loading
views

Ontslag op staande voet wegens nevenfunctie als naaktmodel/stripper


Ontslag op staande voet wegens nevenfunctie als naaktmodel/stripper

Op 29 januari 2013 heeft de rechtbank Amsterdam zich uitgelaten over de vraag of een ontslag op staande voet onverwijld was gegeven en of de reden daarvoor als een dringende reden kon worden gekwalificeerd.

Feiten
Werknemer is vanaf 1 november 1983 in dienst bij werkgever in de functie van docent orgel/keybord/piano. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Kunsteducatie van toepassing. Artikel 8:4 van de CAO bepaalt het volgende ten aanzien van nevenfuncties:
“1. De werknemer is verplicht de werkgever vooraf te informeren over het (gaan) verrichten van (on)betaalde nevenfuncties en/of (on)betaalde nevenwerkzaamheden en over latere wijzigingen in de aard, omvang of plaats daarvan.
2. Het is de werknemer niet toegestaan (on)betaalde nevenfuncties en/of (on)betaalde nevenwerkzaamheden te verrichten die redelijkerwijs geacht kunnen worden niet verenigbaar te zijn met zijn functie of die de zakelijke belangen van de instelling zouden kunnen schaden. De werkgever kan in de arbeidsovereenkomst nadere regelingen treffen over het aanvaarden van dergelijke functies of werkzaamheden.”

Werkgever was er na een anonieme brief achtergekomen dat werknemer zichzelf aanbood als stripper en naaktmodel. Werkgever heeft dit in een gesprek op 6 november 2012 bij werknemer aangekaart. Werknemer heeft daarop te kennen gegeven dat hij sinds 15 à 20 jaar poseerde als ‘kunstzinnig naaktmodel’ en dat hij dit had besproken met zijn toenmalig afdelingshoofd. Voorts heeft werknemer aangegeven dat hij bereid was om zijn advertentie op internet te wissen en zijn activiteiten te staken. Werkgever heeft na het gesprek werknemer twee weken op non actief gesteld.

Tijdens een gesprek op 13 november 2012 is werkgever overgegaan tot ontslag op staande voet. De reden hiervoor was dat uit navraag bij het toenmalig afdelingshoofd bleek dat werknemer toentertijd alleen toestemming had gekregen voor het poseren als fotomodel voor herenondergoed. Volgens werkgever waren de daadwerkelijke activiteiten van een andere orde en was er bovendien één en ander veranderd ten aanzien van het beleid hieromtrent. De conclusie van werkgever was dat de werkzaamheden niet verenigbaar waren met zijn functie van docent.

Vordering
Werknemer vordert in kort geding onder meer werkgever te veroordelen tot toelating van het verrichten van zijn werkzaamheden en betaling van zijn salaris vanaf 13 november 2012.

Beoordeling
De kantonrechter overwoog dat werknemer ingevolge de CAO gehouden was om zijn activiteiten als model en stripper te melden bij werkgever. Vast stond dat werknemer het werken als stripper niet aan werkgever had gemeld. Werknemer had moeten begrijpen dat deze activiteit niet gelijk stond aan het poseren en had het strippen dan ook moeten doorgeven aan werkgever. Echter, het nalaten hiervan bood onvoldoende grond voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter oordeelde dat ook voor het overige een dringende reden ontbrak. Daarbij werd onder meer het volgende van belang geacht.

Het poseren als naaktmodel en optreden als stripper is van een andere orde, waarbij de link met kindermisbruik niet terecht is. Verder overweegt de kantonrechter dat als de tijdsgeest wordt benaderd vanuit de hedendaagse televisieprogramma’s, reclames, muziekclips e.d. niet valt in te zien dat de model- en stripactiviteiten een probleem vormen om als docent naar behoren te kunnen functioneren. Dat de muziekschool met de mogelijke gevoeligheden van deze ouders rekening wenst te houden en er mede daarom bezwaar tegen heeft dat werknemer publiekelijk adverteert als stripper en erotisch model, rechtvaardigt nog geen ontslag op staande voet. Te meer nog omdat werknemer bereid is geweest om zijn stripactiviteiten te staken en de onderhavige advertentie heeft verwijderd. Het voorgaande, gecombineerd met het bijna dertig jaar durende dienstverband en de leeftijd van werknemer, alsmede de ernstige financiële gevolgen van een ontslag op staande voet, maakt dat de vorderingen van werknemer werden toegewezen.

Conclusie
Uit artikel 7:677 BW volgt dat aan een ontslag op staande voet hoge eisen worden gesteld. Zo moet er niet alleen sprake zijn van een dringende reden, het ontslag moet ook onverwijld worden gegeven onder de gelijktijdige mededeling van de reden. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigheid worden de omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. De aard en de ernst van het gedrag van werknemer spelen daarbij een rol, de duur en de aard van de arbeidsovereenkomst en ook de persoonlijke omstandigheden van werknemer en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor een werknemer heeft.

Bron: Rechtbank Amsterdam, 29 januari 2013, LJN: BZ1621

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Marijke Oosterom Van Diepen Van der Kroef Den Haag, tel. 070 360 3151 of met mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek