loading
views
0 reacties
Harry Vogels

Uitzendrichtlijn dwingt partijen bij inleen-cao’s tot schrappen teksten

Sociaal-econoom Harry Vogels is adviseur en trainer op het gebied van CAO’s. Hij beantwoordt alle vragen over toepassing, dispensatie/vrijstelling, indeling, algemeen verbindend-verklaringen of eigen ondernemings-CAO’s. Vogels begeleidt zowel organisaties als individuen en is gespecialiseerd in de arbeidsvoorwaarden in de flexmarkt. Na een loopbaan als HR-adviseur bij grote tot zeer grote werkgevers opende hij in 2002 zijn eigen adviespraktijk. Vogels publiceerde vele artikelen en (hand)boeken over CAO’s en schrijft regelmatig voor onder meer Sociale Zaken Actueel, Sociaal Beleid Thema en FlexNieuws. X



Richtlijn Uitzendarbeid dwingt partijen bij inleen-cao’s tot schrappen teksten

Verwarring bij uitzendbureaus en uitzendkrachten is het gevolg.

Niet alleen bepalingen in de cao’s in de uitzendbranche zelf zijn van belang voor uitzendkrachten, maar ook de bepalingen in de vele tientallen inleen-cao’s.
Het is al jarenlang gebruik in cao-land dat de inleen-cao’s beperkingen opleggen aan uitzendbureaus, zoals bijvoorbeeld in de volgende cao’s:
– Cao Bakkersbedrijf: de werkgever zal niet meer uren door uitzendkrachten laten werken dan 25 % van het totaal uren;
– Cao Algemene Bank: de werkgever kan alleen van uitzendkrachten gebruik maken wanneer er sprake is van piekvorming in het werk, opeenhoping van werk ten gevolge van ziekte, vakantie en vacatures;
– Cao Betonproductenindustrie: het gebruik maken van door uitzendbureaus bemiddelde uitzendkrachten zal tot het uiterste worden beperkt;
– Cao Groothandel in Bloembollen: van diensten van uitzendbureaus zal door de onderneming slechts gebruik worden gemaakt indien de bedrijfsomstandigheden zulks onvermijdelijk maken;
– Cao Houthandel: de werkgever dient uitzendkrachten die zes maanden aaneengesloten bij het bedrijf werkzaamheden hebben verricht een vast of tijdelijk contract aan te bieden;
– Cao Mortel- en Transportondernemingen: aan voltijd uitzendkrachten die langer dan 6 maanden door een werkgever zijn ingeleend, wordt door de betreffende werkgever een voltijd dienstverband voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd aangeboden.

En zo zijn er nog vele andere tientallen andere bedrijfstak- en ondernemings-cao’s die beperkingen opleggen aan uitzendbureaus.

Europese Richtlijn Uitzendarbeid maakt einde aan beperkingen
Op 6 december 2011 is de Richtlijn 2008/104/EG betreffende uitzendarbeid van kracht geworden en dit betekent onder andere dat vanaf deze datum cao-bepalingen die een beperking of verbod op de inzet van uitzendkrachten inhouden nog uitsluitend gerechtvaardigd zijn ‘vanwege redenen van algemeen belang die met name verband houden met de bescherming van uitzendkrachten, de eisen ten aanzien van de gezondheid en de veiligheid op het werk of de noodzaak om de goede werking van de arbeidsmarkt te garanderen en misbruik te voorkomen.’ Alle andere beperkingen worden niet meer toegestaan.

Onderzoek Stichting van de Arbeid
Op 2 februari 2012* stuurt de Stichting van de Arbeid een brief aan alle decentrale cao-partijen met het verzoek aan de stichting mee te delen welke afspraken in cao’s zijn gemaakt, die beperkingen opleggen aan uitzendkrachten. Eind 2012 waren slechts vijf reacties ontvangen. Een teleurstellend resultaat. De Stichting van de Arbeid wijt dit aan het geringe aantal cao’s dat in 2012 zijn afgesloten. Ik denk echter dat decentrale cao-partijen niet met veel plezier willen meewerken aan dit onderzoek.
In januari 2013* stuurt de Stichting van de Arbeid aan decentrale cao-partijen opnieuw het verzoek mee te werken en voor eind februari 2103 te reageren met het oog op Analyse van de Stichting van de Arbeid ten behoeve van de heroverweging met betrekking tot beperkingen en verbodsbepalingen op de inzet van uitzendkrachten in cao’s, zoals de Stichitng van de Arbeid dit noemt.

Felle actie ABU richting de minister van SZW
De ABU wil het onderzoek van de Stichting van de Arbeid niet afwachten en heeft eigen onderzoek gedaan in vele tientallen inleen-cao’s. Op grond van dit onderzoek voert de ABU, samen met de NBBU, een zeer felle actie richting minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om bepalingen in inleen-cao’s, die beperkingen opleggen aan uitzendkrachten en uitzendbureaus niet meer algemeen verbindend te verklaren. Een eerste grote cao is hiervan nu de dupe, zo blijkt uit de actie van de minister in de Cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Hier werd de volgende tekst voorgelegd aan de minister ter algemeen verbindend verklaring.
Artikel 5 Uitzendbureaus/ payroll.
1. De werkgever moet zich ervan verzekeren dat deze CAO ook wordt nageleefd ten aanzien van uitzendkrachten die bij hem te werk zijn gesteld.
2. Indien het uitzendbureau beschikt over een NEN4400-1 certificaat en de werkgever een kopie daarvan in zijn administratie bewaart, voldoet de werkgever aan het gestelde in lid 1.
3. Gebruik maken van uitzendkrachten en/of payrollkrachten zal ten hoogste 7,5% van het totaal aantal werkuren van de onderneming per kwartaal mogen bedragen, waarbij kalamiteitenwerkzaamheden en vakantiewerk buiten beschouwing blijven.
4. In geval van payroll voor meer dan 7,5% zoals genoemd in voorgaand lid, dient de werkgever met het payrollbedrijf af te spreken dat:
– de bepalingen van deze cao integraal worden toegepast door het payrollbedrijf;
– over de gehele loonsom bedrijfstakheffingen worden afgedragen;
– de gedetacheerde werknemers worden aangemeld bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf.

De volgende tekst is uiteindelijk door de minister algemeen verbindend verklaard:
Artikel 5 Uitzendbureaus / payroll.
1.De werkgever moet zich ervan verzekeren dat deze CAO ook wordt nageleefd ten aanzien van uitzendkrachten die bij hem te werk zijn gesteld.
2.Indien het uitzendbureau beschikt over een NEN4400-1 certificaat en de werkgever een kopie daarvan in zijn administratie bewaart, voldoet de werkgever aan het gestelde in lid 1.

Wat is het gevolg van de ABU actie en het ingrijpen door de minister?
In de praktijk blijken cao-partijen in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf zich niets trekken van de algemeen verbindend verklaarde -kortere- tekst en zetten de uitgebreide lange versie op hun eigen site voor de leden. Dit betekent dat er verwarring is ontstaan bij de uitzendbranche in deze bedrijfstak, omdat er twee verschillende cao-teksten in omloop zijn. Niet alleen verwarring bij uitzendbureaus, maar ook bij uitzendkrachten. Zij weten niet meer waar zij aan toe zijn.

Vragen aan de minister over uiteenlopende cao-teksten voor uitzendkrachten in een branche c.q onderneming?
Op 1 februari heeft ondergetekende een brief** gestuurd aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met onder andere de volgende vragen.
1. Wat gaat u doen tegen partijen bij inleen-cao’s die zich niet houden aan de algemeen verbindend verklaarde cao-teksten?
2. Wat gaat u doen om de onduidelijkheid tegen te gaan? Bij welke instantie kan men terecht voor vragen over deze kwestie?
3. Hoe gaat u optreden tegen ondernemings-cao’s met beperkingen voor uitzendkrachten, die niet algemeen verbindend worden verklaard?
4. Waarom gaat u niet in discussie met de ABU zelf, die nog steeds eigen (lagere) loonschalen hanteert tegen de regels van de Europese Richtlijn Uitzendarbeid?

drs. Harry J.P.Vogels
www.caoadvies.nl

* Zie brieven van Stichting van de Arbeid aan de minister SZW 2/2/12 en 14/1/13
Betreft : Heroverweging van cao-bepalingen met betrekking tot beperkingen van en verbodsbepalingen op de inzet van uitzendkrachten
http://www.stvda.nl/nl/publicaties/nota/2010-2019/2012/20120202.aspx
http://www.stvda.nl/sitecore/content/Subsites/StvdA/nl/Publicaties/Nota/2010-2019/2013/20130114-uitzendrichtlijn.aspx


OPEN BRIEF AAN DE MINISTER VAN SZW, DD. 1/2/13

Geachte minister,

De laatste maanden voert de ABU een zeer felle actie richting u en uw ministerie om bepalingen in cao’s, die beperkingen opleggen aan uitzendkrachten en uitzendbureaus in inleen-cao’s niet meer algemeen verbindend te verklaren. Het gaat om teksten zoals:
– van het totale personeelsbestand mag slecht 10 % uitzendkracht zijn;
– een uitzendkracht treedt na 6 maanden in dienst van de onderneming.

Dit soort artikelen komt in vele tientallen inleen-cao’s voor, maar mogen niet meer worden toegepast sinds de invoering van de Europese Richtlijn Uitzendarbeid.*

Voorbeeld:
In de Cao Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf is de volgende tekst voor algemeen verbindend verklaring voorgelegd:
Artikel 5 Uitzendbureaus/ payroll.
1. De werkgever moet zich ervan verzekeren dat deze CAO ook wordt nageleefd ten aanzien van uitzendkrachten die bij hem te werk zijn gesteld.
2. Indien het uitzendbureau beschikt over een NEN4400-1 certificaat en de werkgever een kopie daarvan in zijn administratie bewaart, voldoet de werkgever aan het gestelde in lid 1.
3. Gebruik maken van uitzendkrachten en/of payrollkrachten zal ten hoogste 7,5% van het totaal aantal werkuren van de onderneming per kwartaal mogen bedragen, waarbij kalamiteitenwerkzaamheden en vakantiewerk buiten beschouwing blijven.
4. In geval van payroll voor meer dan 7,5% zoals genoemd in voorgaand lid, dient de werkgever met het payrollbedrijf af te spreken dat:
– de bepalingen van deze cao integraal worden toegepast door het payrollbedrijf;
– over de gehele loonsom bedrijfstakheffingen worden afgedragen;
– de gedetacheerde werknemers worden aangemeld bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf.

En de volgende tekst is uiteindelijk door u algemeen verbindend verklaard:
Artikel 5 Uitzendbureaus / payroll.
1.De werkgever moet zich ervan verzekeren dat deze CAO ook wordt nageleefd ten aanzien van uitzendkrachten die bij hem te werk zijn gesteld.
2.Indien het uitzendbureau beschikt over een NEN4400-1 certificaat en de werkgever een kopie daarvan in zijn administratie bewaart, voldoet de werkgever aan het gestelde in lid 1.

Wat is het gevolg?
Cao-partijen in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf trekken zich niets aan van de algemeen verbindend verklaarde -kortere- tekst en zetten de
uitgebreide lange versie op hun eigen site voor de leden. Dit betekent dat er verwarring is ontstaan in deze bedrijfstak, omdat er twee verschillende cao-teksten in omloop zijn. Niet alleen verwarring bij uitzendbureaus, maar ook bij uitzendkrachten. Zij weten niet meer waar zij aan toe zijn.

Vragen aan de minister van SZW:
1. Wat gaat u doen tegen partijen bij inleen-cao’s die zich niet houden aan de algemeen verbindend verklaarde cao-teksten?;
2. Wat gaat u doen om de onduidelijkheid tegen te gaan? Bij welke instantie kan men terecht voor vragen over deze kwestie?
3. Hoe gaat u optreden tegen ondernemings-cao’s met beperkingen voor uitzendkrachten, die niet algemeen verbindend worden verklaard?;
4. Waarom gaat u niet in discussie met de ABU zelf, die nog steeds eigen (lagere) loonschalen hanteert tegen de regels van de Europese Richtlijn Uitzendarbeid?

In afwachting,
met vriendelijke groet,
drs. Harry J.P.Vogels
www.caoadvies.nl

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek