loading
views

Ontbinding van slapend dienstverband: met of zonder vergoeding?

Ontbinding van een slapend dienstverband: met of zonder vergoeding?

Een slapend dienstverband is een dienstverband waarbij de werkgever niet meer gehouden is om het loon door te betalen en de werknemer niet meer in staat is om de eigen of passende werkzaamheden te verrichten. Dit is doorgaans aan de orde wanneer een werknemer langer dan twee jaar ziek is. Bij de ontbinding van een slapend dienstverband rijst de vraag of een vergoeding moet worden toegekend aan de werknemer.

Feiten
Werkneemster is op 27 mei 2002 voor onbepaalde tijd bij KNM in dienst getreden. Op 2 maart 2009 heeft zij zich ziek gemeld. Tussen maart 2009 en februari 2011 heeft KNM op gebrekkige wijze geprobeerd om de re-integratie op gang te brengen en heeft werkneemster zich voortdurend op het standpunt gesteld dat zij niet kan re-integreren omdat zij volledig arbeidsongeschikt zou zijn.

Op 11 februari 2011 heeft het UWV een loonsanctie van 52 weken (tot 27 februari 2012) opgelegd aan KNM, omdat KNM onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de re-integratiemogelijkheden binnen spoor 1 en omdat zij te laat spoor 2 heeft ingezet. Ondanks deze loonsanctie is de re-integratie van werkneemster, behoudens enkele voortganggesprekken, niet van de grond gekomen.

Op 27 februari 2012 is de termijn van de loonsanctie verstreken. KNM is daardoor niet langer verplicht om het loon van werkneemster door te betalen.

Nu de loondoorbetalingsverplichting van KNM is geëindigd en werkneemster meent dat zij volledig arbeidsongeschikt is, is voor partijen een onduidelijke situatie ontstaan. Deze situatie is voor werkneemster de reden geweest de kantonrechter te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van een vergoeding van ruim € 59.000,-. Werkneemster meent namelijk dat KNM de afgelopen drie jaren onvoldoende heeft gedaan aan re-integratie.

Daartegenover stelt KNM dat zij alles heeft geprobeerd om de re-integratieverplichtingen na te komen, maar dat dit werd bemoeilijkt doordat werkneemster voortdurend stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt zou zijn.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter stelt voorop dat tussen partijen niet ter discussie staat dat de loonbetalingsverplichting van KNM als gevolg van het verstrijken van de wettelijke en nadien verlengde loondoorbetalingstermijn bij ziekte is geëindigd op 27 februari 2012. Daarmee is het dienstverband echter nog niet geëindigd.

Nu de gezondheid van werkneemster haar tot op heden niet in staat stelt de met KNM overeengekomen werkzaamheden te verrichten en KNM niet langer gehouden is het loon door te betalen, is sprake van een ‘slapend dienstverband’, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter stelt verder voorop dat de enkele omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst van werkneemster na een langdurig dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid wordt ontbonden, op zichzelf onvoldoende grond oplevert voor het toekennen van een vergoeding.
Voor toekenning van een vergoeding kan in een dergelijk geval wel aanleiding bestaan indien zich bijzondere omstandigheden voordoen. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien KNM een verwijt kan worden gemaakt van het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid of indien KNM in gebreke is gebleven bij het re-integreren van werkneemster.

In de onderhavige zaak is de kantonrechter van oordeel dat KNM tekort is geschoten in de nakoming van haar re-integratieverplichtingen en dat KNM onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de instrumenten om een gebrek aan medewerking van werkneemster te sanctioneren.

Toch dient naar het oordeel van de kantonrechter voor de beoordeling van de vraag of een ontbindingsvergoeding moet worden toegekend en zo ja, tot welk bedrag, zwaar te wegen dat werkneemster zich tegen de re-integratie in het tweede spoor heeft verzet. Van een actief meedenkende houding van werkneemster om ondanks haar medische beperkingen zoveel mogelijk in het arbeidsproces actief te blijven is niet gebleken. Voor een succesvolle re-integratie is werkneemster volledig mede verantwoordelijk. Het mag eigenlijk niet zo zijn dat een werkgever zich gedwongen moet voelen om loonsancties in te zetten om de medewerking van de werknemer te krijgen. Daarbij rijst onmiddellijk de vraag of een dergelijke afgedwongen medewerking wel zinvol is.

Gelet op de vorenstaande overwegingen komt de kantonrechter tot de conclusie dat beide partijen steken hebben laten vallen. KNM heeft onvoldoende re-integratieinspanningen geleverd, terwijl werkneemster tekort is geschoten in haar verplichting om loyaal mee te werken aan haar re-integratie en om mee te denken aan de mogelijkheden die zij heeft.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst dan ook zonder toekenning van een vergoeding.

Bron: Kantonrechter Utrecht 21 december 2012, LJN BY8051

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek