loading
views

Interview ABU, Aart van der Gaag en Jurriën Koops

Interview ABU, Aart van der Gaag en Jurriën Koops

Interview met Aart van der Gaag, Algemeen directeur ABU, en Jurriën Koops, Directeur Sociale Zaken ABU.

Nog een paar maanden, dan is Aart van der Gaag bijna 14 jaar directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen.

In januari 2014 bereikt hij de pensioengerechtigde leeftijd. Vanaf dat moment neemt Jurriën Koops zijn taken over.

ABU_logo

Van der Gaag: “Jurriën is een echte bestuurder, hij heeft draagvlak.”

Hoe kijkt Van der Gaag terug op de lange periode dat hij de ABU heeft aangestuurd?
Welke taken krijgt Koops nu onder zijn hoede? Een gesprek over lobby, communicatie met de media, cao-overleg en meer lopende zaken.

Aart van der Gaag kijkt terug

“Ik kwam het even interim oplossen en zou daarna weg gaan…”

ABU, Jurriën Koops (l) en Aart van der Gaag (r) dubbel interview, FlexNieuws

Aart: “Het was 2000. Een wonderlijke periode. Ik zat tot 1 januari namens Vedior in het bestuur van de ABU. De toenmalige directeur van de ABU was een half jaar daarvoor vertrokken. Er was nog geen opvolger en ook veel goede mensen op het bureau waren vertrokken. Het zittende bestuur vroeg toen aan mij: Aart, kom jij het even interim oplossen. Zoek een directeur en zet de juiste mensen op de lege plekken. Help ons even. In alle eerlijkheid trok die interimrol mij eerst niet,” zegt Van der Gaag. “Ik was al plaatsvervangend voorzitter omdat ABU-voorzitter Rob Mantel op dat moment ernstig ziek was. Ik had indertijd als opvolger Hans Kamps benaderd, die ook aandrong dat ik interim kwam bijspringen. Zo heb ik eerst voor een half jaar, dat 3 x werd verlengd – totaal zo’n 2 jaar – als interim bij de ABU gewerkt. En ik was van plan om daarna weg te gaan. Nou, je ziet, dat is niet gelukt.”

Wat is wel gelukt in die kleine 14 jaar?
Aart: “Ik heb gezorgd dat er een verschuiving kwam in de aansturing. Voorheen werd de dagelijkse praktijk van de ABU vanachter de bestuurstafel aangestuurd, tot op de punten en komma’s. Als er een halve medewerker meer nodig was, ging het bestuur daar ernstig over vergaderen. Die rolverdeling is nu heel anders. Het bestuur zet tegenwoordig de grote lijnen uit. Daar maken wij als dagelijkse ABU-organisatie de voorstellen voor. We maken ieder jaar een beleidsplan. Daar praten we indringend over met het bestuur. Vervolgens krijgt het ABU-bureau de ruimte om daar invulling aan te geven. Wij letten op kantoor op zaken die gevoelig liggen, waarbij een bestuurlijke visie nodig is voordat we ermee aan de slag gaan.”

Wat voor voorzitter word je?
“Ik word niet zo’n ‘oude soort voorzitter’, daar hoeft niemand bang voor te zijn.” Als voorbeeld uit het verleden noemt hij Ruggenberg die 27 jaar lang voorzitter was van de ABU. “Iedereen kende hem, hij was een beroemdheid, net zoals Hans Kamps ook een bekende naam is in Nederland. Zo ga ik het niet doen. Ik kan heel goed loslaten. Wat mij betreft wordt Jurriën Koops straks het gezicht van de ABU. Ik zal dat ondersteunen op punten waar ik meerwaarde kan leveren.

Wij hebben er voor gekozen dat de professional die elke dag met het werk bezig is, naar buiten toe het woord voert. Alleen als je dagelijks dit werk doet en elke dag de stroom aan informatie voorbij ziet gaan, kun je goed reageren. Een voorzitter besteedt daar minder tijd aan. Ik kies de momenten en werkzaamheden waar ik echt nodig ben.”

Wat ga je doen in die rol?
“De ABU is een vereniging en een professioneel bureau. De voorzitter is iets meer dan de vereniging, die zit het bestuur voor, de ALV. Dat zijn de formele taken. Ik zal mij daarnaast iets meer bezig houden met het contact tussen bestuursleden en leden. Ik ga ook kijken of de aandacht van de ABU zich kan verbreden naar andere vormen van flex. Flex is veel groter en breder geworden dan uitzendwerk.

Ik zal een deel van mijn tijd besteden aan het leggen van contacten met alle organisaties die passen in het brede spectrum van flex, waaronder detachering, werving & selectie, en ook zzp-organisaties. Wellicht kunnen we op enig moment samen een platform in het leven roepen. Ik heb er geen blauwdruk van, maar wil wel de mogelijkheden verkennen.
Verder blijf ik voorlopig de internationale contacten doen. Ik blijf vertegenwoordiger van de ABU bij Ciett en Eurociett. Ik zal ook nog wel een poosje voorzitter van de Raad van Advies van SNA blijven.

ABU, Aart van der Gaag (l) en Jurriën Koops (r) dubbel interview, FlexNieuws

En natuurlijk zal ik een klankbord zijn voor Jurriën want ook een directeur heeft dat nodig, maar uitsluitend op zijn verzoek.”

Jurriën Koops kijkt terug 
Jurriën: “Op 1 januari 2002 begon ik bij de ABU. Ik ben er eerst nog een korte tijd gedetacheerd geweest vanuit Start People.
Toen Aart mij vroeg om bij de ABU te komen, riep ik in eerste instantie ook nee. Ik werkte net bij Start. Het leek me te snel om over te stappen. De aanhouder wint, ik ben erover gaan nadenken, dacht ‘verrek, toch wel leuk misschien’. Ik kwam in de periode dat Aart al twee jaar als interim directeur bezig was om de ABU weer op te bouwen. Ik kreeg van hem de taak om een afdeling Juridische Zaken op te zetten, met als kloppend hart de CAO. Voordat ik bij Start werkzaam was, had ik bij vakbeweging CNV gewerkt. Qua organisatie enigszins vergelijkbaar met de ABU.
Al vrij snel verrees daarna de afdeling Juridische Zaken binnen de ABU. De helpdesk werd eraan toegevoegd en daarna jeukten mijn handen om nog meer te doen.

Toen zijn we op een gegeven moment aan de slag gegaan met opleidingen voor de flexbranche. Daar ontstond STOOF uit. Vervolgens gingen we aan de slag met beleid voor arbeidsmigranten. Daar was nog niets voor. Er waren enkele leden die zich daarmee bezig hielden. Dat groeide uit tot ABU International, wat een apart segment werd en nu zo’n 130 bedrijven vertegenwoordigt. Er gebeurde veel. Voor payroll ontstond de VPO, de SNCU (handhaving en naleving van de CAO) werd als paritaire organisatie gesticht.

Het spectrum waar ik me mee bezig houd, is steeds breder geworden. Straks, vanaf 2014, komt daar het terrein van onze communicatie bij. Aart stuurt dat nu aan. Heel belangrijk, want we zijn zeer zichtbaar in de markt, de media en de politiek. Verder komt het domein van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid en alle zaken rondom de interne organisatie in mijn takenpakket. Daar ben ik natuurlijk in de afgelopen 10 jaar wel ingegroeid.”
Aart: “Onze medewerkers zijn allemaal professionals. Sommige issues zijn echter zo zwaar qua impact, dat de directeur daar volledig over moet zijn geïnformeerd. Of het nu gaat over een dagloonbesluit, wat heel klein lijkt, maar heel groot kan worden, of over sociale zekerheid.”

“Uitzenden wordt bepaald door twee kostenfactoren. De ene is sociale zekerheid en de andere is arbeidsvoorwaarden.”

Over het CAO-overleg
Jurriën: “Ik ben nauw betrokken bij de CAO en alles wat daarmee samenhangt. De CAO is fundamenteel voor onze leden. Dat voel je zodra je met hen in gesprek bent. Het is het kloppende hart van de business. Ik had een bijzondere rol als voorzitter van het CAO-overleg. Tussen de partijen in, met aan de ene kant de werknemersdelegatie en aan de andere kant de werkgeversdelegatie. Ik ben vooral verantwoordelijk voor het proces, zodat de mensen op een goede manier met elkaar in gesprek blijven. Ik let erop dat het echt tot een onderhandelingsproces leidt en zit dan niet aan de kant van de werkgever.
Dat is wel weer zo tijdens de schorsingen, maar ik krijg het vertrouwen van beide partijen om dat proces te mogen leiden. De arbeidsverhoudingen in onze branche staan er goed voor, ondanks dat we inhoudelijk heel erg van mening kunnen verschillen en met de koppen tegen elkaar kunnen botsen. De arbeidsverhoudingen staan in al die omstandigheden op een open, hoog professioneel niveau.

Dat was anders toen ik kwam. Toen was er net een vakbondsbestuurder de laan uitgestuurd en die wilden we nooit meer hier in huis ontvangen. Alle luiken gingen dicht. Bij de vakbonden gingen ook de luiken dicht. We hebben toen een jaar lang formeel niet met elkaar gesproken. Dat is nu, in deze constellatie – circa 10 jaar verder – ondenkbaar. De verhoudingen met de vakbond op het persoonlijke vlak zijn goed. Het is prettig om het op die manier na te laten aan mijn opvolger in dit beleidsterrein.”

ABU, neon letters

Lobby
Aart: “Bij lobby bestaat vaak een mistig beeld van mannen in rokerige kamers met een sigaar en glas sherry in de hand. Dat is niet onze aanpak. Natuurlijk moet je op allerlei manieren investeren in je netwerk. Ieder lobbytraject loopt weer anders. Maar onze kerntaak is dat we in staat zijn om wet- en regelgeving te beïnvloeden.”
Jurriën: “Onze lobby bestaat voor een belangrijk deel uit overleg met politiek Den Haag en uiteindelijk gaat het in essentie altijd over de invloed van nieuwe wetten en regels op de prijs van het uitzenden. Als die te hoog wordt komt de allocatiefunctie in gevaar: het naar de arbeidsmarkt brengen van mensen.”

Weten waar je het over hebt
Aart: “Ons lobbykapitaal is kennis van zaken. Als er een wetsvoorstel komt, wat ongunstig zou kunnen uitpakken, analyseren wij dat. We laten zien aan de mensen die erover gaan wat de voor- en nadelen zijn, welke effecten het kan hebben. Elke deur gaat open in Nederland als je een degelijk verhaal hebt.”
Jurriën: “Als je een autoriteit bent en met cijfers en kennis binnenkomt, neemt je geloofwaardigheid enorm toe. Je moet er zijn met doorwrochte kennis als men vragen heeft. Dat is eigenlijk het fundament van een goede lobby. Van het voorstel dat wij bijvoorbeeld samen met Ferdinand Grapperhaus hebben ontwikkeld voor de sluitende aanpak tegen malafiditeit, is – als je goed kijkt – uiteindelijk elk puntje in wetgeving geregeld. Daar investeren wij in met aandacht en met geld. Dat besteden we niet aan douceurtjes, sigaren, flessen wijn, etentjes. Nee, het wordt besteed aan onderzoek door onafhankelijke instituten. Als er iets uitgezocht moet worden, juridisch of arbeidsmarkttechnisch, dan onderbouwen wij dat in 9 van de 10 gevallen met een degelijk rapport.”

Aart: “Daarnaast moet  je ook een persoonlijke relatie hebben met de betreffende ambtenaar, vakbondsbestuurder, gemeente, wethouder of het Kamerlid. Onder een persoonlijke relatie ligt vertrouwen. Voor je afspraken uitkomen, nooit iemand belazeren. Open vizier, geen verborgen agenda’s. Ik herinner me een uitspraak van voormalig minister Donner die zei dat hij de ABU zo waardeerde omdat wij altijd breder vechten dan ons eigen belang. “De ABU kijkt verder dan het uitzendbelang en houdt het maatschappelijk thema in het vizier”, zei hij. Daarnaast moet je natuurlijk communiceren, vertellen waar je successen behaalt en waar de problemen zitten. Communicatie is heel breed. Het is ook marketingcommunicatie. Een uitgave van ons zoals de recente Flexpocket, nou die is ‘gevreten’, duizenden zijn er het land van in gegaan. Allerlei organisaties gingen er om vragen. En staat er informatie over uitzenden in? Ja, ook, maar die uitgave behandelt alle vormen van flex.
De keren dat wij een brief schrijven aan een minister is op 1 hand te tellen. Als je dat moet doen, dan is al je voorgaande lobby en argumentering al mislukt. Wij kiezen voor allerlei vormen van eigen publicaties, free publicity, onderzoeken, congressen, enzovoort. Natuurlijk zijn er ook zaken waar je niet over communiceert omdat ze zo complex en gevoelig zijn dat ze lobby in stilte vereisen.”

Lange adem
Aart: “Sommige zaken vragen om een lange adem. Uit mijn directieperiode is de vrijwaring van inlenersaansprakelijkheid daarvan een voorbeeld. Na 14 jaar op de deur kloppen heeft vorig jaar Staatssecretaris Weekers getekend. De doorbraak kwam op het laatst, toen er een ambtenaar van het ministerie van Financiën was die de belangen voor de uitzendmarkt inzag.
Een ander voorbeeld: de kosten voor twee weken ziekte van uitzendkrachten, een veel korter traject, maar ook daar vonden we weer een inhoudelijke oplossing. We zeiden tegen het ministerie: “jullie hebben het verkeerd gezien, kort verzuim is het probleem niet, dat hebben we in de hand. Nee, de echte kosten zitten bij het lange verzuim dus laten we dat dan aanpakken. In het begin wilde niemand er wat van weten maar we bleven erop hameren. Zeiden ze bij het ministerie: ‘Daar heb je die jongens van de ABU weer, slapen jullie soms op het ministerie?’ En nu hebben we de WGA-flex, ook zo’n item. Van ver achter uit het veld proberen we te laten zien dat het averechts gaat werken, dat de nadelen van premiedifferentiatie groter zijn dan de voordelen. Ook hier geldt weer dat de prijsdruk op uitzenden zo groot wordt dat schadelijke effecten voor de arbeidsmarkt dreigen. Dat proberen we duidelijk te maken. En vaak krijgen we steun. Bijvoorbeeld van VNO/NCW. We zorgen zoveel mogelijk dat we het samen doen hè, de ene keer met de ene partij, de andere keer met de andere partij. Afhankelijk waar het draagvlak zit.”

“Lobby is geen supermarkt karretje. Het is de symbiose van de cultuur in je organisatie, de professionals, de persoonlijke relaties. Het zit ook in details.”

Snel communiceren
Jurriën: “Dit is de grote lijn van de lobby. Maar het zit ook in details. Hoe snel ben je in staat om een persbericht de wereld in te slingeren? Als je daar met je hele bureau en je hele bestuur drie dagen over moet bakkeleien, voordat je je uiting naar buiten brengt, ben je niet wendbaar. En ook niet zichtbaar. Andere veel grotere organisaties zijn jaloers hoe snel wij een krant rond een thema of bijvoorbeeld zo’n Flexpocket kunnen samenstellen. De Flexpocket verscheen een week na het sociaal akkoord, maar alle aspecten van dat sociaal akkoord stonden er al in. Lobby is geen supermarkt, waarbij je van alles in je karretje doet en dan moet het maar goed gaan. Het is de symbiose van personen. De professionals die je in huis hebt, de cultuur die er binnen je organisatie hangt. De ruimte die je als professionele organisatie hebt. Het echte succes zit vaak in de details.”

ABU, Aart van der Gaag (l) en Jurriën Koops (r) dubbel interview, FlexNieuws

Wat zijn de verschillen tussen jullie?
Aart: “Ik heb zelf 10 jaar grote uitzendorganisaties geleid. Dus ik blijf altijd voelen dat wat wij hier doen, in die vestigingen iets moet betekenen. Ik ken de praktijk. Jurriën: “Aart brengt de emotie van het uitzenden mee. Dat is voor het werk heel belangrijk. Hij weet waar de ondernemers door gedreven worden, wat er bij ze speelt, hoe ze zich bewegen, wat er in hun hoofd omgaat. Dat heeft hij. Hij is ook een emotioneel mens, in de zin van de uitbarstingen.”
Aart: “Ja, dan sta ik weer met tranen in mijn ogen. Jur is wat rationeler. Wij hebben bij de ABU tien grote ondernemingen en 490 MKB-ondernemingen. Ik vind het heel belangrijk dat je die MKB-taal begrijpt, want dat zijn de echte ondernemers hè. Daar zit emotie. Je moet hier geen ivoren-toren of academische taal gaan uitslaan. Het gaat om toegankelijkheid. Deze branche heeft het hart op de tong. Ze zijn verweven met hun bedrijf, het is hun eigendom, hun toekomst, hun passie. Ze hebben dat in jaren groot gebracht en zelfs in crisistijd overeind weten te houden. Jurriën is rationeler, maar als ik ergens van overtuigd ben, dan is het dat hij draagvlak heeft. Hij weet waar hij het over heeft. Een echte bestuurder. ”

Jurriën: “Het belang van de BV Flex van Nederland is zo cruciaal. En dat is in de afgelopen 5 jaar alleen nog maar groter geworden. Tegelijk is de tegenwind zo groot, dat die een heel belangrijke uitdaging vormt in de komende jaren.”

Aart: “Ja, ik kan niet zeggen, ik was klaar en Jurriën hoeft alleen nog maar op de winkel te passen. De storm is guurder dan ooit. Heel onbevredigend hoor. Op een bepaald moment denk je dat je er bent. Uitzenden was aanvaard en een goede oplossing. Maar dan ontstaat er net zo makkelijk weer nieuwe wetgeving die schadelijk is voor de flexibiliteit. Of we worden weer over één kam geschoren met al die verhalen die over flex gaan, terwijl ons type uitzenders toch echt anders is. En dan begint het allemaal weer opnieuw.
Dus hij – wijzend naar Jurriën – mag ook weer helemaal opnieuw beginnen. Het is nooit klaar.”

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws
Foto’s: FlexNieuws

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek