loading
views

Evaluatie Wet ULB: inkomens- en loonkosteneffecten

RijksoverheidDe evaluatie van de Wet uniformering loonbegrip (Wet ULB) is namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door de Staatssecretaris van Financiën naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze evaluatie is ingezoomd op de vergelijking van de feitelijke inkomenseffecten van de Wet ULB en de bij de behandeling gepresenteerde inkomensgevolgen. De effecten vallen mee.

De evaluatie bestaat uit drie onderdelen, te weten de inkomenseffecten, loonkosteneffecten en de effecten op de vereenvoudiging.

Inkomenseffecten
De evaluatie van de inkomenseffecten is vormgegeven door een nieuwe doorrekening van het CPB (Centraal Planbureau) te vragen en tevens loonstroken over januari 2013 en januari 2011 te vergelijken. Hiermee is gekeken of de inkomenseffecten die tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet ULB gepresenteerd zijn ook daadwerkelijk gerealiseerd zijn.

Er kan worden geconstateerd dat de inkomenseffecten per saldo iets positiever zijn dan destijds gepresenteerd. Uit de effecten op de loonstroken die zeer uiteenlopend zijn en een negatiever beeld laten zien, blijkt dat het loonstrookje geïsoleerd bezien voor grote groepen niet representatief is voor het totale inkomenseffect.

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van meerdere inkomensbronnen (zoals bij gepensioneerden) waardoor de uiteindelijke belasting via de inkomstenbelasting fors afwijkt van de ingehouden loonbelasting. Dit wordt bevestigd door het beeld dat de totale effecten van de Wet ULB in lijn zijn met of zelfs iets positiever dan hetgeen ten tijde van de behandeling van het wetsvoorstel is gepresenteerd.

Loonkosteneffecten
Bij de loonkosteneffecten van de Wet ULB is met name gekeken naar een verdere uitsplitsing van de al bestaande gegevens die ook bij eerdere berekeningen al tot uitgangspunt zijn genomen. Hieruit blijkt dat het aantal werkgevers waarbij de loonkosten aanzienlijk stijgen of dalen gering is.

Daarnaast blijkt dat de hoogte van de gemiddelde loonkosten weliswaar van invloed is op de omvang van het loonkosteneffect, maar dat deze verschillen redelijk beperkt zijn. Een uitsplitsing naar sectoren laat zien dat de loonkosteneffecten per sector duidelijk verschillen.

Bij de vier grootste sectoren, zakelijke dienstverlening (-0,02%) , overige dienstverlening (-0,07%), handel (0,00%) en industrie (-0,08%), zijn de macro-effecten beperkt. De bouwnijverheid en de land-, bos- en tuinbouw profiteren van de wijzigingen, terwijl de horeca (0,24%), de delfstoffenwinning (0,39%) en de nutsbedrijven (0,70%) te maken hebben met een loonkostenstijging. In de overheidssector is de gemiddelde loonkostenstijging 0,14%.

Vereenvoudiging
Zoals de staatssecretaris van Financiën al eerder heeft aangegeven, vindt hij het moment te vroeg om de vereenvoudiging te beoordelen en te evalueren. Zijn voorstel is om de bereikte vereenvoudiging en administratieve lastenverlichting na drie jaar (in het jaar 2016) te evalueren.

Bron: rijksoverheid.nl, 25 juni 2013

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek