loading
views

Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werknemer met C = 2

Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek met werknemer met C = 2
Op 13 februari 2013 heeft de rechtbank Amsterdam zich uitgelaten over de vraag of een werknemersverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding ter hoogte van C = 2 en een bedrag van € 10.000,– juridische kosten dient te worden toegewezen.

Feiten
Werknemer is op 1 mei 2005 bij werkgever in dienst getreden in de functie van media-marketing manager. In februari 2012 is werknemer arbeidsongeschikt geworden. Werkgever heeft geen re-integratie-inspanningen geleverd en de verantwoordelijkheid daarvoor afgeschoven. Op 12 december 2012 oordeelde ook het UWV dat werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd.

Vordering
Werknemer verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen dadelijk diende te worden beëindigd. Werknemer voerde daartoe aan dat hij tijdens zijn dienstverband steeds meer taken kreeg waardoor zijn werkdruk tot onaanvaardbare proporties opliep. In plaats van waardering werd werknemer door de directie in toenemende mate onheus bejegend en geschoffeerd. Op het moment dat dit leidde tot arbeidsongeschiktheid heeft werkgever zich niet ingespannen voor de re-integratie van werknemer.

Verweer
Werkgever betwist dat er sprake is van een gewichtige reden, althans dat er gronden zijn om enige vergoeding aan werknemer toe te kennen. Werkgever stelt daartoe dat de omgangsvormen binnen haar bedrijf confronterend en tamelijk direct zijn. Werknemer zou daar zelf aan mee hebben gedaan. Werkgever erkent dat in de loop der jaren het werk door minder mensen gedaan moest worden om financiële redenen. Verder voert werkgever ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid aan dat de regels haar onbekend waren en dat de arbodienst faalde. Tot slot voert werkgever aan dat zij in een slechte financiële situatie verkeert.

Beoordeling
De kantonrechter oordeelt dat de goede verstandhouding, noodzakelijk voor een verdere samenwerking tussen partijen, niet meer aanwezig is. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden.

Met betrekking tot de hoogte van de vergoeding overweegt de kantonrechter dat uit de overgelegde stukken (e-mailberichten) van werknemer naar voren is gekomen dat werkgever werknemer niet ‘tamelijk direct en confronterend’ maar denigrerend en schofferend benaderde. Daarbij had werkgever geen voorbeeld gegeven waaruit bleek dat werknemer vergelijkbare terminologie gebruikte richting zijn directeur. Van confronterende communicatie van werknemer is derhalve niet gebleken.

Voor wat betreft de arbeidsongeschiktheid overweegt de kantonrechter dat voldoende aannemelijk is geworden dat dit in belangrijke mate is te wijten aan een combinatie van werkdruk en bejegening. Werkgever heeft zelfs toen werknemer ziek was nog gepoogd om van alles van hem gedaan te krijgen. Toen bleek dat dit niet kon, heeft werkgever onmiddellijk de auto en laptop teruggevorderd. Werkgever heeft geen re-integratie-inspanning geleverd en de verantwoordelijkheid geheel op de arbodienst afgeschoven. Dit valt werkgever ernstig aan te rekenen, aldus de kantonrechter.

Tot slot overwoog de kantonrechter dat voldoende aannemelijk is geworden dat het voortbestaan van werkgever twijfelachtig is geworden. Desondanks wordt daarbij bij het vaststellen van de vergoeding geen rekening mee gehouden. Werkgever is in ernstige mate schuldig aan de situatie waarin werknemer is komen te verkeren. De kantonrechter overweegt zelfs dat werkgever maar moet kiezen of zij eventueel privé deze schuld zal voldoen of dat zij haar bedrijf failliet wil laten gaan.

Het verzoek om een bijdrage in de kosten van rechtsbijstand wordt wel afgewezen. De kantonrechter overweegt daartoe dat het de keuze van werknemer is om zich daartegen wel of niet te verzekeren. Daarnaast acht de kantonrechter dat daarmee in de vastgestelde vergoeding voldoende rekening is gehouden.

Conclusie
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen en kent aan werknemer een vergoeding toe van een bedrag van € 57.456,– bruto (C = 2).

Bron: Rechtbank Amsterdam, 13 februari 2013, LJN: CA0080

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Marijke Oosterom Van Diepen Van der Kroef Den Haag, tel. 070 360 3151 of met mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek