blijven, per saldo verwacht 11% een daling van de marge. Dit is weer een verbetering t.o.v. het vorige kwartaal, toen per saldo 21% een daling verwachtte.

3. Krapte op de arbeidsmarkt ervaren door een vijfde van de flexbureaus, gevolgen van de recente stijging van de werkloosheid zijn waarneembaar:

• 67% ervaart geen krapte en stelt dat er voldoende geschikte kandidaten beschikbaar zijn. Bovendien stelt 11% dat er (zeer) veel geschikte kandidaten beschikbaar zijn. Er is nu geen duidelijk patroon naar functies of sectoren herkenbaar.
• Zelfs nu ervaart 22% dat er te weinig geschikte kandidaten beschikbaar zijn.
Deze krapte geldt vooral voor technische beroepen en in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening.

Bron: FlexVertrouwenIndex, Dzjeng en FaseVijf, 17 oktober 2013

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek