loading
views

Crimineel verleden melden tijdens sollicitatie?

Crimineel verleden melden tijdens sollicitatie?
De kantonrechter te Almelo liet zich op 29 januari 2013 in een kort geding uit over de vraag of een basisarts tijdens het sollicitatiegesprek openheid van zaken moest geven over zijn criminele verleden. Eiser vordert wedertewerkstelling.

Feiten
De werknemer is op 9 juli 2012 voor bepaalde tijd als basisarts in dienst getreden bij de werkgever. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is via een bemiddelingsbureau tot stand gekomen en loopt tot 1 december 2012. De werknemer heeft aan dit bureau een CV verstrekt, waaruit blijkt dat in de werkervaring een gat zit van 8 jaar. Bij het aangaan van het dienstverband zijn werkgever en werknemer overeengekomen dat de werknemer een opleiding zou gaan volgen. Met ondersteuning van de werkgever heeft de werknemer toelatingsgesprekken gevoerd en is hij toegelaten per medio december 2012 tot de opleiding aan het UMC St. Radboud te Nijmegen.

In november 2012 is werkgever telefonisch benaderd door een journalist met de vraag of de werknemer werkzaam is als verpleeghuisarts. Deze vraag is door de werkgever noch bevestigend noch ontkennend beantwoord aan de telefoon. De werknemer die de telefoon beantwoordde heeft zijn manager hiervan op de hoogte gesteld. Vervolgens heeft de werkgever aan de werknemer gevraagd wat de reden kon zijn dat de journalist naar hem informeerde. Werknemer heeft aangegeven dat hij het niet wist, maar dat hij met een vriend een homopathische praktijk aan het opzetten was en daarvoor een persbericht had doen uitgaan. Vervolgens is werkgever op 19 december 2012 gebeld door de Hoofdinspectie der Volksgezondheid. Hierbij werd de vraag voorgelegd of werkgever op de hoogte was dat een van haar artsen een crimineel verleden had. Op 20 december 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werknemer en de werkgever. Werknemer heeft in dit gesprek aangegeven dat hij in detentie heeft gezeten. Werkgever heeft vervolgens bij brief van 21 december 2012 aangegeven dat de werknemer openheid van zaken had moeten geven bij zijn aanstelling. Door onjuiste informatie te verschaffen over het gat in zijn CV, aan zowel het bemiddelingsbureau als de werkgever is het vertrouwen ernstig geschaad. Werknemer is hierop vrijgesteld van de werkzaamheden met behoud van salaris. Verder werd medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst op 1 maart 2013 zou eindigen. Op 27 december 2012 heeft de werknemer een gesprek gehad met de Inspectie van de Gezondsheidszorg. Uitkomst van dit gesprek was dat men vooralsnog geen argumenten zag om zijn werkzaamheden als arts te beletten dan wel andere maatregelen te treffen. Zijn BIG-registratie blijft van kracht.

Standpunt werknemer
Werknemer vordert wedertewerkstelling en ondersteuning bij het volgen van de opleiding omdat volgens hem de schorsing en beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst onjuist zijn.

Werknemer stelt zich op het standpunt dat hij zowel voor als na het sluiten van de overeenkomst niets heeft verzwegen. Werknemer erkent dat hij niets heeft verteld over zijn strafrechtelijk verleden, maar daar is volgens hem ook niet naar gevraagd. De werknemer stelt dat hij ook geen verplichting had om werkgever hierover te vertellen omdat het ging om een kwestie die zich in de privésfeer heeft voltrokken. Bovendien heeft de werkgever niet naar een verklaring omtrent gedrag gevraagd, waardoor volgens werknemer wordt benadrukt dat het verleden niet belangrijk zou zijn voor de werkgever. Tot slot stelt werknemer dat werkgever voorbij gaat aan het feit dat partijen zijn overeengekomen dat de werknemer een opleiding zou gaan volgen. Werkgever is namelijk uitvoerig betrokken geweest bij het traject van de opleiding en daarnaast is de bevestiging tot toelating aan de opleiding verstuurd naar de werkgever.

Standpunt werkgever
De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werknemer zowel in de sollicitatiefase als tijdens het dienstverband zijn informatieplicht heeft geschonden. Werknemer heeft verzwegen dat hij is veroordeeld tot een lange gevangenisstraf en daarnaast heeft hij foute informatie verstrekt over het gat in zijn CV. Daarnaast stelt werkgever dat er voor werknemer twee momenten zijn geweest waarop werknemer alsnog de informatie had kunnen geven. Dit heeft werknemer niet gedaan. Door geen openheid over zaken te geven is het vertrouwen van de werkgever in werknemer onherstelbaar beschadigd. Werkgever erkent dat het juist is dat door werkgever de intentie is uitgesproken dat als werknemer zou worden toegelaten tot de opleiding, de werkgever de benodigde stageplaatsen zou aanbieden. Echter is volgens werkgever de daadwerkelijke studieovereenkomst niet gesloten.

Beoordeling
De kantonrechter dient zich uit te laten over de vraag of werknemer uit zichzelf openheid van zaken had moeten geven over zijn strafrechtelijk verleden. De kantonrechter acht het van belang dat de reclassering werknemer heeft aangeraden om niet te spreken over zijn verleden, zolang er niet naar gevraagd wordt. Werknemer heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij de waarheid zou hebben verteld als er naar gevraagd zou zijn. De kantonrechter stelt vast dat het destijds gepleegde strafbare feit zich afspeelde in de relationele sfeer en dat dit verleden niet relevant is voor de goede uitoefening van de werkzaamheden door de werknemer. Naar het oordeel van de kantonrechter rustte op de werknemer onder die omstandigheden niet de plicht om uit zichzelf openheid van zaken te geven omtrent zijn verleden. De kantonrechter oordeelt dat werknemer alleen een spreekplicht had als er een reëel gevaar bestond voor herhaling, maar hiervan is volgens de kantonrechter geen sprake.

Ten aanzien van het standpunt van werkgever dat het vertrouwen in werknemer onherstelbaar is geschaad, overweegt de kantonrechter dat het vertrouwen mogelijk zeker een deuk heeft opgelopen, maar dat de relatie onherstelbaar zou zijn beschadigd een overdreven reactie is. De kantonrechter constateert namelijk dat uit de stukken geen spoor van kritiek op werknemer blijkt, zodat er van uitgegaan moet worden dat de werknemer naar behoren functioneert. De kantonrechter oordeelt dat het de werkgever zelf ook te verwijten valt dat zij niet op de juiste manier het sollicitatiegesprek is ingegaan. Indien de juiste vragen waren gesteld, dan was deze situatie volgens de kantonrechter niet ontstaan.

De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer toe. Ten aanzien van de opleiding overweegt de kantonrechter dat ondanks dat er geen daadwerkelijke overeenkomst voor de opleiding bestond er overduidelijk de intentie aanwezig was om de werknemer te laten deelnemen aan de opleiding. Ook dit deel van de vordering wordt toegewezen.

Bron: LJN BY9847, sector kanton Rechtbank Almelo 29/01/2013

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek