loading
views

Opgenomen telefoongesprekken onrechtmatig bewijs of grond voor ontbinding?

Opgenomen telefoongesprekken onrechtmatig bewijs of grond voor ontbinding?
Op 27 februari 2013 heeft de kantonrechter te Hoorn zich uitgelaten over het ontbindingsverzoek van werkneemster, waarbij door werkneemster opgenomen telefoongesprekken met werkgever als bewijs zijn aangevoerd. Daarnaast heeft de kantonrechter zich uitgelaten over het verzoek van de werkneemster om immateriële schadevergoeding toe te kennen op grond van strijd met goed werkgeverschap.
Feiten
Werkneemster is op 13 september 2011 in dienst getreden bij werkgever en laatstelijk werkzaam geweest in de functie van Agent Callcenter. De arbeidsovereenkomst is aanvankelijk aangegaan voor de duur van zes maanden en nadien verlengd met een jaar. De arbeidsovereenkomst eindigt in beginsel van rechtswege op 13 maart 2013. Werkneemster is sinds 30 januari 2013 arbeidsongeschikt.

Verzoek werkneemster
Werkneemster verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen, gelegen in veranderingen in omstandigheden en heeft hieraan ten grondslag gelegd dat het voortzetten van de arbeidsverhouding tot schade aan haar gezondheid leidt en dat de arbeidsrelatie daarom zo snel mogelijk beëindigd moet worden. De werkneemster verzoekt de kantonrechter om haar bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding toe te kennen ter hoogte van het loon tot 13 maart 2013 plus kosten rechtsbijstand. Daarnaast verzoekt werkneemster om toekenning van een immateriële schadevergoeding van € 10.000,–. Volgens werkneemster is deze vergoeding gerechtvaardigd omdat werkgever haar voortdurend onder druk heeft gezet en in strijd heeft gehandeld met goed werkgeverschap, waardoor haar arbeidsongeschiktheid is verergerd en haar herstel is belemmerd. Ter ondersteuning van haar verzoek heeft werkneemster opnamen en transcripties overgelegd van telefoongesprekken die werkneemster heeft gevoerd met haar verzuimbegeleider.

Verweer werkgever
Werkgever voert aan dat zij niet in strijd heeft gehandeld met goed werkgeverschap en dat haar niets te verwijten valt. Daarnaast stelt werkgever dat een ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk is gelet op het einde van de arbeidsovereenkomst per 13 maart 2013, althans dat ontbinding enkel tot doel heeft om een ontbindingsvergoeding te krijgen. Werkgever stelt dat voor zover het ontbindingsverzoek is gebaseerd op opnamen van telefoongesprekken, dit bewijs onrechtmatig is verkregen en derhalve buiten beschouwing moet worden gelaten.

Oordeel kantonrechter
Naar de kantonrechter begrijpt, beroept werkgever zich er in dat verband op dat sprake is van schending van haar persoonlijke levenssfeer en die van de verzuimbegeleider. De kantonrechter oordeelt dat er onvoldoende grond is het bewijs onrechtmatig te achten. Het belang van de geschonden norm en de ernst van de schending zijn, volgens de kantonrechter, van beperkte betekenis en de opnamen van de telefoongesprekken konden een legitiem doel dienen, nu werkneemster onbetwist heeft gesteld dat werkneemster en werkgever steeds discussies over de aard en inhoud van telefoongesprekken met elkaar hadden en herhaling daarvan wilde voorkomen. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van werkgever en de verzuimbegeleider is dan ook niet onevenredig in verhouding tot het gerechtvaardigd belang van werkneemster, aldus de kantonrechter.

Nu de bedrijfsarts heeft aangegeven dat terugkeer naar eigen werk niet mogelijk is en daarnaast sprake is van een onherstelbare verstoring van de arbeidsrelatie, gaat de kantonrechter over tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 4 maart 2013. De kantonrechter verwerpt de stelling van werkgever dat de arbeidsovereenkomst niet zou kunnen worden ontbonden. Ten aanzien van de ontbindingsvergoeding overweegt de kantonrechter als volgt. Werkgever heeft niet voldaan aan haar re-integratie-inspanningen ex artikel 7:658a BW. Uit de door werknemer opgenomen telefoongesprekken blijkt dat de werkgever terughoudend is geweest met het inschakelen van een bedrijfsarts in verband met daarmee gepaard gaande kosten. Daarnaast blijkt uit de gesprekken dat werkgever bij herhaling zelf een oordeel heeft aangemeten over de medische aandoening van werkneemster. De kantonrechter oordeelt dat het niet aan werkgever is om dergelijke oordelen te geven en dat kosten geen reden zijn om zich niet te houden aan re-integratie-inspanningen. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van strijd met goed werkgeverschap en concludeert dat de ontbinding in overwegende mate te wijten is aan werkgever en kent een vergoeding toe aan werkneemster van € 2.700,– (C = 3). De kantonrechter ziet geen grond voor toekenning van de door werkneemster gevorderde immateriële schadevergoeding.

Bekijk hier de uitspraak op rechtspraak.nl: 8070

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Marijke Oosterom Van Diepen Van der Kroef Den Haag, tel. 070 360 3151 of naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek