loading
views

Impressie ‘Samen werken aan flexibele arbeidsmarkt’, 30 januari 2013

Samen werken aan de flexibele arbeidsmarkt van morgen

Impressie van de bijeenkomst op 30 januari 2013

De flexibele arbeidsmarkt op een positieve manier verbeteren
Dat is de inzet van de dialoog die door 70 deelnemers in het SER-gebouw in Den Haag werd bijgewoond.

Bijeenkomst stakeholders flexibele arbeidsmarkt, 30 januari 2013

AWVN, CNV, MVO Nederland, Randstad, USG People, ReflecT en Meurs & Molijn hebben samen de agenda voorbereid.
Het is de bedoeling dat vanuit dit overleg gewerkt wordt aan regelmatige vervolg bijeenkomsten en een concrete agenda met duidelijke verantwoordelijkheden.

Het initiatief
> Lees het interview over de gezamenlijke aanpak

Impasse vast en flex doorbreken
Flexwerkers komen nu niet of onvoldoende in aanmerking voor een fatsoenlijke pensioenopbouw, opleidingsbudget en een kans op een hypotheek vergeleken met werknemers met vaste arbeidscontracten. Dat is slecht voor starters op de arbeids- en de woningmarkt. Ton Wilthagen, ReflecT: “We worden in toenemende mate een kenniseconomie, maar als een steeds groter deel van de beroepsbevolking geen toegang heeft tot scholing verliezen wij aan concurrentiekracht.
Sieto de Leeuw, Randstad: “Er komt steeds meer vraag naar personeel voor de hogere regionen in de arbeidsmarkt. Medewerkers in het middensegment moeten zich gemakkelijker kunnen omscholen. De schotten tussen sectorale O & O fondsen bemoeilijken dat nu.”
Hoe blijven de voordelen van flex behouden en worden de nadelen voor de flexkrachten aangepakt?

SER-voorzitter, ir Wiebe Draijer, tijdens bijeenkomst Samen werken aan flexibele arbeidsmarkt

Flexibiliteit als competentie
We zitten in het hart van de ‘polder’, de SER in Den Haag. De opstelling is in een V-vorm, waardoor iedereen elkaar kan zien. We worden welkom geheten door SER-voorzitter Wiebe Draijer. “Flex wordt tegenwoordig vaak geassocieerd met iets negatiefs,” zegt hij. “Oorspronkelijk is het een competentie en een aanbeveling als je flexibel bent. Met betrekking tot flexkrachten zijn er zorgen over toegang tot scholing, arbeidsongeschiktheid en pensioenen. Tegelijk zijn flexibele arbeidsconstructies niet meer weg te denken als een substantieel onderdeel van de arbeidsmarkt. Het is nodig om de uitwassen aan te pakken en gezamenlijk te komen tot nieuwe afspraken.”

Hoe wordt er over de flexkracht gepraat en geschreven in de media?
BNR verslaggever Rens de Jong opent het vervolg van de bijeenkomst met een speelse interactie tussen de deelnemers.
“Wat is de meest creatieve klus bij een krant?” vraagt hij. “Het formuleren van de koppen – de chocoladeletters. Wanneer is een kop boven een bericht goed?” Als die de verbeelding prikkelt, nieuwsgierig maakt en activeert om er meer van te willen weten. Alle deelnemers vullen in kleine teams deze krantenkop aan: de flexkracht… als… van… Ze komen met:

De flexkracht als motor van de economie
De flexkracht als ei van Columbus
De flexkracht als bumper van ’s lands economie
De flexkracht als bron van inspiratie
De flexkracht als steunpilaar van bedrijven
De flexkracht als prijsvechter van de arbeidsmarkt

Hoe je de positie van flexkrachten formuleert, is hoe je er naar kijkt of het ervaart. Het zet de toon.

Hoe kijk je naar flexkrachten?
Er volgt een discussie in aansluiting op herkenbare filmpjes over flexkrachten.
Ze zijn 30+ of 50+ en vaak al 3 tot 5 jaar flexibel aan het werk. Ze doen hetzelfde werk als hun collega’s in vaste dienst. Toch is er een groot verschil. Qua arbeidsvoorwaarden, doorgroeimogelijkheden en het gevoel van erkenning voor hun werk staan ze in veel gevallen op een afstand. Is het vanzelfsprekend dat een flexkracht geen kerstpakket krijgt of niet mee mag met een personeelsuitje? Is het gewoon dat hij niet of veel minder in aanmerking komt voor een scholingsbudget of promotie? En dan hebben we het nog niet eens over een normaal pensioen of uitzicht op een eigen huis en aansluiting op de sociale zekerheid. Hoe lang gaat dat duren?

Bijeenkomst duurzame flexibele arbeidsmarkt, 30 januari 2013

Discussie over de basisvoorwaarden voor inzetbaarheid op de arbeidsmarkt

Wie is verantwoordelijk voor scholing?
De flexwerker zelf? De uitzendorganisatie? De inlener/opdrachtgever/werkgever?
Alle deelnemers aan de dialoog vinden dat het een gezamenlijke inspanning hoort te zijn.
Hoogleraar Ton Wilthagen, Universiteit van Tilburg – ReflecT, krijgt tijdens de discussie de rol om te mogen interrumperen met feiten. Hij geeft aan: flexers werken vaker onder hun niveau. Ze hebben vergeleken met vaste medewerkers minder aansluiting op kennis & vaardigheden bij hun functie. Hun netto uurloon ligt tussen 2 en 27 % lager dan dat van vaste medewerkers (gecorrigeerd voor allerlei zaken). Hij zegt dat er een nationaal scholingsfonds nodig is voor alle werkenden.

Agendapunten vanuit deze bijeenkomst

  • Er is een nationaal scholingsfonds nodig voor alle flexibel werkenden.
  • Er moeten betere afspraken komen met inleners en sectorale opleidingsfondsen. De schotten tussen de O & O fondsen moeten verdwijnen zodat er gemakkelijker intersectoraal transities kunnen plaats vinden.
  • Er moet een eind komen aan nul-urencontracten, omdat die geen enkele zekerheid bieden, bijbanen bijvoorbeeld voor studenten uitgezonderd.
  • Er moet een grens zijn aan de hoeveelheid tijdelijke contracten met als doel de flexibele duur van de arbeidsovereenkomsten in te korten.
  • De kloof tussen vast en flexibel personeel moet kleiner worden. Vast is nu te vast en flex is te flex.
  • Pensioenen, hypotheken en aansluiting op de sociale zekerheid moeten beschikbaar zijn voor alle werkenden, flex en vast.
  • De rafelranden van de flexibele arbeidsmarkt moeten worden aangepakt door onder meer handhaving.

> Persbericht “Maak een einde aan nul-urencontracten”

Hoe praat je over flex
De terminologie voor flex is besmet geraakt, zo werd ook opgemerkt. Een ‘schil’ is meestal iets om weg te werpen. Daarom zou je niet meer moeten praten over een flexibele schil, maar over een flexibele basis waar je waarde aan toekent. Vanuit het besef dat flexwerkers niet meer zijn weg te denken uit onze huidige arbeidsmarkt en ze ook hard nodig zijn. Bij de aanwezige beslissers is de wil aanwezig om met elkaar tot duurzame en óók flexibele oplossingen te komen voor de vraagstukken waar we op de arbeidsmarkt voor staan.

Daarom: wordt vervolgd.

Hinke Wever, FlexNieuws

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek