loading
views

Onderbouwing van voorgenomen reorganisatieontslag

Onderbouwing van voorgenomen reorganisatieontslag

Op 22 oktober 2012 heeft de kantonrechter Almelo geoordeeld dat ook bij een ontbindingsverzoek wegens bedrijfseconomische redenen de werkgever het Ontslagbesluit en de Beleidsregels Ontslagtaak UWV in acht dient te nemen.

Feiten
De werknemer in deze zaak (47 jaar oud) is op 1 juli 1999 in dienst getreden bij werkgever. In verband met afnemende bedrijfsresultaten heeft werkgever begin 2012 een reorganisatie aangekondigd. In augustus 2012 is werknemer concreet geïnformeerd over de voorgenomen reorganisatie en de daarmee samenhangende ontslagronde.

Werkgever heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, omdat de functie van werknemer door de reorganisatie zou komen te vervallen. Werknemer heeft zich verweerd tegen dit verzoek, omdat er geen bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie zou bestaan.

Werknemer heeft bij de kantonrechter een zelfstandig tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend onder toekenning van een vergoeding van C = 1,5, mede omdat werkgever het Sociaal Plan niet zou naleven, werkgever zou weigeren om een outplacementtraject aan te bieden en werknemer zonder gegronde reden op non-actief zou zijn gesteld.

Oordeel rechter
De kantonrechter stelt voorop dat een werkgever een vergaande vrijheid heeft bij de inrichting van haar onderneming. Nu het een reorganisatieontslag betreft is er volgens de kantonrechter reden aansluiting te zoeken bij de eisen die het Ontslagbesluit en de Beleidsregels Ontslagtaak UWV aan een dergelijk ontslag stellen. Volgens de kantonrechter gaat van die regelgeving zeker enige reflexwerking uit. Dat betekent dat in geval de gewenste reorganisatie is ingegeven door de slechte(re) financiële resultaten van een onderneming, een onderbouwing daarvan door werkgever is vereist. Dat betekent onder meer dat een werkgever:
– de oorzaak van de slechte financiële positie helder en inzichtelijk dient te presenteren en toe te lichten;
– concreet feiten en omstandigheden behoort te benoemen waaruit de bedrijfseconomische noodzaak blijkt, onder verwijzing naar specifieke posten/passages in de meegestuurde cijfermatige rapportages;
– een (concrete) onderbouwing geeft van het minimaal te bezuinigen bedrag op personeelskosten; en
– benoemt welke andere kostenbesparende maatregelen zijn of worden genomen.

De werkgever dient de aanvraag te onderbouwen met cijfermatige gegevens over de afgelopen drie jaren en het huidige jaar. Dit betreft de balansen en de winst- en verliesrekening met toelichting. Financiële verslaglegging over alle drie de jaren is niet per se nodig indien de slechte financiële positie mede uit andere documenten blijkt, bijvoorbeeld uit een gemotiveerde brief van de accountant en/of de bank waarin het krediet wordt opgezegd of beperkt. Daarnaast dient de werkgever een liquiditeitsbegroting voor minimaal de komende zes maanden te verstrekken.

De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever in deze zaak het ontbindingsverzoek onvoldoende heeft onderbouwd, zodat dit verzoek wordt afgewezen.

Het tegenverzoek van werknemer wordt wel toegewezen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat werkgever zich niet als een goed werkgever heeft gedragen en dat zij het Sociaal Plan niet correct is nagekomen, als gevolg waarvan de arbeidsrelatie tussen partijen is verstoord. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 december 2012 en kent aan werknemer een vergoeding toe van C= 1,3 (€ 190.000,-).

Bron: Rechtspraak.nl: LJN BY1201

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek