loading
views

“Payrolling is voor de rechtspraak nog geen uitgemaakte zaak”

Het is ongewis of payrolling tot lastenverlichting leidt, ook al worden regels nageleefd en is het bedrijf gecertificeerd. De lagere en hogere rechtspraak is nog niet eenduidig over wie verantwoordelijk is voor de lasten van het werkgeverschap.

Dat schrijft Marco den Otter, werkzaam bij Kessels Hanssen ’t Sas Advocaten te Breda, in het FD. > Lees zijn betoog

“Payrolling wordt veelal aangeprezen als het middel voor ondernemers om verlost te raken van de lasten verbonden aan het werkgeverschap. Het is de vraag of het payrollbedrijf als werkgever kan worden beschouwd en dus of met payrolling het beoogde doel bereikt wordt. Gezien de lijn van de Hoge Raad dat wezen voor schijn gaat, is er reden tot zorg.”

Bron: FD, 23 september 2013

Reacties op dit artikel

  • Auteur: Dobby Datum:

    Geachte heer Hustinx, beste Patrick,

    Schijnconstructies zijn volgens de letter van de wet natuurlijk correct. Daar heb jij als strategische consultant natuurlijk volkomen gelijk in. Alleen de wetgever denkt daar anders over, en zal uiteindelijk de regelgeving en handhaving aanpassen.

    In dit geval zal de Belastingdienst ingrijpen. Immers, het kan niet zo zijn dat het ene payroll bedrijf veel minder belasting betaalt dan het andere payroll bedrijf. Het wachten is op een eenduidige instructie aan alle belastingkantoren. Want dat is wat er aan schort.

    De payroll bedrijven die nu gebruik maken van deze schijnconstructie (en als een gazelle de markt veroveren), schaden het imago van de (payroll)markt. Snelgroeiende ondernemingen zijn natuurlijk prachtig, de payroll markt kent er gelukkig een paar, maar niet als het gebeurt op basis van oneerlijke concurrentie. Dat zorgt er alleen maar voor dat de payroll markt een slecht imago blijft houden. Dat lijkt me niet gewenst.

  • Auteur: Marcel Reijmers Datum:

    Beste Patrick,
    Je hebt helemaal gelijk als het inderdaad ‘terecht’ is dat ze in een andere sector zitten. En ‘terecht’ wil zeggen, dat de betrokken werknemers nooit bij het betreffende payrollbedrijf hebben gewerkt op basis van het uitzendbeding, dat ze in hetzelfde vakgebied werkzaam moeten blijven en dat het payrollbedrijf het uitzendbeding niet toepast binnen die vaksector.
    Waar het misgaat in de concurrentieverhoudingen is als het payrollbedrijf zich niet aan deze voorwaarden van de belastingdienst houdt en zeker als dat betekent dat het uitzendbeding toch wordt toegepast. Dan wentelt het payrollbedrijf de kosten van het verzuim af op betrokken vaksector i.p.v. op sector 52, terwijl daar niet de bijbehorende premies voor worden afgedragen.
    Daarom kunnen zij tarieven neerleggen bij opdrachtgevers waar intermediairs die zich wel aan de spelregels houden, onmogelijk in de buurt kunnen komen, met name als het gaat om ‘payroll flex’.

  • Auteur: Patrick Hustinx Datum:

    Beste Dobby,
    Een heel terechte nuancering, dat je de verschillende vormen van Payroll moet onderkennen. Op een punt ga je echter iets te kort door de bocht en dat is de sectorverloning. Uitzenders kunnen soms terecht in een andere sector zitten en sommige payrollers horen juist weer wel thuis in sector 52. Dat onderscheid is dus niet zo sterk als je doet voorkomen

  • Auteur: Ildikó Kalmár Datum:

    Beste Dobby, Ik denk dat je de spijker op z’n kop slaat. Juist door ongenuanceerd om te gaan met de term payroll ontstaat een verkeerde uitleg van dit fenomeen. Er is niets mis met payrollen als een ieder zich goed aan de juiste spelregels houdt.
    Er ontstaat steeds meer een vraag bij uitzenders/detacheerders/payrollpartijen om het vaste personeel ook over te nemen. Dit komt veel meer voort uit het feit dat ondernemers zich graag bezig willen bezig houden met waar zij goed in zijn, namelijk ondernemen. Het uitvoeren van HR activiteiten is een hele andere tak van sport. Hier zijn namelijk de uitzenders/detacheerders/payrollpartijen goed in; dat is hun corebusiness. Economisch zit Nederland in zwaar weer en bedrijven hebben het zwaar. Een logisch gevolg daarvan is dat ondernemers de focus leggen op business. Zij willen graag ontzorgd worden op het HR-vraagstuk. Voor het flexvraagstuk binnen de onderneming is al een relatie met de uitzenders/detacheerders/payrollpartijen. Een stap verder is het vraagstuk over het vaste personeel. Een logische stap toch?

  • Auteur: Dobby Datum:

    Volgens Marco den Otter, werkzaam bij Kessels Hanssen ‘t Sas Advocaten te Breda, is “payrolling voor de rechtspraak nog geen uitgemaakte zaak”. De vraag is waar hij het over heeft: payroll vast of payroll flex? En aangezien dat niet duidelijk is, is zijn conclusie niet bijster relevant. Van een advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht zou je toch meer mogen verwachten.

    Er bestaan twee vormen van payrolling: payroll flex en payroll vast. Payroll flex is gebaseerd op de uitzendformule, payroll vast op detachering. 95 % van de zogenaamde payroll markt is payroll flex. Ook al is er het laatste jaar een verschuiving zichtbaar naar payroll vast.

    Binnen payroll vast bestaan ook weer twee categorieën: detacheerders die zelf personeel werven en detacheren bij klanten, en detacheerders die personeel overnemen van klanten. De payroll vast branche, in het bijzonder de categorie die personeel overneemt van hun klanten, is in een slecht daglicht komen te staan omdat sommige payroll bedrijven niet zo netjes omgaan met de opgebouwde rechten van het overgenomen personeel.

    Payroll flex is gebaseerd op “uitzendovereenkomsten” recht zoals vastgelegd in artikel 7:690 BW en Artikel 7:691 BW. Payroll vast is gebaseerd op “arbeidsovereenkomsten” recht zoals vastgelegd in artikel 7:10 BW. Wetgeving die helder is, en al jaren bestaat. Voor de rechtspraak een uitgemaakte zaak.

    Payroll kantoren die payroll flex aanbieden zijn meestal aangesloten bij de ABU of NBBU en vallen onder de sector 52 (uitzendbedrijven) met een premie vanaf 8,16% tot 17,26%, inclusief de opslag van 0,5% voor de bijdrage kinderopvang. Payroll kantoren die payroll vast aanbieden vallen vaak onder de sector zakelijke dienstverlening, sector 43, 44 of 45 met een premie van respectievelijk 2,32%, 3.71%, 3.28%. De belastingdruk in de zakelijke dienstverlening is dus vele malen lager dan in de uitzendsector. Vreemd maar waar. Wat je dus ziet is dat veel “uitzendbureaus” proberen te vallen onder de zakelijke dienstverlening: formeel dus een detacheerder zijn, maar eigenlijk aan het uitzenden zijn, ofwel een allocatie functie uitoefenen. Oneigenlijke concurrentie op basis van sectorindeling en belastingdruk.

    In de rechtspraak is er geen discussie aan de gang over het fenomeen “payroll”, zoals Marco den Otter beweert, maar veel meer over de betekenis van de allocatie functie, ofwel: is een bureau een uitzender of een detacheerder. In het geval van Care 4 Care, een detacheringsbureau zonder allocatiefunctie (zie ook column van Johan Zwemmer – Einde olievlekwerking artikel 7:690 BW? – op deze site).

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek