loading
views

PwC: Einde krimp lijkt nabij voor flexbranche

PwC: Einde krimp lijkt nabij voor flexbranche

Als de flexbranche een indicator is voor economisch herstel, dan lijken de seinen voorzichtig op groen te gaan staan.

Bij een recent seminar dat georganiseerd werd door zakelijke dienstverlener PwC, verwachtte het gros van de 70 deelnemers uit de flexbranche dat de omzet in 2013 weer gaat groeien. De verwachting is daarentegen wel dat de marge nog wat zou kunnen dalen en dat de branche het dus moeilijk houdt.

“De breed gedragen verwachting dat de omzet in de sector zich binnenkort weer herstelt bij een gelijkblijvende of licht dalende marge, vind ik wel een belangrijke observatie van het door ons georganiseerde seminar,” zegt Martin Bond, director bij PwC en business service leader voor de flexbranche. Dat seminar, onder de titel ‘De Toekomst van de Nederlandse Arbeidsmarkt en het business model van de flexbranche,’ was goed bezocht en leidde tot een aantal discussies die de diepte ingingen.

Dat herstel kan een handje geholpen worden door hervormingen op de arbeidsmarkt. Die vereisen keuzes die het karakter van die markt zullen veranderen.

Alexander Rinnooy Kan

Alexander Rinnooy Kan
Eén suggestie van key note speaker Alexander Rinnooy Kan: “maak flex minder flex en vast minder vast.” Rinnooy Kan, onder meer voormalig voorzitter van de Sociaal Economische Raad, analyseerde de staat van de Nederlandse arbeidsmarkt. Die staat er eigenlijk niet zo slecht voor, zo blijkt uit allerlei internationale staatjes, maar onze positie in die staatjes mag wel in een bredere context worden geplaatst.

Productiviteit
Rinnooy Kan: “Het aantal gewerkte uren is laag, ongeveer de helft van het aantal uur dat de gemiddelde Zuid-Koreaan werkt. Daar staat dan weer tegenover dat als we dan werken, we ook meteen enorm productief zijn. Kanttekening: de productiviteit moet ook blijven groeien als je wilt blijven meedoen, en die groei is juist erg langzaam waardoor er relatief een achterstand is ontstaan. In de periode tussen 1990 en 2010 groeide die ongeveer 1 procent per jaar. De Finnen lieten hun productiviteit in diezelfde periode bijvoorbeeld met 2,5% groeien. We moeten dan ook uitkijken dat we ons niet rijker rekenen dan dat we zijn,” waarschuwde Rinnooy Kan. Een reden voor die sterk verschillende productiviteitsgroei ligt volgens de hoogleraar economie in de steeds lossere relatie in Nederland tussen productiviteit en loon. Een andere oorzaak zou gezocht kunnen worden in het onderwijs, ook het beroepsonderwijs.

Participatie
Dergelijke kanttekeningen zijn er ook te plaatsen bij de hoge arbeidsparticipatie die deels te danken is aan het hoge aantal deeltijders. “Er zou een grote winst kunnen worden behaald als we van al die kleine parttimebaantjes, redelijke parttimerbanen konden maken. Daarnaast kan er serieus werk worden gemaakt van de lage participatie van ouderen, gehandicapten en allochtonen.”

Hiring and firing
Het belangrijkste probleem waar de Nederlandse arbeidsmarkt mee kampt is de enorme starheid, zo concludeert bijvoorbeeld de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. “Hiring and firing wordt gezien als een heel zwak punt van de arbeidsmarkt. Als je kijkt waar Nederland staat op de Global Competitive Index, een vergelijkende beoordeling over concurrentiekracht, dan staat Nederland over het algemeen heel goed, op een vijfde plaats. Maar op dit onderdeel zijn we nummer 126. Het is eigenlijk een beetje genant.”

Betekent dat dan dat het beschermingsniveau heel hoog ligt?
“Nee, eigenlijk niet. Gemiddeld genomen dan want als je kijkt naar alleen de vaste contracten, dan zie je in Nederland een zeer hoge bescherming. Dat hoeft geen fatale zwakte te zijn want in Duitsland is de bescherming nog hoger. Maar de tijdelijke contracten zijn weer extreem onbeschermd.”

Die bescherming moet herzien worden, bepleit de oud-SER-voorzitter. “Het resultaat van de arbeidsmarktinspanningen van minister Melkert in de jaren negentig, de flexwet, is toe aan herziening door flex minder flex te maken en vast minder vast. Op die manier komt er meer dynamiek in de arbeidsmarkt zonder dat dit ten koste gaat van de werkenden die nu al nauwelijks bescherming hebben. Het helpt de participatie te verhogen van ouderen en andere groepen die nu aan de kant staan.”

Vast versus flex
Dat vast soms ook te vast kan zijn, is een discussie die met bijna angstaanjagende voorspelbaarheid terugkomt in de discussie over de arbeidsmarkt om vervolgens weer snel in de bureaulade of de doofpot te verdwijnen. Maar vaak gaat die discussie over iets anders, zoals de discussie over de demotie bij Capgemini die vooral oudere en in de ogen van dat bedrijf ‘te dure’ werknemers betreft.”
Als er een direct verband zou worden gelegd tussen leeftijd en productiviteit, dan vindt Rinnooy Kan dat niet terecht. “Er is bij mij geen enkel serieus onderzoek bekend waaruit een dergelijke verstrekkende conclusie getrokken kan worden. Maar ik houd me aanbevolen.”

Dat neemt niet weg dat er serieus werk gemaakt moet worden van arbeidsmarkthervorming die de lasten van zowel flex als vast verminderen. Bovendien kan niet anders dan geconstateerd worden dat de relatie tussen beloning en productiviteit inderdaad onder druk staat.

Vergrijzing en tekort aan kenniswerkers
Daarnaast worstelt de economie met een gebrek aan aansluiting tussen wat bedrijven vragen en wat de arbeidsmarkt kan leveren. Uit nog lopend onderzoek van PwC naar de arbeidsmarkt en de flexbranche blijkt dat de grote vervangingsvraag door de vergrijzing maar moeilijk kan worden opgevangen. Er is een toenemende tekort aan hoogopgeleide kenniswerkers, terwijl er nu al een onbeantwoorde groeiende vraag is naar geschoold personeel in de gezondheidszorg en techniek.

Martin Bond vindt de suggestie van Rinnooy Kan voor wat meer dynamiek in de arbeidsmarkt een realistische optie. “Lang niet iedereen heeft echt een keuze gemaakt om flexwerker te worden. Er is daarentegen wel een grote groep die geen werknemer wil zijn, maar juist de vrijheid van de flexibiliteit prettig vindt, als er dan maar wel wat meer kaders en bescherming worden geboden. Vooral deze groep heeft behoefte aan flex minder flex en vast minder vast.”

Uit gesprekken met de deelnemers aan het seminar bleek dat die gedachte op sympathie mag rekenen wanneer het gaat om ‘vast minder vast’, maar dat er weinig steun is te vinden voor ‘flex minder flex’. Toch zal de flexbranche een list moeten verzinnen omdat flex in de huidige vorm maatschappelijk ook niet meer als ideaal en als acceptabel wordt gezien, aldus de hoogleraar.

Bron: PwC, 13 maart 2013

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek