loading
views
1 reacties
Marcel Reijmers

Indeling in vaksector serieus alternatief voor sector 52?

Marcel Reijmers is eigenaar van FlexKnowledge. FlexKnowledge adviseert en begeleidt uit- en inleners bij vraagstukken rondom o.a. wet- en regelgeving in de flexbranche, kostprijzen, sectorindeling, inlenerbeloning, CAO's, arbeidsovereenkomsten, Algemene Voorwaarden en arbo- en verzuimbeleid. Hij wordt regelmatig ingeschakeld door gerenommeerde advocatenkantoren vanwege zijn diepgaande kennis van de branche en de raakvlakken tussen uitzenden en regulier arbeidsrecht. Ook doet hij bij overnames onderdelen van het due diligence onderzoek. Daarnaast is Reijmers eindredacteur van CAOWijzer en FlexWijzer van FlexNieuws waarvoor hij ook columns schrijft. Voor ARTRA Arbeidsmarktopleidingen ontwikkelt en verzorgt hij trainingen en van keesz.com is hij een van de initiatiefnemers en adviseur. Kernkwaliteit: vertalen van alle ingewikkelde wet- en regelgeving in deze branche naar bruikbare praktijk. Van 2008 tot 2013 heeft hij HelloFlex People ontwikkeld van concept tot een organisatie met 150 aangesloten intermediairs. In die rol heeft hij ook diverse intermediairs geadviseerd en begeleid bij het starten van hun bedrijf. Eerder in zijn loopbaan heeft Reijmers 13 jaar bij de Luba Groep gewerkt, waarvan de laatste 7 jaar als manager Organisatie & Kwaliteit. Onderdeel van die functie was het ontwikkelen en geven van trainingen op het gebied van de CAO en wet- en regelgeving. Als projectmanager namens Luba is hij verantwoordelijk geweest voor de ontwikkeling en daaropvolgende implementatie van FlexService software. Samen met UWV Leiden heeft hij in 1999 aan de wieg gestaan van de huidige manier van verzuimbegeleiding in de uitzendbranche. Ook heeft hij geparticipeerd in diverse projecten bij de ABU en STAF over arbo- en verzuimbeleid en was hij lid van verschillende commissies. X

Is indeling in een vaksector een serieus alternatief voor sector 52?

De premie Sectorfonds voor sector 52, Uitzendbranche is in 5 jaar tijd meer dan verdubbeld en gaat al aardig richting de 20%. De premie Sectorfonds wordt –sterk vereenvoudigd gezegd – gebruikt voor de financiering van de vangnetgevallen voor de Ziektewet en een deel van de werkloosheidslasten. En omdat beide posten relatief hoog zijn voor uitzendkrachten, is de premie ook hoog. Niet vreemd dus dat steeds meer intermedairs zich afvragen wat de voorwaarden zijn voor indeling in een andere sector. Want hoewel de premies daar relatief gezien nog veel sneller stegen, zijn ze vaak maar een fractie van wat ze in de uitzendbranche zijn.

In onderstaande grafiek ziet u de ontwikkeling in sector 52, Uitzenden middenklasse van premiegroepe IA en IIA afgezet tegen de ontwikkeling in sector 12, Metaal en sector 44, Zakelijke Dienstverlening II. U kunt zich voorstellen wat indeling in een andere sector doet met de kostprijs!

Grafiek vergelijking ontwikkeling kostprijs flexbranche bij vier sectorindelingen

Behalve een goede prijs vragen inleners ook steeds meer maatwerk. Bijvoorbeeld aansluiting bij het ‘eigen’ pensioenfonds, maar dat is vaak (veel) duurder dan STiPP. Hoge pensioenpremie gecombineerd met een premie Sectorfonds – soms letterlijk het 10-voudige van wat de inlener zelf betaalt – maakt het erg lastig met een commercieel voorstel te komen dat voor alle partijen een win-win situatie oplevert.

Niet verwonderlijk dus dat steeds meer intermediairs de mogelijkheid voor indeling in een vaksector serieus zouden willen onderzoeken. Er zijn echter nogal wat haken en ogen aan indeling in een andere sector. En stuk voor stuk hebben hebben ze forse impact op de bedrijfsvoering en – bij slechte voorbereiding – zelfs op de continuïteit van uw onderneming. Iedereen in de branche kent wel de verhalen van de ongekende gretigheid waarmee sectorpensioenfondsen zich melden om premie over uw hele loonsom te innen. MN Services voor de Metaal is in dat opzicht berucht.

Wij hebben nu een aantal praktijkcases begeleid die steeds tot het gewenste resultaat hebben geleid, namelijk: indeling in een andere sector en een bewuste keuze om wel of niet aan te sluiten bij het bijbehorende pensioenfonds. Onderwerpen die aan de orde kwamen, zijn bijvoorbeeld:

  • Welk bedrijfspensioenfonds en/of sociaal fonds is gewenst ?
  • Waar raken de werkingssferen van de sectorcao vs. de uitzendcao elkaar?
  • Is er een nieuwe BV nodig, of is dat juist heel onhandig/onverstandig?
  • Als het een nieuwe BV wordt, moet die dan wel of niet lid worden van ABU of NBBU?
  • Het uitzendbeding mag bij indeling in een andere sector in principe niet meer worden toegepast. Wat zijn daarvan de consequenties?

En last but not least:

  • Hoe moeten de gemaakte keuzes rekenkundig worden onderbouwd, zodat u vooraf weet dat u aan de eisen voldoet?

Want uit de praktijk weten we dat zodra de belastingdienst akkoord is met de nieuwe sectorindeling er direct een brief volgt van een bedrijfspensioenfonds met de aankondiging van een onderzoek.

Dus alleen als u de keuze weloverwogen heeft gemaakt en onderbouwd, met respect voor alle partijen en arbeidsvoorwaarden, heeft u ook op de lange termijn voordeel van de indeling in een ander sectorfonds!

Wilt u met mij verder praten over dit onderwerp? Neem dan contact op en we maken een afspraak!

Marcel Reijmers, mreijmers@flexservice.com

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek